Dacia heeft de voorbije jaren een merkwaardige carrière gemaakt. Ooit kocht je er een auto omdat je vooral een auto nodig had en liever geen nier verkocht om hem te betalen. Tegenwoordig staan er Dacia's op de oprit waarvan niemand zich nog hoeft te verontschuldigen dat het een Dacia is. De Duster werd zowaar hip, de Bigster bewees dat ook een grote Dacia bestaansrecht heeft en nu komt daar de Striker bij. Een auto voor mensen die denken: “Die Bigster vind ik eigenlijk best leuk, maar moet alles tegenwoordig in godsnaam een SUV zijn?”
Voor die mensen heeft Dacia nu ook het belangrijkste cijfer bekendgemaakt. De Striker kost in België minstens 22.490 euro. Dat is niet meer het soort bedrag waarbij je spontaan controleert of er misschien een nulletje ontbreekt, maar zet hem naast vergelijkbare auto's en plots ziet de wereld er heel anders uit.
De Striker is namelijk 4,62 meter lang en slikt volgens Dacia 600 liter bagage. Daarmee kom je qua formaat en praktische bruikbaarheid aardig in het vaarwater van klassieke breaks zoals de Skoda Octavia Combi. Alleen begint die volgens de meegedeelde prijzen bij 33.880 euro. Dat is 11.390 euro verschil. Daarvoor kun je behoorlijk wat benzine kopen. Of LPG, want we hebben het tenslotte over een Dacia.
Een Bigster die wat dichter bij het asfalt staat
Eigenlijk kun je de Striker het makkelijkst begrijpen als een Bigster die besloten heeft zijn bergschoenen thuis te laten. De techniek is grotendeels vertrouwd, maar de verpakking ligt lager en lijkt meer op een verhoogde break dan op een traditionele SUV.
En misschien is dat net het interessante eraan. De automarkt is ondertussen zo verzot op SUV's dat je bijna begint te vermoeden dat een gewone gezinswagen binnenkort als exotisch voertuig moet worden ingeschreven. Wil je veel kofferruimte, een hoge zit, een stoer uiterlijk of gewoon drie boodschappentassen vervoeren, dan staat er tegenwoordig gegarandeerd ergens een SUV voor klaar.
De Striker doet het anders. Hij biedt de ruimte en een deel van de uitstraling waar SUV-kopers naar zoeken, maar zonder te doen alsof iedere rit naar de Delhaize het begin van een expeditie door de Karpaten is.
Voor 22.490 euro krijg je geen paleis
Nu moeten we Dacia ook niet plots tot liefdadigheidsinstelling promoveren. Voor 22.490 euro krijg je de Essential-uitvoering met een 1,2-liter motor van 140 pk. Geen motor waarmee je bij het verkeerslicht onmiddellijk het achterste van je vierwieler laat zien, maar voor een ruime gezinswagen lijkt 140 pk ons tegenwoordig nog altijd voldoende om zonder begeleidende politiewagen de E313 op te rijden.
Interessanter is dat die motor zowel benzine als LPG lust. Dat blijft een van die typische Dacia-eigenaardigheden waar andere merken nauwelijks nog naar omkijken, maar waarmee je aan de pomp wel een heel andere rekensom krijgt.
Wie wat meer wil, kan naar de Expression en daar kiezen voor een hybride aandrijflijn van 156 pk. Die kost 27.590 euro. Dezelfde hybride in de rijker uitgeruste Journey komt op 29.590 euro.
En dan is er de Extreme. Die doorbreekt zowaar de psychologische grens van 30.000 euro: 31.490 euro. Voor een Dacia. Tien jaar geleden had iemand je bij die zin waarschijnlijk gevraagd of je even wilde gaan liggen.
Daar staat wel wat tegenover, want voor dat bedrag krijg je volgens Dacia een hybride Striker met vierwielaandrijving én LPG. Probeer tegenwoordig maar eens een ruime hybride vierwielaandrijver te configureren zonder dat je bankapp begint te zweten.
En dan staat daar die Bigster
Daarmee komen we bij het probleem dat Dacia vooral voor zichzelf heeft gecreëerd. De Bigster begint bij 24.790 euro. De Striker is dus 2.300 euro goedkoper.
Voor dat extra geld krijg je bij de Bigster natuurlijk een duidelijkere SUV-verpakking. Hij staat hoger, ziet er robuuster uit en past perfect in een wereld waarin ongeveer alles met zwarte wielkastranden en een paar centimeter extra bodemvrijheid automatisch aantrekkelijker lijkt te worden.
Maar rationeel wordt de keuze interessanter. Wie vooral veel plaats wil, een ruime koffer nodig heeft en geen behoefte voelt om hoger boven de buurman in de file uit te torenen, krijgt met de Striker heel veel auto voor zijn geld. Bovendien ziet hij er net anders genoeg uit om niet de zoveelste SUV op de parking te zijn.
En daar zou Dacia wel eens een onverwachte troef in handen kunnen hebben, want jarenlang verdwenen breaks omdat iedereen een SUV wilde. Vervolgens werden SUV's zo massaal dat ze nauwelijks nog bijzonder zijn. Misschien komt er daardoor stilaan opnieuw ruimte voor auto's die lager, eenvoudiger en praktischer zijn.
Dat de goedkoopste Striker 22.490 euro kost terwijl een vergelijkbaar ruime Octavia Combi ruim 11.000 euro hoger begint, helpt natuurlijk ook.
De vraag is dus niet alleen of je voor een Striker of een Bigster kiest. De interessantere vraag is misschien hoeveel mensen bij Dacia straks ontdekken dat ze eigenlijk nooit een SUV nodig hadden.
En dat zou bijzonder grappig zijn. Uitgerekend Dacia, het merk dat jarenlang achter de autotrends aanliep, zou dan plots een auto hebben voor mensen die de grootste trend een beetje beu beginnen te worden.