Factuur van het begrotingsakkoord belandt weer bij de middenklasse — topvermogens blijven onaangeroerd.
Het begrotingsakkoord van de regering-De Wever is nog niet verteerd, of de vraag wie precies voor de miljarden moest opdraaien, lag alweer op het bord. De oppositie van links tot rechts had de slogan al klaar: middenklasse, maakt u maar klaar. Maar wat blijft er over wanneer je de retoriek wegveegt en alleen de cijfers nog spreken?
Het Nieuwsblad op zondag vroeg het zich ook af en liet de KU Leuven er eens grondig op rekenen. En daaruit bleek vooral dit: de rekening wordt breed uitgesmeerd, maar één groep wandelt vrijwel onaangeroerd door het decor — de échte rijken.
De centenindex: chirurgisch of botte bijl?
De meest besproken ingreep blijft de centenindex: alles boven 4.000 euro bruto (of 2.000 euro voor uitkeringen) wordt in 2026 en 2028 maar gedeeltelijk mee geïndexeerd. Dat treft twee derde van wie door de statistieken als “rijk” wordt beschouwd: mensen die minstens het dubbele verdienen van het doorsnee inkomen.
Maar — en hier komt de klassieke Belgische kanttekening — een derde van diezelfde rijke groep merkt er amper iets van. Dat zijn de Belgen die leven van andere inkomsten: dividenden, vastgoed, vermogensstromen die zelden of nooit door indexmechanismen geraakt worden.
De middenklasse: breed én geraakt
De rest van het plaatje oogt voorspelbaar, maar daardoor niet minder pijnlijk. De hogere middenklasse (120–200 procent van de mediaan) verliest iets meer dan de helft. De ‘kernmiddenklasse’ (80–120 procent) wordt in een kwart van de gevallen getroffen.
Ze verliezen minder per individu dan de rijkere inkomens, maar wél met velen tegelijk: bijna tweederde van de loontrekkenden zit in die middengroepen. En wie met veel is, voelt samen altijd harder dan wie met weinig is maar veel verdient.
Ook bij de gepensioneerden valt de dreun breed, over bijna alle inkomensgroepen heen. Ambtenaren zitten daarbij iets zwaarder in de wind, maar dat is dan weer het gevolg van hoe hun indexstatuten in elkaar haken.
Nieuwe heffingen: consumptie, energie, vermogen
Dan zijn er nog de drie extra heffingensets — goed voor 2,5 miljard:
- Consumptie: hotels, vluchten, pakjes, ontspanning… Het rijkste kwart betaalt hier de grootste absolute hap, maar de ‘modale’ Belg draagt stevig mee. Vliegen doen de armsten inderdaad zelden.
- Energie: vooral middenklasse en kwetsbare gezinnen voelen dit, al wordt het enigszins gecompenseerd door een lagere elektriciteitsheffing.
- Vermogen: hogere effectentaks, hogere liquidatietaks. Richt zich op grote vermogens, maar niet noodzakelijk op de allergrootsten. Die zitten immers allang niet meer met hun kapitaal op klassieke effectenrekeningen, zoals experts droogjes opmerken.
Onvermijdelijke schade
Volgens academische analyses is het bijna onmogelijk om een begrotingsoefening van deze omvang te realiseren zonder de middenklasse mee te raken. Dat is simpelweg de grootste bevolkingsgroep én die met de hoogste levensstandaard.
En dan is er nog de context van het zomerakkoord, waar al extra druk werd gelegd op werklozen, langdurig zieken en toekomstige gepensioneerden. Dat men nu verder in de middenklasse en de rijken zoekt, past in dat patroon. De verhoging van de belastingvrije som moet daarvoor een gedeeltelijke compensatie vormen.
En wie ontsnapt? Juist: de écht rijke Belgen
Toch tekent zich één groep af die opvallend buiten schot blijft. De allergrootste vermogens — miljoenen, tientallen miljoenen — worden nauwelijks aangesproken. Een klassieke, vaak herhaalde vaststelling: alleen wie echt rijk is, moet niet mee in bad.
Een échte miljonairstaks is politiek onbespreekbaar, zeker bij MR of N-VA. Ideologisch, zo heet dat dan.
Wat hebben we vandaag geleerd?
Het begrotingsakkoord schuift de last breed door. De sterkste schouders dragen zeker meer dan vroeger, maar uiteindelijk bokst vooral de middenklasse — met alle schakeringen van hoger tot kern — mee in de ring. Niet omdat het moet, maar omdat het - zeggen ze - niet anders kan in een budgettair krap land dat vooral draait op modale inkomens.
Maar één ding valt op: in de hele choreografie van besparen en bijsturen, dansen de écht rijke Belgen wéér keurig langs de rand. En niemand die hen op de tenen trapt.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)