Bezint, eer ge (eraan) begint: kinderen kosten geld.
Een laptop voor elk kind. Dat was ooit het grote onderwijsspeerpunt van Ben Weyts. Vandaag klinkt het helemaal anders. Zijn opvolgster Zuhal Demir snoeide het plan terug tot wat zij een digi-dieet noemt. Het resultaat: grote prijsverschillen tussen scholen en ouders die steeds vaker zelf de rekening gepresenteerd krijgen. De ene leerling tikt in op een Chromebook van 400 euro, de andere sleept een toestel van bijna 1.000 euro mee naar de les. Gratis blijkt nergens echt gratis.
Van belofte naar factuur
Onder Weyts werden laptops naar voren geschoven als hét symbool van modern onderwijs. In theorie kreeg elk kind er één, in de praktijk was dat bij minder dan een derde van de leerlingen het geval. De rest moest rekenen op jaarlijkse gebruiksvergoedingen die konden oplopen tot 150 euro. Het Rekenhof becijferde dat 70 procent van de scholen zulke bijdragen aanrekende. Toch bleef de belofte van ‘gratis’ overeind.
Demir koos voor een andere aanpak. Het budget voor digitale middelen daalde van 400 naar 325 miljoen euro, gespreid over vijf jaar. Geen blanco cheque meer voor toestellen, wel meer nadruk op infrastructuur en groepsaankopen. Tegen september 2026 moet elke school een ICT-plan hebben dat bepaalt of en hoe leerlingen een laptop krijgen.
Verschillen tussen scholen
In de praktijk leidt dat tot een lappendeken van systemen. Het Lutgardiscollege in Brussel kiest voor Chromebooks van ongeveer 400 euro, betaalbaar en eventueel te huur voor 20 euro per maand. “We zitten met veel kwetsbare gezinnen. De prijs mag geen drempel worden”, zegt directrice Sabine Verheyden in ‘De Morgen’.
Andere scholen gaan een heel andere richting uit en rekenen tot 927 euro aan voor toestellen. Vaak omdat ze te lang moesten wachten op duidelijke richtprijzen vanuit de Vlaamse regering of omdat de budgetten pas laat worden uitbetaald. Wie zekerheid mist, schuift de factuur simpelweg door naar de ouders.
Collectief versus individueel
Basisscholen worden vanaf nu aangemoedigd om te investeren in collectieve ICT-infrastructuur: digitale borden, netwerkpunten, gedeelde tablets. In het secundair mag elke school zelf beslissen of ze een laptop per leerling voorziet. Het gevolg is een hybride systeem dat tegelijk vrijheid geeft en ongelijkheid voedt.
Laptops gaan gemiddeld vier tot vijf jaar mee. Scholen die hun budget onder Weyts meteen uitgaven, moeten nu vervangingen voorzien. Instellingen die hun middelen gespreid inzetten, kunnen langer verder. Het verschil voel je rechtstreeks op de schoolfactuur.
Geen gratis onderwijs
De digi-dieet-aanpak van Demir mag rationeel lijken – minder budget, meer efficiëntie via groepsaankopen – maar ze legt ook bloot wat al langer duidelijk was: het sprookje van gratis onderwijs houdt geen stand. Scholen rekenen kosten door, ouders compenseren via maandelijkse bijdragen, leerlingen merken de ongelijkheid in hun boekentas.
Een Chromebook van 400 euro of een high-end laptop van 900 euro: beide zijn evenzeer een toegangsticket tot het digitale klaslokaal, maar ze tonen tegelijk hoe breed de kloof kan zijn in een systeem dat ooit beloofde gelijke kansen te garanderen. Het gratis verhaal is begraven; wat rest is de rekensom die elk gezin zelf moet maken.
(Foto: Shutterstock)