Meer elektrische auto's verkopen klinkt voor een autofabrikant die miljarden in de elektrische omslag heeft gepompt als uitstekend nieuws. Bij Volkswagen zorgt het momenteel vooral voor een bijzonder vervelende paradox. Maar liefst 40 procent van het Europese orderboek bestaat inmiddels uit EV's, alleen verdient het concern daar minder aan dan aan zijn klassieke brandstofauto's. En alsof dat nog niet genoeg is, heeft ook Porsche een bijzonder duur cadeautje achtergelaten op de kwartaalrekening. Onder de streep: 5,82 miljard euro verlies in amper drie maanden.
Er zijn kwartaalcijfers waar je als CEO graag een PowerPointpresentatie voor laat maken. En er zijn kwartaalcijfers waarbij je overweegt de laptop dicht te klappen en te zeggen dat de wifi het niet doet. Volkswagen zit momenteel eerder in die tweede categorie.
Het Duitse autoconcern boekte in het derde kwartaal van 2026 een nettoverlies van 5,82 miljard euro. Een jaar eerder was dat ook al 1,07 miljard euro, maar blijkbaar vonden ze in Wolfsburg dat daar nog wat rek op zat. De omzet zakte ondertussen met 6,3 procent tot 75,3 miljard euro en operationeel ging Volkswagen 5,86 miljard euro in het rood.
Ook de verkoopcijfers geven weinig reden om spontaan de lederhose boven te halen. Volkswagen verkocht in het derde kwartaal 1,88 miljoen voertuigen, 15,1 procent minder dan een jaar geleden. Over de eerste negen maanden van 2026 gingen 5,88 miljoen auto's de deur uit, een daling van 10,6 procent.
Dat zijn nog altijd zoveel auto's dat je er een behoorlijke file mee kunt bouwen, maar voor een concern van het formaat Volkswagen is de richting belangrijker dan het absolute aantal.
Porsche doet bijzonder veel pijn
Een flink deel van de financiële ravage komt bovendien uit een hoek waar Volkswagen het enkele jaren geleden wellicht niet had verwacht: Porsche.
Volkswagen schrijft maar liefst 6,4 miljard euro af op de boekhoudkundige goodwill van het sportwagenmerk. Daar komt nog ongeveer één miljard euro aan afwaarderingen op bezittingen in China bovenop. Alles samen drukten bijzondere lasten voor 7,8 miljard euro op de resultaten van het derde kwartaal.
Porsche heeft zelf al een bijzonder moeilijk jaar achter de rug. Het merk moet miljarden investeren in een aangepaste productstrategie en heeft zijn elektrische ambities moeten bijstellen. De markt bleek namelijk iets minder enthousiast over een toekomst waarin zowat iedere Porsche zoemde dan enkele jaren geleden in de bestuurskamers werd aangenomen.
Dat is op zich al pijnlijk. Porsche moest jarenlang ongeveer de geldprinter van de Volkswagen-groep voorstellen. Nu blijkt er bij die geldprinter plots een rood lampje te branden en staat er iemand met een factuur van 6,4 miljard euro naast.
Over de eerste negen maanden van het jaar bleef bij Volkswagen daardoor amper 71 miljoen euro operationele winst over. Vorig jaar was dat over dezelfde periode nog 5,41 miljard euro. Netto staat het concern na negen maanden op een verlies van 2,72 miljard euro.
En dan is er nog de elektrische olifant in de garage
Tussen al die miljarden zit nog een probleem dat op langere termijn misschien interessanter is dan de eenmalige afschrijvingen.
Volkswagen verkoopt steeds meer elektrische auto's, maar verdient er voorlopig minder aan dan aan modellen met een verbrandingsmotor.
Dat wordt stilaan een vreemde situatie. Autofabrikanten hebben jarenlang tientallen miljarden geïnvesteerd om klanten richting elektrisch rijden te krijgen. Nieuwe platformen werden ontwikkeld, batterijfabrieken gepland, softwarebedrijven opgericht en zowat iedere presentatie bevatte op een bepaald moment het woord electrification. En nu begint het zowaar te lukken.
Inmiddels bestaat 40 procent van het Europese orderboek van Volkswagen uit volledig elektrische modellen. Alleen zijn die auto's voor Volkswagen minder winstgevend dan de benzine- en dieselwagens die ze geleidelijk moeten vervangen.
Je hoeft geen diploma bedrijfseconomie te hebben om het probleem te zien. Wanneer een steeds groter deel van je klanten kiest voor het product waarop je minder verdient, gaat je gemiddelde winstmarge niet spontaan de andere richting uit.
Dat betekent uiteraard niet dat elektrische auto's Volkswagen 5,82 miljard euro verlies hebben bezorgd. Het grootste deel van de klap in dit kwartaal komt van de bijzondere afschrijvingen, met Porsche op kop. Maar de lagere winstgevendheid van EV's is wel een structureel probleem en dus eentje dat niet vanzelf uit de boeken verdwijnt wanneer het volgende kwartaal begint.
Meer verkopen van het product waarop je minder verdient
Daar zit de paradox van de huidige automarkt. Europese fabrikanten moeten enorme bedragen investeren in elektrische modellen om te voldoen aan regelgeving én om de concurrentie met vooral Chinese merken aan te kunnen. Tegelijk moeten die EV's betaalbaar genoeg worden om klanten daadwerkelijk te overtuigen.
Dat laatste lukt steeds beter. Alleen zet precies die lagere prijsdruk de marges verder onder druk.
Daarbovenop komt China, jarenlang een bijzonder lucratieve markt voor Duitse automerken. Daar moeten Volkswagen en co tegenwoordig opboksen tegen lokale fabrikanten die elektrische auto's vaak goedkoper kunnen bouwen en in een tempo nieuwe modellen lanceren waar een Duitse productplanner lichte hartkloppingen van krijgt.
Volkswagen zit daardoor langs verschillende kanten gekneld. Het moet blijven investeren in elektrisch rijden, kan moeilijk zeggen dat klanten er vooral géén moeten kopen en ziet tegelijkertijd dat de auto's die de toekomst van het concern moeten vormen voorlopig minder geld opbrengen.
Je zou bijna heimwee krijgen naar de tijd waarin het grootste strategische vraagstuk was of de volgende Golf ronde of rechthoekige achterlichten moest krijgen.
31 miljard besparen
Volkswagen reageert zoals grote bedrijven doorgaans reageren wanneer de inkomsten onder druk staan en de kosten te hoog worden: er moet stevig worden gesnoeid.
Het concern werkt aan een kostenbesparingsprogramma van ongeveer 31 miljard euro. Dat bedrag alleen al geeft aan dat we niet spreken over wat goedkopere koffie in de vergaderzaal en voortaan dubbelzijdig printen.
Fabrieken, modellen, investeringen en personeelskosten liggen allemaal onder het vergrootglas. Volkswagen moet goedkoper auto's leren bouwen, terwijl het tegelijkertijd miljarden moet blijven investeren in batterijen, software en nieuwe elektrische modellen.
En dan blijft er nog Porsche, dat zijn eigen strategie moet bijsturen nadat de verwachte elektrische toekomst minder snel arriveerde dan gepland.
De ironie is behoorlijk groot. Jarenlang kregen Europese autofabrikanten te horen dat ze sneller elektrische auto's moesten bouwen. Nu bestellen Europese klanten die elektrische Volkswagens steeds vaker en blijkt het volgende probleem klaar te staan: Volkswagen verdient er minder aan.
Voor de elektrische transitie is 40 procent van het orderboek misschien uitstekend nieuws. Voor de boekhouder in Wolfsburg iets minder.