Wie de voorbije dagen de kranten opensloeg, kon er niet naast kijken. Minder snel rijden, meer thuiswerken, bandenspanning checken… en hop, je bespaart volgens de “experten” zo veel brandstof dat je ermee op weekendtrip kunt. Te voet dan wel natuurlijk. Mooie theorie. Alleen rijst de vraag: klopt dat ook buiten de PowerPoint?
Want vorige week klonk het bij VTM — en dus ook in de DPG-familie — nog dat je 23 procent bespaart door 100 km/u te rijden in plaats van 120. Deze week lezen we bij HLN dat je bij 100 in plaats van 130 km/u 15 tot 25 procent minder verbruikt. Vreemd, want het verschil in snelheid is groter, maar de besparing blijft… ongeveer hetzelfde. Oftewel: de vorken vliegen weer vrolijk door de lucht.
Wij besloten het simpel te houden. Geen studies, geen modellen, geen “kan oplopen tot”. Gewoon: rijden. Met onze BMW 128ti, op exact hetzelfde traject, onder zo constant mogelijke omstandigheden. Drie keer hetzelfde stuk snelweg van net geen 40 kilometer, ’s avonds bij weinig verkeer. Cruise control erop, boordcomputer (waarvan we eerder al testten door vol te tanken en zelf te berekenen hoe accuraat die is: heel erg accuraat) gereset aan exact dezelfde plek — de verkeerslichten aan de oprit — en rijden maar.
De resultaten?
100 km/u: 5,1 liter per 100 km
120 km/u: 5,3 liter per 100 km
130 km/u: 6,0 liter per 100 km
Dat betekent concreet: van 120 naar 100 km/u daalt het verbruik met… ongeveer 4 procent. Geen 23 procent. Geen spectaculaire besparing. Gewoon: een klein verschil. Zelfs de sprong van 130 naar 100 km/u — waar volgens HLN tot 25 procent winst te rapen valt — levert in de praktijk een besparing op van zo’n 15 procent. En dat is dan nog in quasi ideale omstandigheden: constant rijden, weinig verkeer, vlakke snelweg.
Met andere woorden: het soort situatie waarin die “experten” hun cijfers graag zien. En daar zit het probleem. Want wat in theorie klopt (minder snelheid = minder verbruik) wordt in de praktijk stevig opgeblazen. Die percentages van 15, 23 of zelfs 25 procent komen uit schattingen en ideale scenario’s: geen verkeer, geen wind, geen acceleraties, geen remmanoeuvres. De realiteit op de E313 om 8 uur ’s ochtends ziet er net iets anders uit.
Daar zit je niet netjes op cruise control. Daar zit je te remmen, op te trekken, weer af te remmen en je af te vragen waarom iemand met 100 km/u op het linker baanvak rijdt – een HLN-lezer wellicht.
Het gevolg? Die mooie besparingen smelten als sneeuw voor de zon. Niet dat je niets wint door trager te rijden. Natuurlijk wel. Maar het verschil is een pak kleiner dan sommige krantenkoppen doen uitschijnen. En dat is net het punt: het verschil tussen technisch gelijk hebben en eerlijk vertellen wat mensen echt mogen verwachten.
Het wordt helemaal interessant wanneer je die cijfers naast de andere “maatregelen” legt. Autoloze zondagen? Volgens dezelfde berekeningen goed voor… een tiental euro per jaar per automobilist. Bandenspanning optimaliseren? Nog eens een paar tientjes. Allemaal correct, allemaal netjes berekend, maar ook allemaal bijzonder bescheiden in impact. En toch worden ze verkocht alsof je er plots een halve tank per week mee uitspaart.
De conclusie is eigenlijk vrij eenvoudig. Ja, trager rijden helpt. Ja, minder rijden helpt nog meer. Maar nee, je gaat niet plots 23 procent besparen omdat je van 120 naar 100 km/u gaat. Tenzij je met een auto uit het jaar kruik met maar vier versnellingen rijdt misschien.
Misschien moeten we het dus gewoon eerlijk zeggen. Niet: “zo bespaar je honderden euro’s per jaar”. Maar: “je bespaart een beetje, en dat is oké”.
Of nog simpeler: de volgende keer dat iemand beweert dat je met 100 km/u rijden een kwart van je brandstofverbruik bespaart… vraag dan gewoon waarop hij dat getest heeft.
En vooral: of hij ooit zelf achter het stuur heeft gezeten.