Men zegt wel eens dat nood de moeder van de uitvinding is, en dus is het logisch dat deze dingen die eigenlijk niemand nodig had, nooit echt zijn blijven hangen.
Innovatie is altijd een gok, en wat in eerste instantie een briljant idee leek, kan achteraf behoorlijk belachelijk ogen.
Auto’s uit de jaren ’60 en ’70 hadden vaak iconische designs en geslaagde vondsten, maar sommige snufjes sprongen er vooral uit omdat ze compleet de plank missloegen.
Van hondenzakken tot identiteitsplaatjes, laten we eens een kijkje nemen.
IJsblokjesmachine
De weinig fantasievol genoemde Toyota Van uit 1984 kwam met een optie die je eerder verwacht in een Hilton dan op de snelweg: een ingebouwde ijsmaker.
Het idee was ongetwijfeld revolutionair voor de drie mensen die in de jaren ’80 hun Bacardi Cola in de file koud wilden houden, maar praktisch gezien was het zo nuttig als een zonnebank in de Sahara.
Ja, Toyota heeft dit écht in hun brochure gezet. Ice, Ice…no thanks baby.
Derde Oog
De Tucker 48 uit 1948 had een extra, cycloop-achtig koplampje midden op de neus dat vrolijk meedraaide met de stand van de voorwielen. Visionair, futuristisch… en vooral creepy, alsof je auto je plots met één groot lichtgevend oog zat aan te staren.
Het was zelfs vooruitstrevend: de lamp draaide mee in bochten en verbeterde het zicht.
Alleen jammer dat Tucker Motors na amper 51 exemplaren op de fles ging, de derde lamp was dus minder een blik op de toekomst en meer een lichtstraal richting faillisement.
Dodge La Femme
In 1955 dacht Dodge: “Hoe verkopen we auto’s aan vrouwen? Juist, we spuiten hem roze en gooien er een handtas bij.”
En zo werd de Dodge La Femme geboren, compleet geleverd met lipstickhouder, poederdoos en kam. Want uiteraard wil elke vrouw tijdens het autorijden vooral weten waar haar make-up zit, niet waar de remmen zijn.
Het was bedoeld als emanciperend marketinggenie, maar kwam vooral neer op: “Hier dames, een Barbie-auto met accessoires, veel plezier.” Het model flopte gigantisch en verdween na twee jaar.
Blijkbaar wilden vrouwen liever een normale auto… of misschien gewoon serieus genomen worden.
Hondenhangzak
“Waarom zou je je hond op de achterbank zetten, als je hem ook in een canvas zak aan de zijkant van de auto kan hangen?”
En jawel: de Dog Sack werd geboren tijdens de jaren '30. Een soort hangmat om je viervoeter buiten de wagen te vervoeren zodat je mooie zetels proper bleven.
Klinkt handig, tot je bedenkt wat er gebeurt als je een smalle parkeerplaats moet inrijden of langs een paaltje scheert.
Kai-jiet!
Reserveband-ruitensproeier
De Volkswagen Kever van 1961 had nog geen zin om een aparte pomp voor ruitensproeiervloeistof in te bouwen. Oplossing? Gewoon de lucht uit je reserveband gebruiken om het water op de voorruit te spuiten.
Best slim… tot je plots een lekke band hebt en ontdekt dat je zonder reservewiel vastzit op de E40.
Het is het soort “Duitse degelijkheid” dat tegelijk geniaal én totaal absurd was.
Stofzuiger-asbak
In de jaren ’50 waren General Motors van mening dat paffen in de auto nóg leuker kon.
Het resultaat: de vacuum-powered ashtray. In plaats van je peuk uit het raam te gooien , kon je de as netjes laten opzuigen door een buisje dat alles in een soort mini-stofzuiger draaikolk liet verdwijnen.
High-tech, glamorous… en volstrekt overbodig.
Want wat is er veiliger dan je aandacht van de weg halen om gefascineerd naar ronddraaiende sigaretten-as te staren?
Speciale airco
De Pontiac Firebird uit 1977 had een airco-opening op een nogal… strategische plek: recht onder het stuur, perfect gepositioneerd om een frisse bries tussen je benen te blazen.
Luxueus volgens de folder, maar in de praktijk vooral een koude douche voor je edele delen.
Het idee was waarschijnlijk bedoeld om lange ritten aangenamer te maken, maar bezorgde je eens blauwe ballen, zonder dat je partner aan je handrem moest trekken.
Champagnekoeler
In een aangepaste Rolls-Royce Silver Wraith uit 1954 zat onder de passagiersstoel een vergulde houder die officieel diende als champagnekoeler.
“Sorry darling, de Moët staat letterlijk onder je kont.”
Alleen… dat reservoir had ook een klepje waarmee de inhoud rechtstreeks de straat op kon worden gekieperd. De eigenaar zwoer dat het écht alleen voor bubbels was, het ding zag er verdacht veel uit als een gouden urinoir.
Springstoeltjes
De Subaru BRAT uit de jaren ’70 kwam met twee achterwaarts gerichte stoeltjes in de laadbak, puur om de Amerikaanse belastingdienst te slim af te zijn.
De VS hief toen namelijk een zware importbelasting op pick-ups, maar niet op personenwagens. Dus plakte Subaru er twee stoelen met veiligheidsriemen in en poef: ineens een “passagiersauto”.
Tieners dus in de achterbak die eruitzagen alsof ze deelnamen aan een slecht idee van Jackass, terwijl Subaru miljoenen aan invoerrechten uitspaarde.
Geniaal én levensgevaarlijk in één adem.
Mini-bar in de wagen
De Cadillac Eldorado Brougham uit 1957 had in het handschoenkastje een heuse minibar, compleet met magnetisch bevestigde shotglaasjes.
Het was een tijd waarin gordels optioneel waren en drinken achter het stuur blijkbaar gezien werd als “part of the experience.”
De wet verbood het nog niet streng, maar de natuurkunde deed dat wél: ook in 1957 werd je gewoon dronken en reed je als een idioot.
Reliant Robin
Dankzij een juridische maas in de wet werden driewielige auto’s in het Verenigd Koninkrijk van de jaren ’70 officieel beschouwd als motorfietsen.
Handig, want je had dus enkel een motorrijbewijs nodig om er eentje te besturen. Dat leidde tot een golf goedkope driewielers zoals de legendarische Reliant Robin.
Het ding had wel de stabiliteit van een omgevallen campingstoel. Een stevige windvlaag, een scherpe bocht of gewoon te hard niezen en hop, de Robin lag al op zijn zij.
Toch bleef hij populair, vooral bij mensen die dachten dat brandstof besparen belangrijker was dan rechtop blijven staan.
Pols-draai-stuur
In 1965 kwam Ford met een stuurconcept dat meer weg had van een Star Wars-cockpit dan van een gewone auto: de Wrist-Twist Steering.
Twee kleine roterende schijven vervingen het klassieke stuurwiel, zogezegd om fileparkeren kinderspel te maken.
Leuk idee… tot je je afvroeg hoe je in godsnaam snel moest uitwijken voor een plots overstekend hert. Veiligheidsexperts noemden het dan ook terecht een recept voor paniek en chaos.
Het bleef dus bij een futuristisch speeltje dat vooral bewees dat niet elke innovatie even veel zin heeft, tenzij je toevallig een TIE Fighter wilde besturen op de E19.
Draai-fauteuil
De Buick Flamingo uit 1961, speciaal gebouwd voor de laatste General Motors Motorama-show, had een “revolutionair” snufje: een passagiersstoel die 180 graden kon ronddraaien.
Klinkt alsof je een rijdende woonkamer kreeg, maar de realiteit was minder spectaculair, alleen de bijrijdersstoel kon het.
Dus terwijl de bestuurder zich in het zweet werkte achter het stuur, kon de passagier zich nonchalant omdraaien om de achterbank te entertainen.
Handig voor small talk, minder handig bij een frontale botsing. Het idee verdween sneller van de markt dan de Flamingo zelf.
Lichtgevende banden
Waarom zouden alleen koplampen licht geven? Laat ons de banden zelf laten oplichten. Aldus Goodyear in 1961.
Het resultaat: transparante banden met ingebouwde lampen die je auto ’s avonds veranderden in een rijdende kermisattractie.
Het idee had één klein nadeel: er zaten letterlijk glazen lampen in je banden. Veiligheidstechnisch ongeveer even snugger als vuurwerk opslaan in je handschoenkastje.
Geen wonder dat dit snel van de markt verdween.
Highway Hi-Fi Platenspeler
Lang voor Bluetooth, cd’s en zelfs cassettebandjes, dacht Chrysler in de jaren ’50: “We steken gewoon een platenspeler in de auto!”
Zo ontstond de Highway Hi-Fi, een ingebouwd draaitafeltje dat speciaal geperste zware platen afspeelde op de uiterst hippe snelheid van 16⅔ toeren per minuut.
Het idee was dat de extra massa het springen van de naald zou tegengaan terwijl je over kuilen en drempels denderde. In de praktijk kreeg je eerder een remix avant la lettre: schokken, gekraak en geruis met een beetje Elvis Presley er tussen in.
Identiteitsschijven
In de jaren ’30 kwam iemand met het briljante idee om vluchtmisdrijven op te lossen met… ejector-schijfjes. Bij een botsing zouden metalen plaatjes met je nummerplaat uit de bumper schieten en op de plek van het ongeval achterblijven.
In theorie dus een soort analoge black box, in de praktijk een garantie dat je na elke kleine botsing je eigen bewijsmateriaal achterliet.
Het concept haalde nooit de massaproductie.
Swing-Away stuur
De Ford Thunderbird van 1961 bood voor een luttele 25 dollar een extraatje dat klonk als pure magie: het Swing-Away Steering Wheel.
Bij het in- en uitstappen schoof het hele stuur zowat 30 centimeter naar rechts, zodat je niet langer gymnastische toeren hoefde uit te halen om achter dat enorme dashboard te kruipen.
In de praktijk echter was het een bewegend stuk metaal dat een grote kans had om vast te lopen net op het moment dat je écht wilde sturen.