In Ieper is een verhit debat ontstaan rond de invoering van een nieuwe uitbatingsvergunning, die volgens critici vooral handelaars met een migratieachtergrond treft.
De gemeenteraad van Ieper heeft recent een nieuw reglement aangenomen dat strengere criteria invoert voor de uitbating van diverse soorten handelszaken zoals nachtwinkels, barbiers en mini-markets. Volgens schepen Peter De Groote is het doel van deze maatregel het waarborgen van kwaliteit, leefbaarheid en veiligheid in het stadscentrum.
De uitbatingsvergunning, die nu zowel voor nieuwe als bestaande handelszaken vereist is, heeft tot doel criminaliteit en fraude tegen te gaan en de economische vitaliteit te behouden. De screening van uitbaters zal onder meer moraliteit en de ruimtelijke ligging van de onderneming omvatten.
Deze nieuwe regeling stuit echter op hevige kritiek van oppositiepartij Vooruit. Raadslid Philip Bolle beschuldigt het stadsbestuur van discriminatie, omdat de nieuwe regels voornamelijk ondernemers van allochtone afkomst zouden treffen, een beschuldiging die volgens hem wijst op onderliggende intenties van het bestuur om bepaalde groepen te benadelen. Hij stelt dat de bepalingen van de uitbatingsvergunning zo zijn ontworpen dat 'niet-nieuwkomers' minder snel beboet zouden worden.
Bolle benadrukte verder dat de nieuwe regelgeving een lange en mogelijk onrechtvaardige procedure introduceert die tot misbruik kan leiden, en dat reguliere kappers en toeristenwinkels, die respectievelijk als minder risicovol worden beschouwd, niet onder het strenge regime vallen.