Vrijdagmiddag, tussen kwart na vier en kwart voor vijf, werden in de Parijse metro drie vrouwen neergestoken in drie verschillende stations. Niet tegelijk, maar wel volgens hetzelfde patroon: snel, onverwacht, op plaatsen waar mensen zich veilig wanen. De feiten speelden zich af aan Arts-et-Métiers, République en Opéra. De slachtoffers raakten gelukkig slechts lichtgewond, al getuigen omstanders dat het geweld allesbehalve banaal was. Eén van de vrouwen bloedde hevig na een diepe snijwonde aan de dij, een andere werd in de rug geraakt.
De dader sloeg op de vlucht, maar werd enkele uren later opgepakt in Sarcelles, een gemeente ten noorden van Parijs. Volgens Franse media gaat het om een man afkomstig uit Mali, die bij de politie al langer gekend was. De terreurpiste werd vrijwel meteen uitgesloten. Het officiële verdict volgde snel en klonk ondertussen vertrouwd: “een verward persoon”, iemand met psychische problemen.
En zo verdween ook dit incident opnieuw in een categorie die we de laatste jaren opvallend vaak tegenkomen.
Het standaardframe: verward, bekend bij politie, maar vrij rondlopend
Wie de Europese nieuwsberichten van de afgelopen jaren naast elkaar legt, ziet een patroon dat bijna voorspelbaar is geworden. Steekpartijen in metro’s, op pleinen, in winkelstraten of op het openbaar vervoer worden zelden nog verrassing genoemd, maar bijna altijd verklaard. De dader blijkt dan “verward”, “psychisch instabiel” of “gekend bij de diensten”, maar tegelijk ook iemand die vrij kon rondlopen tot het moment dat het misging.
Dat frame stelt gerust en verontrust tegelijk. Het stelt gerust omdat het geweld wordt herleid tot een individueel probleem, losgekoppeld van ideologie of terrorisme. Het verontrust omdat het impliciet erkent dat de overheid wéét dat bepaalde mensen ernstig ontregeld zijn, maar er pas iets gebeurt nadat er slachtoffers vallen.
Psychiatrische zorg: overal erkend als probleem, nergens structureel aangepakt
Europa kampt al jaren met een chronisch tekort aan psychiatrische zorg. Wachtlijsten zijn lang, instellingen overvol en opvolging gebrekkig. Mensen met zware psychische problemen belanden vaak in een grijze zone tussen politie, sociale diensten en justitie, waarbij niemand echt verantwoordelijk is tot het fout loopt.
Dat geldt voor autochtone Europeanen, maar evenzeer voor mensen met een migratieachtergrond, die vaak nog minder toegang hebben tot zorg, taalbarrières ervaren en sneller uit het systeem verdwijnen. Het resultaat is een groep kwetsbare mensen die niet behandeld worden, maar wél in de publieke ruimte terechtkomen.
Wanneer het dan misloopt, wordt het incident individueel verklaard, maar het systeem blijft onaangeroerd.
Een ongemakkelijke vraag die zelden gesteld wordt
Europa besteedt jaarlijks miljarden euro’s aan internationale samenwerkingen, ontwikkelingsprogramma’s en klimaatprojecten in Afrika. Dat debat is op zich legitiem. Maar tegelijk wordt amper gesproken over de vraag wat er gebeurt wanneer mensen met zware psychische problemen migreren zonder begeleiding, opvolging of medische continuïteit.
Het probleem is niet waar iemand vandaan komt, maar dat niemand structureel nadenkt over geestelijke gezondheidszorg vóór, tijdens en na migratie. Niet in herkomstlanden, niet onderweg en niet bij aankomst. Daardoor worden psychiatrische problemen verplaatst in plaats van behandeld.
En dat is geen humanitair beleid, maar uitstelgedrag met slachtoffers als gevolg.
Tussen medelijden en ontkenning
Na elk incident volgt dezelfde reflex: begrip tonen voor de dader, medelijden uitspreken, en tegelijk benadrukken dat het “een alleenstaand geval” is. Maar hoe vaak kan iets alleenstaand zijn voor het een patroon wordt?
Zolang geweld telkens wordt gereduceerd tot individuele ontsporing, zonder structurele analyse van psychiatrische zorg, toezicht en verantwoordelijkheid, blijft Europa reageren in plaats van voorkomen. En zolang slachtoffers telkens “geluk hebben dat het meevalt”, blijft het wachten op het moment dat het níét meer meevalt.
Dit is geen pleidooi voor stigmatisering, maar voor realisme. Geen oproep tot hardheid, maar tot verantwoordelijkheid. Want een samenleving die psychische problemen erkent maar ze systematisch laat doorsluimeren tot geweld uitbreekt, faalt niet één keer, maar telkens opnieuw.