In Spanje lachen ze met onze grote hitte-hysterie.
Het is dag negen van de hittegolf, de winkelrekken met ventilatoren zijn leeg, en half Vlaanderen heeft de oorlog verklaard aan de maand juni. We kopen, we blazen, we koelen, we zuchten. En toch krijgen de meesten van ons de warmte niet klein — omdat we, eerlijk gezegd, niet goed weten wat we doen.
Tijd om het op een rijtje te zetten. Wat werkt, wat niet, wat is ronduit gevaarlijk, en — de vraag die niemand graag stelt — moeten we hier eigenlijk wel tegen vechten?
De do's
- Sluit overdag alles potdicht. Rolluiken, gordijnen, zonnewering: van een uur of elf tot een uur of zes hou je de zon buiten. In Spanje doen ze dat al generaties lang, en niet omdat ze lui zijn.
- Ventileer 's nachts. Zodra het buiten kouder is dan binnen, gooi je ramen en deuren open. Bouwfysicus Jelle Laverge (UGent) is duidelijk: zet ramen open op tegenovergestelde gevels en op verschillende hoogtes — dat trekt het hardst. Eén raam vooraan, één achteraan, beter dan twee aan dezelfde kant.
- Maak jezelf nat, niet ijskoud. Een lauwe douche, een natte handdoek in de nek, de polsen onder de kraan. Het verdampen doet het werk.
- Drink vóór je dorst hebt. Anderhalf tot twee liter, een glas per uur, desnoods met een wekker. Tegen de tijd dat je dorst voelt, loop je al achter.
- Eet klein en vaak. Een copieuze maaltijd is werk voor je lichaam, en werk maakt warmte. Spreid het, en pak fruit met veel vocht: watermeloen, aardbei, meloen.
- Verplaats je leven naar de randen van de dag. Boodschappen, sport, de hond: 's ochtends vroeg of 's avonds laat. De middag is voor niets goed.
- Trek los en licht aan. Wijde, lichtgekleurde kleren in linnen of katoen. De woestijngewaden van het Midden-Oosten zijn geen folklore, het is fysica: lucht moet rond je lijf kunnen.
De don'ts
- Laat de oven, de droogkast en de wasmachine staan. Dat zijn verwarmingstoestellen die toevallig ook iets anders doen.
- Hang natte was niet in de living. Vochtige lucht voelt warmer aan: de gevoelstemperatuur stijgt mee. Droog buiten, of hooguit in een deuropening.
- Geen ijskoude dranken of ijsdouches. Verleidelijk, maar je thermostaat in de hersenstam schiet erna in de tegenaanval en jaagt je temperatuur weer omhoog. Lauw werkt beter dan je zou denken.
- Stort je 's avonds niet in een zware inspanning. Avondsport houdt je kerntemperatuur hoog, net wanneer je ze kwijt wilt.
- En vooral: spring niet zomaar het kanaal in om af te koelen. In Frankrijk verdronken tijdens deze hittegolf al tientallen mensen die verkoeling zochten in het water. De zon is niet je enige vijand.
De hardnekkigste misverstanden
Het grootste misverstand draait, ironisch genoeg, om dat ene apparaat dat nu uitverkocht is: de ventilator.
Een ventilator koelt niets af. Hij verplaatst alleen lucht. Zolang die lucht koeler is dan je huid — pakweg onder de 35 graden — helpt dat, want je zweet verdampt sneller. Maar zodra de kamertemperatuur boven je huidtemperatuur klimt, blaast dat ding letterlijk warmte naar je toe. Je zit dan in een haardroger.
De wetenschap is hier strenger dan de volkswijsheid. Een kritische review in The Lancet Planetary Health (2024, Universiteit van Ottawa) concludeerde dat ventilatoren boven de 35 graden de kerntemperatuur niet noemenswaardig verlagen — en voor 65-plussers, die minder goed zweten, nog minder. De Britse overheid raadt ventilatorgebruik af boven 35 graden, de Amerikaanse CDC zelfs al boven 32. De vuistregel: onder 35 graden helpt een ventilator, boven 40 zet je hem beter uit.
Tweede mythe: de schaal met ijsblokjes vóór de ventilator, of jezelf nat sproeien en er dan vóór gaan zitten. Voelt heerlijk, doet niets aan je kerntemperatuur. Het is comfort, geen koeling.
En dan de tegenintuïtieve waarheid die de zuiderlingen al eeuwen kennen: een warme thee of een pittige maaltijd kan je net áfkoelen. Je gaat ervan zweten, en zweet is verdamping, en verdamping is verkoeling. De curry in de avond is geen toeval.
De grootste gevaren
Hitte doodt stiller dan om het even welke storm. Het begint met oververhitting — zwaar zweten, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid, slapte. Dat is het alarm. Wordt er niet ingegrepen, dan volgt de hitteslag: verwardheid, bewustzijnsverlies, en zonder snelle hulp de dood. Dat is geen ongemak meer, dat is een medische noodsituatie.
Het zijn niet altijd de zwakkeren die het zich kunnen veroorloven te negeren. De Britse Met Office gaf deze week een zeldzame code rood uit met de waarschuwing dat de hitte ditmaal "levensgevaarlijk" is voor iederéén, niet alleen voor de gebruikelijke risicogroepen. Maar de cijfers blijven onverbiddelijk: bij de hittekoepel boven West-Canada in 2021 stierven 619 mensen, grotendeels bejaarden zonder airco. In de bredere regio liep de teller boven de duizend.
Onderschat ook de nachten niet. De WHO adviseert woonruimtes overdag onder 32 graden en 's nachts onder 24 te houden, juist omdat een warme nacht je lichaam de kans ontneemt te recupereren. Acht tropische nachten op rij slijten harder dan één hete namiddag. En dan is er nog de smog: bij aanhoudende hitte schiet de ozonconcentratie de hoogte in, en wordt de lucht die je inademt zelf een probleem.
Of moeten we de hitte omarmen?
Misschien moeten we ons licht eens opsteken bij de mensen voor wie dit gewoon donderdag is. Want kijk eens hoe het zuiden het doet. In Spanje, Italië, Griekenland verklaren ze de zomer niet de oorlog — ze sluiten een wapenstilstand. Rolluiken dicht bij dag, ramen open bij nacht. Een siësta van twintig minuten in het heetste uur, een gewoonte zo oud als de Romeinen, waarvan zelfs het efficiënte Duitsland nu hardop durft te dromen. Linnen in plaats van polyester. Een gazpacho in de schaduw in plaats van een dampende stoofpot. Wandelen aan de schaduwzijde van de straat. Een abanico, dat handwaaiertje, in plaats van een stekker.
En in landen waar het nóg heter is, zit de wijsheid in de muren zelf: dikke muren, kleine ramen, binnenplaatsen, gevels die zo weinig mogelijk zon vangen. Een vijfde van de Europese woningen heeft airco. De rest van de wereld redt zich al millennia zonder.
Daar zit een ongemakkelijke spiegel in. We hebben geïsoleerde dozen gebouwd die in de winter de warmte buitenhouden en in de zomer vasthouden, en proberen die fout nu recht te zetten met een apparaat dat de straat alleen maar warmer maakt. De zuiderling heeft geen airco nodig, want hij heeft zijn huis, zijn ritme en zijn verwachtingen aangepast aan de zon. Wij kopen een ventilator en zijn boos op juni.
De machine die we doodzwijgen
We krijgen elke week de les gespeld over CO₂, over vliegschaamte, over de warmtepomp die de redder des vaderlands zou zijn. Maar over de airco die onze crepiwoningen moet afkoelen — daar valt een merkwaardige stilte.
Merkwaardig, want de cijfers liegen er niet om. Volgens het Internationaal Energieagentschap slokt koeling vandaag al zo'n tien procent van alle elektriciteit ter wereld op, en bijna een vijfde van de stroom die in gebouwen verbruikt wordt. De wereldwijde voorraad airco's gaat van 1,6 miljard vandaag naar 5,6 miljard tegen 2050 — dat zijn tien nieuwe toestellen per seconde, dertig jaar lang. De energievraag voor koeling verdrievoudigt. Het wordt na de industrie de grootste groeimotor van de mondiale stroomhonger.
En dan hebben we het nog niet over de gassen die in elke airco zitten. Die hebben een opwarmingspotentieel dat tot duizenden keren hoger ligt dan dat van CO₂. Lekt zo'n toestel, dan stookt het mee. Daarom verbood de EU sinds 1 januari 2025 het oude R410A in nieuwe toestellen, ten voordele van het minder schadelijke R32. Het ene narratief, is het andere niet.
Armand Pien
Vroeger gingen wij voor dit weer naar Spanje. Wij stuurden postkaarten naar huis met veel gestoef: het weder is hier subliem, groetjes uit Lloret de Mar. Geen mens die zeurde. Hitte was iets waar ge geld voor neertelde, geen ramp waar ge een persconferentie over belegde.
Weet je hoe weerman Armand Pien in die zomer van '76 zijn weerbericht afsloot, toen hij na drie weken niets nieuws meer wist te melden? "Het weder blijft onveranderd." Vier woorden. Geen code oranje, geen hysterie. Punt
(Foto: PD)