“Het is geen besparingsoperatie, maar enkel om een vertraging in de uitvoering.”
De Vlaamse regering zet 42 miljoen euro on hold die eigenlijk moest dienen voor zorgbehoevende ouderen in woonzorgcentra. Officieel is er geen besparing, alleen een “vertraging in de erkenningen”. Vooruit-minister Caroline Gennez zegt doodleuk dat ze nu eenmaal geen geld kan uitgeven aan lege bedden. Alleen zijn die lege bedden niet het probleem — het tekort aan personeel en infrastructuur is dat wél.
De Vlaamse ouderenzorg heeft al jaren last van politieke verwaarlozing, maar nu blijkt ook het geld dat wél werd voorzien, amper zijn bestemming te halen. Volgens de jongste begrotingsaanpassing blijft er in 2025 een bedrag van maar liefst 42 miljoen euro op de plank liggen dat nochtans was ingeschreven voor de residentiële ouderenzorg. De reden? Minder nieuwe woongelegenheden in de woonzorgcentra dan gepland. De schuldige? Niet de regering, zegt die zelf, maar de kalender — of liever: de "erkenningskalender".
Kalenderexcuses en lege dozen
De erkenningskalender is het bureaucratische planningssysteem waarmee Vlaanderen bepaalt hoeveel nieuwe zorgbedden er jaarlijks mogen bijkomen. Maar door de torenhoge infrastructuurkosten en structurele personeelstekorten geven woonzorgcentra massaal forfait. Ze kunnen de uitbreiding simpelweg niet aan. En dus worden de geplande bedden niet gebouwd, worden er geen extra zorgverleners aangetrokken, en — dat is de punchline — wordt het voorziene geld niet uitgegeven.
Minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) vindt dat logisch. “De reële uitgaven volgen gewoon de reële noden,” klinkt het zakelijk. Alleen is het precies omgekeerd: de reële noden worden niet ingevuld, en dus volgt het budget de afwezigheid van beleid.
PVDA: “Zorg afschaffen lost natuurlijk veel op”
Bij oppositiepartij PVDA zijn ze minder onder de indruk van het semantische bochtenwerk van de Vlaamse regering. “In september werd er nog 12 miljoen extra beloofd voor de ouderenzorg,” zeggen parlementsleden Debby Burssens en Lise Vandecasteele. “Maar nu verdwijnen er drie keer zoveel miljoenen via de achterdeur.” Volgens PVDA wordt er bespaard in een sector die nu al kreunt onder de druk, en is het pijnlijk dat de Vlaamse regering dat probeert te verpakken als een technisch ongemak.
“Er zijn geen nieuwe bedden, dus geven we geen geld uit,” klinkt het. Maar de reden waarom er geen nieuwe bedden zijn, heeft niets te maken met gebrek aan nood, maar alles met politieke onwil om te investeren in personeel en infrastructuur. “Zorg afschaffen is natuurlijk een efficiënte manier om budgetten te laten dalen,” sneert PVDA.
“Geen prestaties, geen geld” – de nieuwe visie op de mens van Gennez
De socialistische minister blijft bij haar standpunt: geen prestaties betekent geen uitgaven. Geen zorg, geen cent. Een redenering die misschien klopt in een markteconomie, maar op zijn minst cynisch overkomt in de context van ouderenzorg in crisis. Gennez voegt eraan toe dat er wordt gewerkt aan een “zorgprognosemodel” dat toekomstige noden beter in kaart moet brengen. Alleen: de noden van vandaag zijn al pijnlijk duidelijk — het zijn de middelen en het beleid die achterblijven.
De ironie is compleet wanneer men kijkt naar de dramatische verschillen tussen openbare en commerciële woonzorgcentra. Waar de eersten onderbemand overuren draaien, teren de laatsten op winstoptimalisatie en personeel dat tot een kwart minder talrijk is. Maar aan die structurele tekorten verandert deze 42 miljoen euro niet veel — want het geld blijft simpelweg op de plank liggen.
Slotbedenkingen: wie niets doet, hoeft niets uit te leggen
Vooruit zit hiermee opnieuw in een politiek moreel mijnenveld: een partij die zich profileert als verdediger van sociale bescherming, maar in de praktijk toekijkt hoe miljoenen voor ouderenzorg niet worden geïnvesteerd, terwijl rusthuisbewoners maanden wachten op een plek en personeel op hun tandvlees zit.
De enige troost? De regering hoeft deze 42 miljoen euro alvast niet uit te leggen aan de bewoners van de woonzorgcentra. Die horen het toch niet meer, want hun kamer werd nooit gebouwd.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Fotonieuws)