En waarom dat maar half klopt.
Het antwoord heeft weinig met poëzie te maken en veel met vergunningen, kostprijs en de vraag hoeveel stilte je kunt kopen.
Je kent het gevoel. Weer een Vlaamse film met een grijze zeedijk, een verlaten appartementsblok, een dennenbos, een zandvlakte, een jongen op een fiets langs een steenweg. Alsof onze cinema maar twee decors kent: de kust buiten het seizoen en de Kempen op om het even welk moment.
Maar wacht. Voor je je aan de toog in een artistiek gesprek laat gaan; het is maar een halve waarheid.
Toch niet?
De bekendste Belgische films spelen zich helemaal niet in de kempen of aan zee af.
In Bruges - bijvoorbeeld - speelt in Brugge, en zette die stad wereldwijd op de kaart als filmdecor. De helaasheid der dingen werd gedraaid in Aalst en omliggende dorpen in Oost-Vlaanderen. Image van El Arbi en Fallah werd opgenomen in Molenbeek, Schaarbeek en Anderlecht. De reeks Salamander draaide rond de monumentale architectuur van het Warandepark en de Brusselse bankenbuurt. Voor Allez Eddy trok de ploeg naar Rozebeke en Dikkele in de Vlaamse Ardennen.
Waar het beeld dan wél vandaan komt? Deels van televisie. De eerste reeks van Undercover speelde zich af op een fictieve camping die in werkelijkheid Camping Blauwe Meer in Lommel was, met de Lommelse Sahara en de Limburgse grensstreek als omgeving. Zo'n reeks kijken miljoenen mensen, en het landschap blijft plakken.
En deels van iets anders: wanneer een landschap leeg is, wordt het een personage. Een straat in Antwerpen onthoud je niet. Een lege zeedijk in november wel.
Wat er wél waar is, en waarom
Toch is er een reële logica die makers naar leeg gebied duwt, en die is bijzonder onromantisch.
Om het even waar in Vlaanderen heb je een filmtoelating nodig voor professionele opnames, ongeacht de grootte van je ploeg. Die vraag je aan bij de stad of gemeente, en de verwerking duurt van enkele dagen tot enkele weken, afhankelijk van je crew, de impact op het verkeer en de ondersteuning die je vraagt.
Zes Vlaamse steden hebben daarvoor een aparte dienst: Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven, Kortrijk en Oostende. Daar weten ze hoe het werkt. In een dorp waar zoiets één keer per vijf jaar voorvalt, ligt dat anders.
Daar bovenop komt de kostprijs. Een straat in een stad afzetten betekent verkeer omleiden, handelaars vergoeden, bewoners informeren, bewaking betalen en werken tussen een vuilniswagen en een schoolbel door. Een zandvlakte in de Kempen betekent één telefoontje en een parkeerplaats voor de camionette. Het Vlaams Agentschap voor Natuur en Bos stelt daarnaast een reeks natuurgebieden open voor opnames.
Voor een productie met een klein budget — en dat zijn de meeste Vlaamse films — is dat verschil geen detail. Dat is het verschil tussen drie draaidagen en zes.
Het geld wil dat je hier draait
Er is nog een reden waarom die camera überhaupt in Vlaanderen staat.
Naast het Vlaams Audiovisueel Fonds, dat naar het scenario en de artistieke kwaliteit kijkt, bestaat Screen Flanders. Dat is economisch geld, en het wordt toegekend op voorwaarde dat een productie een bepaald bedrag in Vlaanderen uitgeeft: aan crew, aan diensten, aan postproductie. Daar komt de federale taxshelter bij, waarbij bedrijven in een film investeren in ruil voor een belastingvoordeel.
Het gevolg: een film die zich in Berlijn of Napels afspeelt, wordt hier alsnog voor een groot stuk gedraaid. En een film die zich nergens in het bijzonder afspeelt, wordt gedraaid waar het het goedkoopst en het rustigst kan.
En dan is er nog wat een leeg landschap met een verhaal doet
Blijft het artistieke argument over, en dat is het minst toevallige van allemaal.
De Vlaamse film draait al decennia rond dezelfde thema's: opgroeien, familie, een gemeenschap waar je niet uit weg kunt. Die verhalen hebben een gesloten wereld nodig. In een grote stad kan een personage weglopen en verdwijnen. In een dorp aan de rand van een dennenbos, of in een badplaats in november, kan dat niet: iedereen kent je, en de horizon is de enige uitweg.
De kust doet daar nog iets bij. Buiten het seizoen is dat een decor dat je niet hoeft te bouwen: appartementsblokken zonder licht, een tram die leeg voorbijkomt, een strand waar niemand loopt. Melancholie voor de prijs van een treinticket.
Dus?
Dus nee, onze regisseurs zijn niet lui en ze zijn ook niet allemaal verliefd op hetzelfde beeld.
Ze werken in een land waar je van de kust tot de Ardennen tweehonderd kilometer rijdt, waar elke opname een vergunning vraagt, waar een stad afzetten geld kost dat er niet is, en waar het geld dat er wél is, eist dat je het hier uitgeeft.
In dat kader is een leeg landschap geen esthetische keuze. Het is het goedkoopste speciale effect dat Vlaanderen te bieden heeft: stilte, ruimte en een horizon, zonder dat je er iemand voor moet omleiden.
Dat het daarbovenop ook nog mooi is, mag je gerust meegenomen noemen.