De boete als melkkoe: tot iemand de rekening bekijkt.
De discussie rond GAS-boetes en extra administratieve kosten is in Vlaanderen opnieuw opengebarsten. Gemeenten die jarenlang een extra kost aanrekenen bovenop lichte snelheidsovertredingen, krijgen van Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits (CD&V) nu te horen dat ze daarmee moeten stoppen.
De boodschap van Hilde: geen verborgen toeslagen meer bovenop een boete die wettelijk vastligt. Wat je niet mag optellen in de straf, mag je ook niet via de achterdeur recupereren als “verwerkingskost”.
Voor lokale besturen komt die tik op de vingers hard aan. Niet alleen politiek, maar vooral financieel.
De Limburgse lont in het GAS-kruitvat
De vonk kwam uit Limburg. In politiezone CARMA werd jarenlang een extra administratieve kost van iets meer dan tien euro bovenop GAS-boetes gezet voor lichte snelheidsovertredingen in zones 30 en 50. Het totaalbedrag liep zo op tot ruim zestig euro per overtreding.
Na een klacht werd dat systeem teruggefloten door de gouverneur van Limburg, die oordeelde dat een boete niet zomaar mag worden opgeblazen met extra kosten zonder wettelijke basis.
Dat oordeel werkte als een dominosteen. Want CARMA bleek geen uitzondering, maar eerder een creatieve voorloper.
Mechelen, Geel en anderen: het model is breder dan toegegeven
Ook andere steden en gemeenten pasten gelijkaardige systemen toe, met verwerkingskosten of administratieve toeslagen bovenop GAS-boetes. De redenering is simpel: het innen van boetes kost geld, en dat moet ergens worden gerecupereerd.
Maar precies daar trekt het Vlaams niveau nu een harde grens. Volgens de minister ontbreekt een juridische basis om die extra kost door te rekenen aan de overtreder.
Met andere woorden: een boete is een boete. Geen abonnement met servicekosten.
Miljoenenverlies of jarenlang creatief boekhouden
Voor de lokale besturen staat er veel op het spel. In sommige politiezones lopen de inkomsten uit die administratieve toeslagen op tot meerdere miljoenen euro per jaar.
Die inkomsten werden vaak gebruikt om de werking rond handhaving en inning te financieren - zeggen ze. Nu dat model onderuit gehaald wordt, dreigt een financieel gat dat niet zomaar opgevuld raakt.
En dus komt de voorspelbare reflex: verontwaardiging.
De pot en de ketel: Vlaanderen doet straks hetzelfde
Net daar wringt het schoentje. Want terwijl gemeenten op de vingers worden getikt, werkt de Vlaamse overheid zelf aan een systeem waarbij snelheidsovertredingen via trajectcontroles centraal verwerkt worden.
En ook daar duikt een administratieve kost op per boete.
De redenering van Vlaanderen en partners is duidelijk: wie de overtreding begaat, moet ook betalen voor de verwerking ervan. De overheid wil vermijden dat de belastingbetaler opdraait voor de handhaving.
Maar precies dat argument gebruiken gemeenten al jaren om hun eigen toeslagen te verantwoorden.
“Gelijk speelveld” of selectieve verontwaardiging
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) reageert scherp en vraagt een gelijk speelveld. Als Vlaanderen een eigen verwerkingskost invoert, dan kan je moeilijk lokale besturen verbieden hetzelfde te doen, klinkt het.
De kritiek is eenvoudig maar venijnig: als de ene overheid mag factureren voor administratie, waarom de andere dan niet?
Ook gerechtsdeurwaarders, die betrokken zijn bij de inning van achterstallige boetes, zitten met vragen over het verleden. Wat met oude dossiers waarin die extra kosten al aangerekend werden?
Op de achtergrond hangt zelfs de mogelijkheid dat burgers die ooit te veel betaalden, geld zouden kunnen terugvorderen.
Politiek comfort versus juridische realiteit
Wat hier botst, is niet alleen geld, maar vooral interpretatie van wat een boete mag zijn. Voor de ene overheid is het een vast bedrag, voor de andere een systeem waarin uitvoering en inning apart worden gefactureerd.
De juridische grens blijkt echter strikter dan sommige besturen jarenlang hebben aangenomen.
En zo ontstaat een klassiek Belgisch spanningsveld: iedereen deed het een beetje op zijn manier, tot iemand beslist dat het niet meer kan.
Dus? Wie mag nog factureren aan de burger?
De technische discussie over administratieve kosten, is uitgegroeid tot een principiële machtsvraag. Gemeenten verliezen een lucratieve bron van inkomsten, maar wijzen tegelijk naar een Vlaamse overheid die zelf richting een gelijkaardig model beweegt.
En dus blijft één ongemakkelijke vraag hangen: gaat het hier om rechtszekerheid, of gewoon om wie de factuur mag sturen?
(Foto: Xpi/Photo News)