Explosie van olie-en gasprijzen maakt de mensen ongerust.
De federale regering heeft principieel afgesproken dat ze zal ingrijpen als de energieprijzen opnieuw ontsporen. Een concrete maatregel ligt voorlopig niet op tafel, maar binnen de coalitie bestaat wel consensus dat een nieuwe explosie van olie- en gasprijzen niet volledig op de schouders van gezinnen en bedrijven mag terechtkomen.
De discussie laait op door de spanningen rond Iran en de blokkering van de strategische Straat van Hormuz, een cruciale doorgang voor een groot deel van de mondiale olie- en gasstromen. Door die verstoring zijn de prijzen de voorbije dagen opnieuw fors gestegen. In de Wetstraat groeit daardoor de vraag of de overheid opnieuw – zoals tijdens de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne – een deel van de factuur zal moeten opvangen.
Voorlopig enkel monitoring
Het kernkabinet, met premier Bart De Wever en de vicepremiers, nam eind vorige week een eerste principebeslissing. Als de prijzen “problematisch” worden, kan de regering ingrijpen. Voorlopig blijft het bij een waakzaam toezicht op de markten.
Concreet zijn er nog geen prijsplafonds vastgelegd en bestaat er ook geen uitgewerkt mechanisme om stijgende facturen automatisch te compenseren. Volgens verschillende coalitiepartners is de huidige beslissing vooral bedoeld als een eerste politieke stap om een eventuele interventie mogelijk te maken.
Coalitie zoekt naar opties
Binnen de meerderheid circuleren ondertussen verschillende pistes. Partijen zoals CD&V en MR pleiten ervoor om de geplande accijnsverhoging op aardgas – die in april zou ingaan – uit te stellen. Die maatregel moet de schatkist dit jaar ongeveer 91 miljoen euro opleveren en tegen het einde van de legislatuur zelfs 365 miljoen euro.
Binnen de Nieuw-Vlaamse Alliantie bestaat daar echter terughoudendheid over. De partij vreest dat bijkomende energiecompensaties een al kwetsbare begroting verder onder druk zetten. Volgens die redenering dreigt elk uitstel of elke belastingverlaging het begrotingsakkoord van vorig najaar te ondergraven.
Andere coalitiepartners kijken daarom naar een alternatief mechanisme. Daarbij zouden extra inkomsten uit btw en accijnzen – die automatisch stijgen wanneer energie duurder wordt – terugvloeien naar de consument. In dat scenario worden stijgende prijzen gedeeltelijk gecompenseerd zonder dat de begroting extra middelen moet zoeken.
Nieuwe energiecrisis nog niet in zicht (zeggen ze)
Voorlopig blijven de prijzen ver onder de pieken van de vorige energiecrisis. Gas noteert op de Nederlandse TTF-markt rond 55 euro per megawattuur, aanzienlijk hoger dan voor het uitbreken van het conflict maar nog ver verwijderd van de pieken van ongeveer 200 euro in 2022. De olieprijs is wel opnieuw boven de 100 dollar per vat gestegen.
Toch groeit binnen de coalitie het besef dat de situatie snel kan omslaan. Een langdurige verstoring van de energiehandel in het Midden-Oosten zou de prijzen opnieuw structureel kunnen opdrijven.
Politieke druk neemt toe
Binnen verschillende regeringspartijen klinkt al de verwachting dat de druk om in te grijpen de komende weken zal toenemen. Vooral wanneer gezinnen hun energiefactuur opnieuw zien stijgen, dreigt het politieke debat snel te verschuiven van monitoring naar concrete maatregelen.
De regering probeert voorlopig tijd te winnen. Maar mocht de energieprijs opnieuw richting crisispieken evolueren, dan lijkt een nieuwe ronde van overheidsinterventies steeds moeilijker te vermijden.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)