Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Eén school op zeven gebuisd door onderwijsinspectie

Redactie - 14-05-2025

Inspectie veegt vloer aan met Vlaamse scholen.

Een op de zeven Vlaamse scholen kreeg vorig schooljaar een onvoldoende van de onderwijsinspectie. Je leest het goed: één op zeven. Onze ministers mogen dan wel mooie woorden blijven verkopen over kennis, latten en doelen, de inspectie ziet vooral eilandjes, chaos en collectieve zelfoverschatting.

Inspectie speelt het hard: onvoldoende is écht onvoldoende

De Vlaamse onderwijsinspectie controleerde vorig jaar 622 instellingen: van gewone en buitengewone basisscholen tot kunstacademies, volwassenenonderwijs en CLB’s. Toen de dieren nog spraken was dat een kwaliteitscontrole, nu is het een regelrechte afrekening geworden. Liefst 14 procent van de scholen kreeg een ongunstig advies – een stevige stijging ten opzichte van de 9 procent in het vorige schooljaar. Vier instellingen presteerden zelfs zó erbarmelijk dat hun erkenning onmiddellijk op de helling werd gezet.

En nee, dat zijn geen vrijblijvende waarschuwingen meer. Scholen met een onvoldoende worden verplicht zich extern te laten begeleiden. Geen begeleiding? Dan volgt een doodeenvoudig verdict: exit erkenning. Zelfs instellingen die nét de dans ontspringen, worden nog op de vingers getikt: de helft van de scholen met een zogezegd “gunstig” rapport moet alsnog verplichte verbetertrajecten doorlopen.

Van visie naar vaagheid: het eilandensyndroom

Wat loopt er dan mis? Simpel, of beter té ingewikkeld: scholen blinken uit in vergaderingen, powerpoints en visieteksten, maar krijgen het niet voor elkaar die plannen te vertalen naar de realiteit van een klaslokaal. Inspecteurs stootten overal op hetzelfde probleem: er is wel een visie, maar niemand weet hoe die concreet moet worden uitgevoerd.

Een school zegt dat ze “rijk taalgebruik” wil stimuleren, maar vergat afspraken te maken over welke woorden dat precies zijn. Een andere school schermt met “leerlijnen”, maar blijkt in de praktijk een rommelmarkt waar elke leerkracht zijn eigen ding doet. Leerkrachten werken met de beste bedoelingen, maar vaak op hun eigen eiland. Resultaat: geen samenhang, geen continuïteit en vooral geen leerwinst.

In 63 procent van de basisscholen en 67 procent van de secundaire scholen faalt het onderwijskundig beleid volgens de minimale normen. Pardon? Ja, je leest het goed: tweederde van de scholen slaagt er niet in een degelijk leerbeleid te voeren. En dat ondanks 19 miljard euro aan jaarlijkse investeringen – zowat een derde van de Vlaamse begroting.

Directeur als figurant, leraar als solist

De knopen zitten overal. Soms is de schooldirecteur zélf het probleem: te weinig zichtbaar, geen voeling met wat er in de klas gebeurt. Soms zijn het de leerkrachten, die ondanks tonnen inzet geen gemeenschappelijk kader meekrijgen. En ondertussen wordt van scholen ook nog verwacht dat ze elke maatschappelijke kwaal opvangen: van armoede en diversiteit tot klimaat en mentale gezondheid. Veel taken, weinig structuur.

Volgens inspecteur-generaal Katrien Bonneux - in 'De Tijd -is de oplossing tegelijk eenvoudig én pijnlijk: “Zet in op hoge verwachtingen, sterke didactiek en professionalisering.” Maar daarvoor moet het management meer doen dan inspirerende slogans verspreiden. Leerkrachten moeten opleiden en samenwerken, niet improviseren en overleven.

Demir mag gaan dweilen

De cijfers zijn een zure appel voor minister Zuhal Demir (N-VA), die het onderwijsveld pas sinds kort in portefeuille heeft. Haar boodschap is dat ze scholen zal ondersteunen. Er komen nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs, dertig miljoen euro voor bijscholing en zogeheten ‘inspiratiescholen’ die collega’s moeten meetrekken. Klinkt goed, betuttelend ook, maar of dat volstaat om een doorgeslagen cultuur van vrijblijvendheid recht te trekken, is een andere vraag.

Want het onderwijs kampt al jaren met stilstand, en de Vlaamse toetsen, internationale rankings en inspectierapporten roepen allemaal hetzelfde: het wordt alleen maar erger. De tanker keert niet. Hij lekt, kreunt, en zinkt traag.

De lat ligt zogezegd hoger, maar niemand raakt er nog aan

Iedereen lijkt het eens: de lat moet omhoog, het curriculum moet kennisrijker, de leerlingen moeten weer echt iets kunnen. Maar terwijl die lat omhoog gehesen wordt, blijkt het onderwijsveld collectief een ladder vergeten te zijn. We spreken over ‘ambitie’, ‘excellence’ en ‘talentontwikkeling’, terwijl we in realiteit scholen dulden die de pedagogische samenhang al jaren kwijt zijn.

Nog triester: het enige dat nu effectief verandert, is de werkwijze van de inspectie zelf. Die zal voortaan vaker én onaangekondigd langskomen. Geen drie weken op voorhand nog een seintje. Gewoon kloppen, binnenwandelen, en kijken of er überhaupt iemand weet wat er in het leerplan staat.

Pisa komt eraan – hou je vast

Ben je klaar voor het volgende moment van collectieve Vlaamse schaamte: de nieuwe PISA-resultaten, eind 2026. Die gaan zwart-op-wit tonen waar we staan in vergelijking met de rest van de wereld. Tenzij er een wonder gebeurt op de speelplaats, belooft dat weinig goeds.

Tot dan blijft het zoeken naar de school die de boel wél op orde heeft. Ze bestaan, zeker. Maar ze worden zeldzaam – als oases in een landschap van pedagogische droogte. 

(Foto: Shutterstock)

Onderwijs Nieuws nationaal Schoolinspectie

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken