Zomerakkoord na nachtonderhandelingen: hervormingsmachine draait op volle toeren – maar waarom altijd in het holst van de nacht?
De federale regering-De Wever heeft na een nacht van uitputtings-onderhandelingen, een zomerakkoord bereikt. DE dames heren van de Wetstraat kunnen met vakantie, het land mag bibberen en beven voor nieuwe wetten en regels. Het akkoord raakt onder meer aan de pensioenen, de arbeidsmarkt, de zorg en het fiscaal beleid. Waarom worden zulke ingrijpende hervormingen structureel besproken tussen koffieslurpende onderhandelaars om vier uur 's ochtends, wanneer het gros van het land ligt te slapen?
Hervormen met de voet op het gaspedaal
Volgens premier Bart De Wever (N-VA) is het tempo waarmee zijn ploeg hervormt “ongezien in dit land”. En inderdaad: amper zes maanden na de eedaflegging ligt er een omvangrijk hervormingspakket op tafel. Met onder meer een pensioenmalus voor wie onvoldoende effectief gewerkt heeft, een lastenverlaging op arbeid, versoepelingen rond nachtarbeid en overuren, aanpassingen aan de gezinsfiscaliteit én nieuwe spelregels voor ereloonsupplementen in de zorg.
De timing van het akkoord, vlak voor de nationale feestdag, is symbolisch krachtig. Maar tegelijk doet de context vragen rijzen. Moet een structureel pensioenbeleid – met implicaties tot ver voorbij 2040 – echt beslist worden terwijl de meeste betrokkenen al meer dan 20 uur wakker zijn?
Pensioenmalus: wie niet genoeg werkt, voelt het
Het akkoord bevestigt dat wie vóór zijn wettelijke pensioenleeftijd stopt zonder een loopbaan van minstens 35 effectieve werkjaren, een korting op het pensioenbedrag krijgt. Die malus begint bij 2 procent en stijgt naar 5 procent. Zorgverlof en tijdelijke werkloosheid tellen mee als 'effectief gewerkt'; langdurige ziekte wordt later nog geëvalueerd.
Wie daarentegen wél 42 loopbaanjaren op de teller heeft, waarvan minstens 35 met minstens een halftijdse tewerkstelling, wordt ontzien. Tegelijk wordt de toegang tot het minimumpensioen versoepeld voor langdurig zieken en werklozen, als tegemoetkoming voor sociale partners binnen de meerderheid.
Werken moet lonen – zeker voor lage en middenlonen
Op fiscaal vlak trekt de regering de kaart van de werkenden. De belastingvrije som stijgt gradueel tot 15.300 euro in 2029. De bijzondere bijdrage sociale zekerheid wordt afgebouwd. De fiscale werkbonus wordt uitgebreid. Voor wie werkt zou dat tegen het einde van de legislatuur gemiddeld 100 euro extra netto per maand moeten opleveren. Ook zelfstandigen krijgen extra stimulansen, net als gepensioneerden die willen bijverdienen.
Opmerkelijk is dat de hervorming de klassieke gezinsfiscaliteit bijstuurt. De toeslag voor het eerste kind stijgt met 33 procent, waarmee de regering kiest voor een gerichtere aanpak met meer impact op kleinere gezinnen.
Nachtwerk en arbeidsduur: modernisering of flexibilisering?
Een belangrijk luik van het akkoord betreft de arbeidsmarkt. Het algemene verbod op nachtarbeid wordt opgeheven, al behouden huidige nachtwerkers hun bestaande loonvoorwaarden. De beperkingen op overuren versoepelen, net als de minimale tewerkstellingsdrempel voor contracten. Voortaan kan dus ook iemand met een zeer beperkt werkschema toch onder contract vallen. Tegelijk worden opzegtermijnen bij ontslag voor nieuwe contracten beperkt tot één jaar.
Volgens premier De Wever moet dit kader zorgen voor meer investeringen en jobcreatie. Maar critici zouden deze hervormingen ook als een stap richting verdere individualisering en flexibilisering van arbeid kunnen lezen – waarbij vooral de werknemer zich aanpast aan de noden van de markt, niet omgekeerd.
Zorg: ereloonsupplementen onder vuur
De hervormingen in de zorg richten zich op de ereloonsupplementen. Minister Vandenbroucke (Vooruit) wil plafonds invoeren – 25 procent bij ambulante zorg, 125 procent bij ziekenhuisopnames. De weerstand in medische kringen was fors: de artsen legden voor het eerst in decennia het werk neer. In het akkoord staat nu dat er eerst overleg volgt. Indien dat geen akkoord oplevert, grijpt de regering in 2027 zelf in.
Voor dit jaar komt er al een wijziging in de conventiestelsels: artsen die zich houden aan de afgesproken tarieven krijgen meer financiële stimulansen, waardoor supplementen ontmoedigd worden.
Begroting: lange weg te gaan
Vorige week werden ook afspraken gemaakt over andere gevoelige dossiers, zoals de fusie van de Brusselse politiezones en strengere regels rond gezinshereniging. Maar structureel blijft een groter probleem: de Belgische begroting stevent tegen 2030 af op een tekort van 6,5 procent van het bbp. Premier De Wever erkende dat er nog “veel werk op de plank ligt”. In zijn woorden: “We zijn nog niet aan het einde van dit verhaal. Misschien is dit enkel het einde van het begin.”
Waarom alweer om vier uur ’s ochtends?
Het politieke ritueel is intussen gekend: nachtenlange onderhandelingen die pas in de vroege uurtjes tot een akkoord leiden. Persconferenties met bleke gezichten, haastige fotomomenten, en de boodschap dat 'er hard gewerkt is'. Maar de vraag rijst: waarom moeten fundamentele beslissingen over miljoenen burgers keer op keer genomen worden wanneer de vermoeidheid al lang het beoordelingsvermogen heeft aangetast?
De hervormingen die zijn beslist – van pensioenen over arbeid tot zorg – hebben verregaande gevolgen. Ze raken aan de sociale structuur van het land. En toch worden ze finaal beslist op het moment waarop iedereen in de zaal al minstens een liter koffie op heeft en de eerste betrokkenen hun zinnen amper nog correct uitspreken.
Dat een politieke besluitvorming tijd kost, is logisch. Maar dat belangrijke akkoorden systematisch pas gesloten worden na 03:00 uur 's nachts, blijft merkwaardig. Als het akkoord werkelijk zo inhoudelijk doordacht en structureel is, waarom dan niet gewoon overdag onderhandelen – met helder hoofd, open dossiers en bij daglicht? Waarom moeten hervormingen die generaties raken, beslist worden in omstandigheden die zelfs de gemiddelde bedrijfsjurist zou afkeuren?
De federale regering hervormt, en dat zullen we met z'n allen geweten hebben. Maar als het serieus wil doorgaan als “de regering van de daadkracht”, dan is het misschien tijd om ook het format van de besluitvorming te hervormen. Want beleid voeren terwijl de helft van de ondertekenaars knikt van de slaap: dat is een model dat zelf dringend toe is aan vernieuwing.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)