Honderd dagen van stilte en strategie.
Honderd dagen is Bart De Wever premier van België. Honderd dagen waarin de stilte als strategie diende, de interviews spaarzaam maar trefzeker werden ingezet, en het land steeds verder wegzonk in begrotingsslijk, stakingen en communautaire lethargie. Nu de symbolische kaap is gerond, maakt De Wever de balans op: de toon is scherp, de boodschap ongemakkelijk duidelijk. De Titanic zinkt, en het kapiteinschap vereist koude botten.
Een sobere stijl en koude cijfers
Waar zijn voorganger nog grossierde in plechtige persmomenten en kabinetselfies, hanteert De Wever een soberder stijl. Minder profilering, meer regie. Geen warme bindteksten, maar koude cijfers. Geen charmeoffensieven, maar waarschuwingen in beton gegoten. Hij kiest zijn podia zorgvuldig – vier camera’s, vier netwerken – en laat daar zijn diagnose los: België verkeert in een budgettaire toestand die eerder aan een spoedgeval op intensieve zorgen doet denken dan aan een gezonde rechtsstaat.
De lege kas en de lange kuur
De federale kas is leeg, en het besef van die leegte is misschien nog zorgwekkender dan het gat zelf. Terwijl de uitgaven blijven stijgen en de inkomsten wegsmelten, houdt de premier de bevolking voor dat de echte kuur nog moet beginnen. Wat voor sommigen een begroting is, is voor De Wever een langdurige amputatie. En die gaat pijn doen. Niet even, maar tien jaar lang. En wie denkt dat het regeerakkoord zal volstaan om dat lijk recht te trekken, moet beter lezen. Of beter nog: wakker worden.
De wankele coalitie en de politieke nachtmerrie
Want de werkelijke storm woedt onderhuids. De coalitie van vijf leeft op dun ijs, waar elke extra besparing, elke hervorming of belastingimpuls potentieel explosief wordt. Enerzijds heb je partijen die geen belastingen dulden, anderzijds fracties die geen besparingen in de sociale zekerheid aanvaarden. Voeg daar nog een handvol politici aan toe die allergisch zijn aan nieuwe schulden, en je hebt een wiskundige nachtmerrie. De optelsom van al die veto’s leidt niet tot stabiliteit, maar tot verlamming.
Vakbonden in actie: de strijd tegen structurele hervormingen
En ondertussen lopen de vakbonden zich warm. Ze staken al tegen het beleid dat nog niet eens volledig is uitgerold. Tegen de pensioenhervorming, tegen indexverschuivingen, tegen elke maatregel die een greintje structurele ernst verraadt. Op sommige plaatsen, zoals bij het spoor, is de staking zo institutioneel geworden dat het lijkt alsof werken de uitzondering is. De premier ziet het allemaal gebeuren met de koelte van een veldarts die weet dat de patiënt kreunt, maar de scalpel toch dieper moet.
Onderwijs en justitie: de harde maatregelen worden doorgevoerd
Neem het onderwijs. Leerkrachten zullen hun index dit keer met een maand vertraging ontvangen. Geen ramp, maar symbolisch veelzeggend. Zelfs in de Vlaamse overheidsdiensten, doorgaans no-gozone voor federale hervormingen, wordt de knop stilaan omgedraaid. Het signaal is duidelijk: iedereen moet bijdragen. Ook wie dacht dat de besparingsregen wel boven een ander hoofd zou blijven hangen.
Ook bij justitie barst het van het verzet. Magistraten deinzen er niet voor terug om hun toga’s in protest te hijsen tegen pensioeningrepen. Maar als het gemiddelde pensioen ver boven de 7.000 euro schommelt, wordt de verontwaardiging moeilijker verkoopbaar. Zeker wanneer de rest van de bevolking zich mag tevredenstellen met een derde daarvan. Structurele solidariteit is een mooi woord, maar blijkbaar niet universeel toepasbaar.
De Brusselse impasse: een geval van bestuurlijke verlamming
En dan is er nog Brussel. De hoofdstad van het land is tegelijk het epicentrum van bestuurlijke stilstand én begrotingscatastrofe. Terwijl de andere gewesten regeringen vormden, blijft het in Brussel rommelen in de marge. Geen akkoord, geen richting, enkel verlamming. Maar de federale regering kijkt toe – of beter gezegd: wacht. Wacht tot het geld op is, en de vraag om hulp onvermijdelijk wordt. En als die komt, zal het geen blanco cheque zijn. Geen solidariteit zonder voogdij. Geen redding zonder voorwaarden. Wie zichzelf niet kan financieren, wordt behandeld als een zieke staat: Griekse toestanden, maar dan zonder zon en olijfbomen.
De Wever als chirurg van een zieke natie
De Wever positioneert zich daarmee als de chirurg van een zieke natie: kil, technisch, berekend. Geen pleisters, maar scalpelwerk. Geen ronkende beloften, maar sober bestuur. Hij weet dat het draagvlak broos is, dat stakingen op de loer liggen en dat politieke explosieven onder tafel liggen bij elke begrotingsronde. Toch trekt hij de lijn: hervormen of imploderen.
Een lange herfst van realiteitszin
En dus moeten de Belgen zich voorbereiden. Op jaren van snoeien, op pijnlijke ingrepen, op ministers die jaarlijks “peentjes zullen zweten” bij elke budgettaire oefening. De warme lente van beloftes ligt achter ons. Wat volgt, is een lange herfst van realiteitszin.