De Amerikaanse box office verrasten dit weekend vriend en vijand.
Waar het vroeger vaak voorspelbaar was welke films gingen scoren en welke gingen floppen, lijkt het tegenwoordig een stuk minder eenvoudig.
Het filmgaande publiek heeft dan ook niet meer dezelfde smaak als pakweg tien jaar geleden.
Neem nu Demon Slayer: Infinity Castle.
De meeste analisten hadden een openingsweekend rond de 35 miljoen dollar verwacht. Fout gedacht: de anime opende met maar liefst 70 miljoen dollar, meteen goed voor het beste anime-debuut aller tijden.
Ter vergelijking: de vorige recordhouder, PokΓ©mon: The Movie (1999), haalde 31 miljoen dollar. En dat terwijl Demon Slayer in beperkte runs draaide: een waanzinnige 21.100 dollar per scherm gemiddeld.
Sony en hun Crunchyroll-label hebben hiermee hun grootste hit van het jaar beet.
Niet alle franchises houden het tempo vast. The Conjuring: Last Rites verloor 69% van zijn publiek ten opzichte van vorige week, maar dankzij de hoge start zal Warner Bros. er niet rouwig om zijn.
Downton Abbey: The Grand Finale deed het boven verwachting met 18.1 miljoen dollar, beter dan zijn voorganger. Gezien de grote internationale populariteit lijkt afscheid nemen van de serie misschien toch iets te vroeg.
The Long Walk, een Stephen King-verfilming met een jonge cast en Mark Hamill als schurk, bracht 11.5 miljoen dollar op. Met een budget rond de 20 miljoen dollar zit Lionsgate daarmee op koers voor winst. (Ondanks de grove bek van Stephen King)
De grootste afgang? Spinal Tap II: The End Continues.
De cultklassieker kreeg een vervolg, maar het publiek liet massaal verstek gaan. Met slechts 1.6 miljoen dollar en een schamele 872 dollar per scherm werd het zelfs bijna voorbijgestoken door de 60ste verjaardag-heruitgave van The Sound of Music (1.48 miljoen dollar).
Een pijnlijke echo van het origineel uit 1984, dat destijds maar 5.8 miljoen dollar opbracht in de zalen.
Volgende week probeert Jordan Peeleβs Him het roer over te nemen.