Moord als avondvulling: de documentaires stapelen zich op en wij kijken massaal mee. Wat zegt die honger naar echt kwaad over ons, en waar wordt inzicht gewoon griezelig vermaak?
Er zijn mensen die in slaap vallen bij een documentaire over een seriemoordenaar. Niet omdat het hen koud laat, maar omdat het intussen zo geruststellend vertrouwd is geworden. True crime is het populairste genre van het moment: echte moorden, echte daders, echte tranen, netjes verpakt in aflevering na aflevering. En wij kijken. Massaal. De vraag is waarom.
Een moord als gezelschap
Netflix begrijpt het spel als geen ander. De reeks Monster deed eerst Jeffrey Dahmer, dan de broers Menendez, vorig jaar Ed Gein, en straks staat Lizzie Borden klaar. Daarnaast rolt de ene moorddocumentaire na de andere binnen, van Amerikaanse studentenmoorden tot Deense nachtmerries. Het is een lopende band, en hij draait omdat wij blijven kijken.
Waarom we het zo ‘leuk’ vinden
Voor je jezelf ziek verklaart: die fascinatie is diep menselijk. We willen begrijpen wat we niet kunnen bevatten. Hoe wordt iemand een monster? Had je het zien aankomen? Door mee te kijken, oefen je in het veilige donker van je zetel wat je in het echt nooit wil meemaken. Niet toevallig zijn het vaak vrouwen die true crime verslinden — precies zij die zich in het echte leven het vaakst onveilig voelen, en die willen weten hoe gevaar eruitziet. Het is geen ziekte. Het is een soort brandoefening.
Waar het wringt
Maar er zit een mens achter elk verhaal, en meestal een dode. Neem The Idaho Murders, over de moord op drie studenten in 2022. De nabestaanden zijn boos omdat de dader in een deal nooit een motief moest geven, en online spelen duizenden kijkers voor speurder: ze pluizen de overlevende huisgenoten uit en overladen hen met verwijten. Zo verandert een echte tragedie in een spel voor het grote publiek. Bij fictiereeksen zoals Monster klinkt telkens hetzelfde verwijt: dat ze doen alsof ze een spiegel voorhouden, terwijl ze vooral de moordenaar interessant vinden en de gruwel smakelijk maken.
Inzicht of vermaak?
Daar ligt de echte grens, en die loopt niet langs het onderwerp maar langs de aanpak. Een goede documentaire zet het slachtoffer centraal, houdt politie en macht een spiegel voor, en laat je iets begrijpen. Een slechte documentaire maakt van de dader een duistere held, met sfeervolle muziek en trage beelden, en van jou een gluurder. De eerste informeert. De tweede laat je smullen en noemt het dan "maatschappelijk relevant".
Er is niks mis met een fascinatie voor het duistere. De mens kijkt al naar rampen sinds hij rond een vuur zit. Maar houd één ding in gedachten terwijl je in één ruk die reeks uitkijkt: ergens zit een echte familie te kijken hoe hun ergste dag jouw dinsdagavondvulling werd. Kijk gerust. Maar onthoud dat de namen op het scherm geen personages waren.