Een organisatie zonder moreel kompas doorgelicht op de vooravond van het WK.
Mark Pieth, Zwitserse hoogleraar strafrecht en ooit door de FIFA zelf gevraagd om de zaak op te ruimen, vat tien jaar Gianni Infantino samen in één zin: een vrucht van dezelfde boom die jarenlang rotte appels heeft geproduceerd.
De boom is de FIFA. De voorgangers zijn João Havelange en Sepp Blatter, twee namen die voor altijd verbonden zullen blijven aan envelopjes met cash, gehuurde appartementen voor katten in de Trump Tower (Chuck Blazer, om precies te zijn) en miljoenen die verdwenen op weg naar trainingsvelden die nooit werden aangelegd.
In mei 2015 viel de Amerikaanse justitie het Baur au Lac binnen in Zürich. De helft van de FIFA-top verdween achter de tralies. Het was het moment waarop de wereldvoetbalbond kon worden gezuiverd. Het werd het moment waarop een nieuwe man werd aangewezen om de schijn op te houden.
Die man was Gianni Infantino.
Een kans van eens in je leven
Hij kwam binnen met de juiste woorden. Transparantie. Hervormingen. Goed bestuur. Iedereen geloofde hem op zijn woord. Michael van Praag, KNVB-voorzitter en zelf een jaar eerder gestrand in zijn poging Blatter af te zetten, sprak van brandschoon. Bert van Oostveen, toenmalig KNVB-directeur, zag in Infantino's programma de eigen plannen terug.
Infantino moest het opnemen tegen een Jordaanse prins, een Bahreinse sjeik, een kleurloze Fransman en een onbekende Zuid-Afrikaan. Hij was de underdog. Hij won, gesteund door een ongelimiteerd UEFA-budget. Het was theater. Geen transparantie. Maar het werkte.
Wat hij eerst deed
Drie maanden na zijn verkiezing, op het FIFA-congres in Mexico, voerde Infantino een statutenwijziging door die hij presenteerde als een formaliteit. De toezichthouders van de FIFA hoefden voortaan niet meer onafhankelijk te worden benoemd of ontslagen. De zaal stemde voor. Het was de kern van de hervormingen die hij had beloofd, en hij sloopte hem in stilte.
Hij ontsloeg de topmannen van de ethische commissie die corrupte FIFA-officials ten val hadden gebracht. Hij bemoeide zich met de positie van de Russische vicepremier Vitali Mutko, omdat een blokkade gevolgen zou hebben voor het WK 2018. Hij verving kritische stemmen door vazallen. Miguel Maduro, de Portugese hoogleraar die Infantino persoonlijk had gevraagd om FIFA's bestuurscommissie te leiden, stapte gefrustreerd op.
Hij begreep dat onafhankelijke commissies ook echt onafhankelijk moesten zijn. Maar hij heeft die beloftes nooit waargemaakt, zegt Maduro nu.
De geldmachine
Onder Infantino is de FIFA geen voetbalbond meer. Het is een geldmachine. Recordbedrag van 13 miljard dollar verdiend aan de huidige WK-cyclus. Een WK uitgebreid naar 48 landen — meer wedstrijden, meer uitzendrechten, meer kaartverkoop. Een opgeblazen WK voor clubs waarvan zelfs verstokte liefhebbers de wenkbrauwen optrokken. Een eigen cryptomunt die hij liet onderzoeken.
Toen hem werd gevraagd naar de ticketprijzen voor het komende WK, kaartjes voor de finale tot twee miljoen dollar, lachte hij. Hij zou diegene hoogstpersoonlijk cola en een hotdog brengen, zei hij. Opgewekt als altijd. Onder een artikel waarin hij de prijzen verdedigde — marktconform, het is wat de gek ervoor geeft — schreef een lezer van The Athletic: een griezel van een vent.
Saoedi-Arabië werd onder zijn leiding aangewezen als WK-organisator in 2034. Zonder concurrentie. Naar de toewijzing van Qatar 2022, gewonnen via een spoor van envelopjes, voelde hij geen aandrang om verder te wroeten.
De Trump-fluisteraar
Vorige maand zette de politieke nieuwssite Politico Infantino op de 28ste plaats in haar lijst van invloedrijkste figuren in Europa voor 2026. Niet als voetbalbaas. Als Trump-fluisteraar. Een kale, bombastische voetbalbureaucraat uit Zwitserland, in het gezelschap van regeringsleiders.
Infantino verhuisde het FIFA-kantoor naar de Trump Tower. Hij bedacht een eigen vredesprijs en reikte die uit aan Donald Trump — dezelfde Trump die een regeringsleider liet ontvoeren en bommen op Iran liet gooien, een land dat dit jaar nog moet deelnemen aan het WK. Toen Trump zijn Board of Peace lanceerde, zette Infantino zonder verpinken een rood petje op met Trump 2024–2028. De FIFA-statuten schrijven politieke neutraliteit voor. Niemand vroeg ernaar.
Toen twintig wereldleiders bijeenkwamen in Sharm-el-Sheikh voor een vredesdeal voor Gaza, stond Infantino erbij. Mijn close friend Trump had het me gevraagd, was zijn verdediging. Het was hem overkomen, zo presenteerde hij het.
Tegelijk weigerde hij Israël uit het internationale voetbal te zetten, ondanks de groeiende roep om een boycot. Daar werd de FIFA plots bescheiden: we kunnen geen geopolitieke problemen oplossen, zei hij. Alsof hem was gevraagd de oorlog te beëindigen. Twee maten. Eén weegschaal.
De magische bal
In Infantino's recente biografie druipt de liefde voor de bal van de pagina's. De magische bal die hij elke ochtend aanraakt als hij de deur van zijn werkkamer openduwt.
Critici zien in Infantino en Trump two of a kind. Narcistisch, opportunistisch, bezeten door macht. Mark Pieth zegt het anders: je krijgt het gevoel dat je een tweeling ziet. Allebei egocentrisch. Allebei toe aan publiek dat applaudisseert.
Maar er is een verschil. Trump overschat zijn macht — zie Iran. Infantino doet het tegenovergestelde: hij duikt weg wanneer de vlammen te dichtbij komen.
Persconferenties heeft hij jaren geleden afgeschaft. Interviews geeft hij alleen nog aan vrienden van het huis — YouTuber IShowSpeed mocht onlangs aanschuiven. Toen een Noorse onderzoeksjournalist op een FIFA-congres vroeg waarom er geen pers meer werd toegelaten, antwoordde de woordvoerder van Infantino doodernstig: hoe vaak spreek jij met regeringsleiders?
De president die het voetbal verdient
Tweehonderdelf voetbalbonden krijgen meer geld uit de FIFA-ruif overgemaakt dan ooit. Ze stemmen voor Infantino. Ze zwijgen over de rest. Alleen de Noorse bondsvoorzitter Lise Klaveness durft openlijk kritiek te uiten — één stem in een zaal van tweehonderdelf.
Volgend jaar zijn er weer FIFA-verkiezingen. Infantino's vierde termijn lijkt, met de steun van Azië en Afrika, een formaliteit. Sjeik Salman, de Bahreinse sjeik die hem in 2016 had moeten verslaan, jubelt nu: de FIFA staat er beter voor dan ooit.
Bonita Mersiades, de Australische klokkenluider die ooit voor het Australische WK-bid werkte en zag hoe twijfelachtige bedragen verdwenen in zakken van FIFA-bestuurders, zegt het zo: dat was het probleem met Havelange. Dat was het probleem met Blatter. En nu zien we het ook met Infantino.
Misschien begon Infantino zelfs als een goed mens, oppert ze. Maar door dat FIFA-jasje wordt iedereen iemand anders.
De cultuur is niet veranderd
Miguel Maduro, die had moeten meebouwen aan de schoonmaak, vergelijkt de FIFA met een politiek kartel dat tegelijk als een economisch kartel werkt, omdat het de voetbalmarkt volledig beheerst. En geen enkel kartel wordt ooit van buitenaf vernietigd.
Mark Pieth, die het van dichtbij heeft gezien onder Blatter vat het samen in één conclusie: hij heeft de cultuur niet veranderd. En als je de cultuur niet verandert, verandert er uiteindelijk niets.
De boom staat er nog. De appels zijn anders genummerd. De rest is precies hetzelfde.
Met aftrap van het WK over enkele dagen kijkt de wereld toe. Naar het voetbal. Niet naar wat het voetbal aan de macht heeft geholpen. Het zou onbeleefd zijn de feeststemming te bederven.
Tweemiljoen dollar voor een finaleticket. Een hotdog en cola gratis bij levering.
Lachen mag.
(Foto: Shutterstock)