Hoeveel pk is te veel? En wanneer wordt een auto gevaarlijk? Misschien moet deze regering eens naar de inhoud van de bestuurder kijken in plaats van alleen naar inhoud van zijn auto.
Frankrijk wil beginnende bestuurders uit de buurt houden van zware bolides. Minister Jean-Luc Crucke ziet daar wel iets in. Waalse ministers willen al wel eens gecharmeerd zijn door Franse ideetjes. Ze spreken nu eenmaal (bijna) dezelfde taal., n'est ce pas. Alleen: hoeveel pk is te veel? En wanneer wordt een auto gevaarlijk? Misschien moeten we eindelijk eens naar de bestuurder kijken in plaats van alleen maar onder zijn motorkap.
Laat ons het er eens over hebben
Mobiliteitsminister Jean-Luc Crucke wil het debat openen over een systeem waarbij jonge bestuurders geleidelijk toegang krijgen tot krachtigere auto's. Eerst wat minder paarden onder de motorkap, later eventueel de Ferrari-droom.
Klinkt verstandig.
Tot je de eenvoudige vraag stelt: wat is eigenlijk een krachtige auto?
200 pk? 150? 95? Of kijken we naar de verkeerde cijfers?
Hier begint meteen de administratieve nachtmerrie.
In Italië werd eerder gedacht aan een grens van ongeveer 95 pk voor beginnende bestuurders. Mobiliteitsexpert Dirk Lauwers suggereert in ‘Het Nieuwsblad’ dat België bijvoorbeeld rond 200 pk zou kunnen gaan zitten.
Maar waarom 200?
Waarom geen 180? Waarom geen 150? Waarom geen 220?
En wat doe je met een elektrische wagen die misschien minder pk's op papier heeft, maar vanuit stilstand als een katapult vertrekt?
Een moderne auto is bovendien niet meer zomaar een motor op vier wielen. Gewicht, koppel, acceleratie, banden, remmen en elektronische rijhulpsystemen spelen allemaal een rol.
Wie dus simpelweg een sticker op de motorkap plakt met ‘maximaal zoveel pk’, loopt het risico vooral een mooie administratieve regel te creëren.
Het probleem zit niet onder de motorkap
Een auto rijdt niet vanzelf 120 kilometer per uur in een zone 30.
Een motor heeft geen eigen ambitie.
Een turbo heeft geen ego.
Een elektrische aandrijving denkt niet: komaan, nog wat sneller.
Het is de voet die het gaspedaal indrukt.
En die voet vertrekt vanuit een hoofd.
Misschien, dames/heren politici zit daar het echte probleem.
Een beginnende bestuurder die met 333 pk door een stadscentrum raast, heeft niet in de eerste plaats een vermogensprobleem. Hij heeft een probleem met inschatting, verantwoordelijkheid, zelfbeheersing en verkeersinzicht. Opvoeding?
Je kunt die bestuurder morgen een Renault Clio geven en hij kan nog altijd gevaarlijk rijden. Misschien niet met dezelfde snelheid. Maar gevaarlijk blijft gevaarlijk.
Frankrijk reageert na zware ongevallen
De Franse maatregel komt er niet uit het niets. Het land werd de voorbije jaren geconfronteerd met zware ongevallen waarbij jonge bestuurders met krachtige auto's betrokken waren.
Een schrijnend voorbeeld was een 18-jarige bestuurder die met een Volkswagen Golf R van 333 pk in Lille een jonge vrouw doodreed. Volgens getuigen reed hij razendsnel snel door het stadscentrum, in een zone waar maximaal 30 kilometer per uur was toegestaan.
Dat soort verhalen maakt het politieke debat natuurlijk eenvoudig. De redenering: en jonge bestuurder doodt een vrouw met een snelle auto. Alle snelle auto's zijn dodelijk. Snelle auto + jonge bestuurder = verbieden.
Doch verkeersveiligheid is zelden zo eenvoudig.
Wat als de gezinswagen 250 pk heeft?
Stel: een gezin heeft één auto. Die wagen heeft 220 of 250 pk. De ouders mogen ermee rijden. Hun 18-jarige zoon of dochter haalt het rijbewijs en mag vervolgens niet met de gezinswagen naar school, het werk of de sportclub.
Moet het gezin dan speciaal een tweede auto kopen? Of moeten ouders voortaan bij aankoop van een gezinswagen eerst nadenken over de leeftijd van hun kinderen?
De overheid kan regels bedenken zoveel ze wil, maar uiteindelijk moeten die ook in het echte leven werken.
En wat met elektrische wagens?
De elektrische revolutie serveert een nieuw probleem voor wie graag met pk's en motorvermogen rekent. Elektrische auto's kunnen vanuit stilstand bijzonder snel accelereren. Een auto hoeft dus niet noodzakelijk een absurd vermogen op papier te hebben om bijzonder vlot uit de startblokken te schieten.
Wie jonge bestuurders voor te krachtige machines wil beschermen, zou daarom beter kijken naar een combinatie van factoren: vermogen, gewicht, acceleratie en misschien zelfs de verhouding tussen vermogen en massa.
En zo hebben we voor we het beseffen een algoritme nodig om te bepalen of iemand met zijn auto naar de bakker mag.
Waar blijft de opvoeding?
Waar leren jongeren nog dat een rijbewijs geen certificaat is waarmee je mag bewijzen hoe snel je kunt rijden? Welke ‘cultuur’ leert dat een auto geen verlengstuk van hun ego is? Dat een rechte weg geen racebaan is? Dat passagiers geen deel uitmaken van een viodeogame? En vooral dat verkeersveiligheid begint vóór je de sleutel omdraait? Een rijbewijs is geen bewijs van volwassenheid. Of erger nog : “dat je erbij hoort!”
(Foto: Pixabay / Philip Reynaers/Photo News)