Stille onderhandelingen, grote ambities: België flirt opnieuw openlijk met kernenergie — dit keer als eigenaar.
Van afbraak naar comeback
De kerncentrales, dat was een afgesloten hoofdstuk, toch? Het ligt opnieuw op tafel. De regering van Bart heeft achter de schermen een deal gesloten met Engie om de ontmanteling van de Belgische kerncentrales on hold te zetten.
Met één pennenstreek wordt de afbouw van nucleaire energie ingeruild voor iets anders: een mogelijke comeback. Niet als privéproject, maar als staatszaak.
België wil zelf aan de knoppen
De kern van de deal is even eenvoudig als ingrijpend: de regering heeft een koopoptie bedongen op alle nucleaire activiteiten van Engie in België. Dat betekent niet alleen de twee nog actieve reactoren, maar ook de vijf die al werden stilgelegd — inclusief personeel en infrastructuur.
De boodschap is duidelijk: als de private sector het niet meer wil doen, dan doet de staat het zelf.
Tijd kopen, letterlijk
De timing is geen toeval. Engie stond klaar om de ontmanteling van onder meer Tihange 1 verder door te trekken — een punt waarop terugkeren steeds moeilijker en duurder wordt.
Door die afbraak nu te pauzeren, koopt de regering tijd. Tijd om te onderzoeken of heropstart technisch en economisch nog haalbaar is. Tijd ook om een politiek project uit te tekenen dat enkele jaren geleden nog ondenkbaar leek.
Energie als strategisch wapen
De onderliggende logica is puur economisch. Betaalbare energie is een van de zwakke plekken van de Belgische industrie. Kernenergie wordt opnieuw gezien als hefboom om prijzen te drukken en bevoorrading te garanderen.
Of alle reactoren effectief opnieuw opstarten, is nog lang niet zeker. Maar alleen al de optie creëert onderhandelingsruimte en — minstens op papier — perspectief voor bedrijven die snakken naar stabiele energiekosten.
De rekening blijft het probleem
De grote olifant in de kamer blijft dezelfde: de miljardenkost voor de ontmanteling van de centrales. Net daar zat het dossier jarenlang muurvast.
Voor Engie is deze deal een mogelijke uitweg. Het bedrijf kan zijn financiële risico’s afbouwen en een deel van de verantwoordelijkheid doorschuiven. Voor de Belgische staat betekent het net het omgekeerde: meer controle, maar ook meer risico.
Zolang die rekening niet definitief is verdeeld, blijft elke nucleaire herstart een gok met publieke middelen.
Nieuwe spelers staan klaar
Mocht België effectief de centrales overnemen, stopt het verhaal daar niet. De bedoeling is om nadien opnieuw partners aan te trekken.
Namen circuleren al. EDF kijkt mee, net als andere internationale spelers. Zelfs vanuit de VS klinkt interesse, onder meer voor kleinere modulaire reactoren.
De ironie: eerst nationaliseren om daarna opnieuw te privatiseren — maar dan onder strengere voorwaarden.
Nucleaire renaissance of politieke gok?
Wat hier gebeurt, is meer dan een technische ingreep. Het is een fundamentele koerswijziging. België, jarenlang kampioen kernuitstap, zet plots de deur weer open.
Of dat een doordachte langetermijnstrategie is of een politieke gok onder druk van energieprijzen en geopolitiek, zal pas de komende jaren blijken.
Eén ding staat vast: de nucleaire discussie is terug. En dit keer zit de staat zelf mee aan de knoppen.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News/Wikimedia)