De Europese auto-industrie ligt in de touwen. Althans, als we de grote jongens van Renault en Stellantis (je weet wel, dat bonte allegaartje van merken als Peugeot, Fiat, Citroën en Opel) mogen geloven. En laat ons eerlijk zijn: als die twee samen gaan klagen in een dubbelinterview met Le Figaro, dan is dat niet zomaar om een parkeerboete.
Waar het schoentje wringt? In Brussel, uiteraard. Volgens de CEO’s is de Europese regelgeving zó streng geworden dat gewone stervelingen zich amper nog een nieuwe wagen kunnen veroorloven. In 2019 werden er in de EU nog 18 miljoen nieuwe auto’s verkocht, vorig jaar waren dat er al drie miljoen minder. “En dat is nog maar het begin,” zuchten de topmannen.
Renault-baas Luca de Meo voorspelt dat de verkoop van nieuwe wagens in de EU tegen 2035 wel eens zou kunnen halveren. De reden? “We maken zelfs onze goedkoopste modellen zó technologisch en dus zó duur, dat Jan met de pet afhaakt. En dat komt voor 92,5 procent door de Europese regels.” Wie zijn wij om dat half procentje in twijfel te trekken?
En terwijl merken als Mercedes en BMW hun blik op China richten (waar de regelgeving flexibeler is en de rijke elite minder zeurt), blijven de volumemerken met hun voeten in de modder van het Europese regelmoeras staan. Een Clio mag dan wel een mooi en praktisch autootje zijn, als de prijs ervan met 40% stijgt tegen 2030, dan houdt het plezier gauw op.
Toegegeven, autofabrikanten zagen de bui al langer hangen. En ja, het is makkelijk om de schuld in Brussel te leggen, terwijl men jarenlang vooral premium-SUV’s en verlieslatende hybrides stond te pushen. Maar tegelijk hebben de Europese beleidsmakers de lat zó hoog gelegd, het echt wel moeilijk wordt.
Het Europees Parlement heeft intussen wel een kleine toegeving gedaan: de CO2-normen voor 2025-2027 worden iets versoepeld. Die versoepeling kwam er dankzij de rechterzijde, die plots meer bezorgd lijkt om jobs dan om warmtepompen. De groenen en radicaal-linksen waren, geheel voorspelbaar, ‘not amused’.
Toch blijft de grote vraag: is dit genoeg om de Europese auto-industrie uit de slop te halen? De CEO’s denken van niet. Volgens Stellantis-topman John Elkann werkt vandaag één op de vier ingenieurs fulltime aan het naleven van EU-regels. "En tegen 2030 liggen er nog een honderdtal nieuwe regels op tafel. Dat gaat onze prijzen nog verder de hoogte in jagen." Een klein leger aan ingenieurs dat zich niet bezighoudt met innovatie, maar met het afvinken van regeltjes. We zouden er bijna nostalgisch van worden naar de tijd dat een airco en centrale deurvergrendeling met afstandbediening opties waren.
En dan is er nog de obsessie met de elektrische wagen als dé oplossing. Mooie droom, maar de realiteit is anders: de gemiddelde auto in Europa is 12 jaar oud. Nieuwe wagens zijn onbetaalbaar geworden, dus houden mensen hun oude bak gewoon langer bij. Resultaat: de vervuiling blijft.
Kortom: als Europa écht werk wil maken van een groenere mobiliteit, zal het meer moeten doen dan regels bij elkaar fantaseren in een Brusselse bubbel. Anders dreigt onze auto-industrie af te stevenen op een crash. Zonder airbag.