Het verkeer zit vol ergernissen waarmee we allemaal al genoeg te maken kregen: linksplakkers die mordicus volhouden dat ze ‘op de maximumsnelheid rijden, dus er moet niemand meer voorbij’, bumperklevers die op je achterbumper wonen, richtingaanwijzerweigeraars (‘ik draai wel zonder richting– gij raadt maar’), karavaanrijders die met drie vrachtwagens tegelijk willen inhalen op een helling, zigzaggers met een spaarleasebak die denken dat ze Ayrton Senna zijn,…
Maar sinds een half jaar is er een nieuw fenomeen dat misschien nog irritanter is dan al die oude klassiekers samen. We geven hem een naam, want wie een naam heeft, bestaat: de mee-accelereerder.
Dat type dat heel de rit vóór je kachelt op 45 km/u in een 70-zone, waardoor zelfs je adaptieve cruise control begint te huilen. Eerst denk je: ach ja, misschien is het een voorzichtig oud dametje, iemand die de weg niet kent, een mens die net een zware week heeft gehad. Maar dan komt die éne zeldzame plek waar je eindelijk, legaal én veilig, kunt inhalen.
Je checkt links, richtingaanwijzer, je geeft gas, klaar om er voorbij te glijden als een gentleman op de autostrade in Duitsland.
En dan gebeurt het.
Alsof een demon uit het dashboard kruipt, drukt de chauffeur (waar je intussen naast hangt) zijn pedaal tot op de vloer. Plots kunnen ze wél versnellen. Waar waren die paardenkrachten tien seconden geleden?
Er ontstaat een absurde sprint die niemand wilde: jij met 90, hij met 91, op de nationale weg.
En negen op de tien keer, vreemd genoeg, gaat het om een elektrische auto. Tesla’s, Hyundais, Kona’s, Kia’s, Cupra Borns: je ziet het hele EV-park passeren.
Het doet vermoeden dat er twee interne processen botsen in dat hoofd: tot net daarnet batterij sparen, langzaam optrekken, regen-brake, range-schrik. Maar nu jij wil inhalen? Kijk eens wat ik kan, mijn batterijwagen is een raket!
Misschien speelt ego mee. Misschien denkt de bestuurder dat jij hem of haar wil vernederen. Misschien is het gewoon reflex. Misschien voelt de elektromotor zich beledigd: “Wat? Jij wil me voorbij? Echt waar? Wacht, ik laat je iets zien. Volts en Ampères, joenge!”
Het resultaat is hetzelfde: pure verkeersfrustratie met een vleugje surrealistisch Belgisch absurdisme.
Misschien moeten we als maatschappij campagne voeren tegen deze nieuwe plaag. Bumperkleven? Slecht. Drinken en rijden? Verboden. Mee-accelereren bij inhaalmanoeuvre? Verplicht drie uur verkeerseducatie én een rijopleiding met hinderlijke situatie-simulator.
Want wie echt zuinig wil rijden, bespaart niet op snelheid, maar op stress. En niets verspilt meer energie, batterij én menselijk, dan een domme machtsstrijd op een baan waar niemand wint. Behalve je cardioloog dan misschien.