In Oostende werd woensdag officieel afgeteld naar de laatste honderd dagen voor het WK veldrijden, en P was erbij. Van 29 tot en met 31 januari vormt de kuststad het decor van de wereldkampioenschappen, die na zes jaar terugkeren naar Oostende.
In 2021 was Oostende ook al het decor van de UCI Cyclo-cross World Championships. Door de coronapandemie werden toen geen juniorenwedstrijden gereden en mocht er geen publiek aanwezig zijn. Begin volgend jaar zal de sfeer helemaal anders zijn, met een volledig sportief programma en tienduizenden toeschouwers langs het parcours. De organisatie is deze keer in handen van Flanders Classics, dat de kuststad nadrukkelijk in de kijker wil zetten.
CEO Tomas Van Den Spiegel ziet alvast een droomdecor aan de kust. âDit is een heel groot evenement op een iconische site. Je hebt hier de combinatie van onder meer de Wellington Renbaan, de Gaanderijen en de zee. Zo'n decor, daar kan je als organisator alleen maar van dromen.â
Twee bruggen, strandheuvels en een flinke portie show
Wie dacht dat de bekende brug uit de vorige editie opnieuw de grote blikvanger zou worden, is eraan voor de moeite. Flanders Classics wil het parcours grondig vernieuwen. âBij het vorige WK in Oostende ging heel veel aandacht naar de huizenhoge brug, maar dat concept wilden we niet zomaar kopiĂ«ren.â
De nieuwe omloop wordt 3,4 kilometer lang en krijgt twee bruggen over de tramsporen. Ook de dijk, de skyline, het casino en het strand worden in het parcours verwerkt. âWij willen en zullen Oostende in al haar gloren tonie. We nemen ook een stuk van de dijk, de skyline en het casino mee. Op het strand bouwen we ook een heuvel en zal een stukje verhard worden.â
Niet alleen mooi, maar ook technisch uitdagend
Op de Wellington Renbaan komt een klassiek en technisch parcours. Aan de finishzone wordt een stuk verhard, zodat de aankomst dichter bij de tribune ligt. De toeschouwers moeten de ontknoping dus van dichtbij kunnen volgen, terwijl de renners zich door de technische hindernissen worstelen.
âHet wordt een heel ander rondje dan bij het vorige WK, maar het is sportief heel aantrekkelijk en het zal Oostende in al zijn glorie tonenâ, klinkt het bij Van Den Spiegel.
De Vlaamse regering investeert bovendien 350.000 euro in het wereldkampioenschap. Een stevige duw in de rug voor het evenement, dat de kuststad internationaal op de kaart moet zetten. De verwachtingen liggen dus hoog. Nu is het aan de organisatie om te bewijzen dat het parcours meer wordt dan een mooi plaatje voor televisie.
70.000 bezoekers: de horeca mag dromen
Ook voor de lokale economie moet het WK een voltreffer worden. Toerisme Oostende verwacht zo'n 70.000 bezoekers tijdens het kampioenschap. Die supporters moeten niet alleen langs het parcours staan roepen, maar liefst ook blijven slapen, uitgebreid eten en de lokale handel een duwtje geven.
âDit is een heel belangrijk evenement voor onze stadâ, zegt voorzitter Rob Jonckheere (Vooruit) van Toerisme Oostende. âWe verwachten zoân 70.000 bezoekers tijdens het WK. Die mensen overnachten hier, eten hier in onze horecazaken en genieten van alles wat Oostende te bieden heeft. Nu kunnen we dat, in vergelijking met 2021, pas echt tonen.â
De boodschap is duidelijk: het WK moet niet alleen medailles opleveren, maar ook volle hotelkamers en draaiende horecazaken. In de Venetiaanse Gaanderijen komt bovendien een tentoonstelling over het WK veldrijden. Ook de lokale handelaars moeten bij het evenement worden betrokken. âWe gaan ook bekijken hoe we de lokale handelaars kunnen betrekkenâ, aldus Jonckheere.
Van wereldtoppers tot scholen: iedereen mag meedoen
Naast toppers als Wout van Aert en Thibau Nys krijgen ook recreatieve fietsers de kans om het parcours te verkennen. âWe gaan een week voor het WK de mensen ook de kans bieden om het parcours zelf af te lopen en er is een scholenchallenge in gang gestokenâ, vertelt Van Den Spiegel. Meer informatie daarover volgt later.
Op vrijdag 29 januari staat na de Team Relay ook het BK G-veldrijden op het programma. Renners met een verstandelijke beperking of autisme krijgen zo de kans om hun Belgisch kampioenschap te rijden in het kader van een internationaal topevenement. Daarmee wil de organisatie van het WK niet alleen een sportief hoogtepunt neerzetten, maar ook een evenement organiseren waar een breed publiek zich welkom voelt.