Toen Alexandra CÄpitÄnescu in RoemeniĆ« Vocea RomĆ¢niei won, dacht iedereen dat er een nieuwe popdiva was geboren.
Twintig jaar, sterke stem, groot bereik. Klaar voor een carrière vol dramatische ballads over liefdesverdriet, regen op het raam en een piano in slow motion. Maar voor haar poging om naar het Eurovision Song Contest te trekken koos de zangeres een iets minder euhm⦠traditionele invalshoek.
Haar nummer heet āChoke Meā, wat in het Nederlands niet echt klinkt als iets dat je oma spontaan begint te neuriĆ«n tijdens de afwas.
Sommige luisteraars hoorden een metafoor over verstikkende liefde. Anderen hoorden een nogal expliciete verwijzing naar seksuele wurging. Activisten sprongen op de barricades en waarschuwden dat het nummer een gevaarlijke praktijk normaliseert.
CÄpitÄnescu zelf reageerde droog dat het gewoon een artistieke metafoor is voor overweldigende emoties. Kortom, een klassiek popmuziekdebat. De ene kant hoort poĆ«zie, de andere kant hoort een Jan Jambon die zegt dat vrouwen minder moeten zagen in de slaapkamer.
Feit blijft dat het Roemeense inzending meteen meer discussie heeft losgemaakt dan de gemiddelde Eurovisie-ballad.
In een wedstrijd waar landen elkaar al jaren proberen te overtroeven met vuurwerk, dansende wolven, vrouwen met baarden en mannen in glitterharnassen, is een lied dat heel Europa plots laat googelen wat choking precies betekent misschien wel de meest efficiƫnte marketingstrategie ooit.
Of het ook punten oplevert op het scorebord, dat zal blijken wanneer miljoenen kijkers nog naar adem kunnen happen na haar optreden.