Het drama in Brasschaat is verschrikkelijk. Vijf tieners die nog ‘een ritje’ wilden maken, een zware crash tegen bomen in een villawijk, een jongen van zestien die overlijdt, een minderjarige bestuurder zonder rijbewijs die nog vecht voor zijn leven… niemand met een beetje menselijkheid kijkt daar onbewogen naar.
En laat ons jet zeggen zoals het is: jongens van die leeftijd doen soms domme dingen. Zeker in groep. Zeker met adrenaline. Elke generatie kent verhalen van jongeren die grenzen opzoeken, risico’s nemen en zichzelf onsterfelijk wanen. Alleen liep het hier dramatisch fout af.
Maar tegelijk legt dit dossier opnieuw iets opvallends bloot over hoe media en politici vandaag omgaan met verkeersdrama’s.
Want stel even dezelfde feiten voor: een bestuurder zonder rijbewijs, bijna 100 km/u waar je 50 mag, een zware SUV en buurtbewoners die eerder al de politie belden voor gevaarlijk rijgedrag.
Normaal gezien zijn dat exact de ingrediënten waarbij Vlaanderen onmiddellijk overspoeld wordt met grote verklaringen over ‘wegpiraten’, ‘doodrijders’, ‘straffeloosheid’ en de nood aan nóg meer trajectcontroles.
De voorbije jaren werd Vlaanderen zowat herschapen tot één gigantische snelheidscontrolezone. Politici, waaronder Jan Jambon en zijn partijgenoten, verdedigden die aanpak steevast met dezelfde boodschap: snelheid doodt, regels zijn regels en wie te snel rijdt, brengt levens in gevaar.
De gemiddelde Vlaming die ergens 52 rijdt waar je 50 mag, wordt tegenwoordig al behandeld alsof hij half Fast & Furious heeft nagespeeld tussen schoolkinderen.
Maar nu het drama zich afspeelt in een rijke Brasschaatse omgeving, binnen een bekende hockeygemeenschap en bij families die de burgemeester persoonlijk kent, verandert de toon plots opvallend snel.
Plots gaat het over: ‘een hechte gemeenschap’, ‘jongeren die nog een ritje wilden maken’, ‘sereniteit’ en vooral: geen harde reacties op sociale media. Jan Jambon heeft dat namelijk ‘verboden’.
Nogmaals: menselijk is dat begrijpelijk. Wanneer je mensen persoonlijk kent, reageer je anders dan op een abstract politiebericht. Niemand verwacht dat Jan Jambon daar als een robot zou staan roepen over verkeershufters terwijl families hun kind verliezen.
Maar wat wél straf is, is de dubbele standaard die hier gehanteerd wordt. Want exact hetzelfde gedrag wordt in andere contexten vaak veel harder geframed. Dan verschijnen er artikels over straatracers, asociaal rijgedrag en jongeren die ‘de buurt terroriseren’. Dan klinkt er onmiddellijk politieke verontwaardiging en roept men om strengere controles.
Nu lezen we vooral emotionele reportages over villawijken, diepe oprijlanen, bloemen aan bomen en verdriet achter gesloten poorten.
En ook de mainstream media spelen daar een rol in. Neem het HLN-artikel over het ongeval. Dat leest bijna als een tragische Netflix-scène: ‘de stilte na de sirenes’, ‘een vrouwelijke schreeuw’, ‘een hechte gemeenschap’.
Allemaal zeer menselijk geschreven, absoluut. Maar tegelijk valt op hoe voorzichtig men omgaat met verantwoordelijkheid. Terwijl de feiten objectief bijzonder zwaar zijn. Straks gaan ze bij HLN nog beweren dat die boom zélf voor die Audi is gesprongen.
En misschien is dát precies waarom sommige mensen zich ergeren aan de manier waarop zulke drama’s gebracht worden. Niet omdat ze geen medeleven voelen — integendeel — maar omdat ze het gevoel krijgen dat media en politici afhankelijk van de betrokken families plots een andere taal beginnen spreken.
De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden. Ja, dit was roekeloos. Ja, dit had vermeden kunnen worden. Maar tegelijk zijn dit geen monsters of criminelen uit een actiefilm. Het zijn jongeren die een catastrofale beslissing namen en daarvoor de zwaarst mogelijke prijs betaalden.
Alleen zou het goed zijn mocht die nuance voor élke Vlaming gelden. Niet alleen wanneer het gebeurt in een villawijk waar ministers de families persoonlijk kennen.