Na jaren van geruchten heeft Ferrari eindelijk zijn eerste volledig elektrische wagen voorgesteld: de Luce.
De Italiaanse constructeur pakt uit met meer dan 1.000 pk, vier elektromotoren, een batterij van 122 kWh, een sprint naar 100 km/u in ongeveer 2,5 seconden en een prijskaartje van liefst 640.000 dollar.
Alsof dat nog niet genoeg is, werd het interieur mee ontworpen door Jony Ive, de voormalige topdesigner van Apple. Ferrari mikt duidelijk op klanten die ooit een iPhone kochten en vervolgens dachten: “Leuk toestel, maar ik wou eigenlijk iets van een half miljoen euro.”
Technisch valt er weinig op af te dingen. De Luce beschikt over een 800-voltarchitectuur, ultrasnel laden tot 350 kW, vierwielsturing en een kofferruimte die groter is dan die van eender welke Ferrari ooit. Zelfs het geluid werd niet aan het toeval overgelaten.
Omdat een elektrische Ferrari ongeveer even spannend klinkt als een vaatwasser op eco-stand, ontwikkelde Ferrari een systeem dat trillingen van de aandrijflijn opvangt en omzet in een meer “muzikale” soundtrack voor bestuurder én omstanders. Toch was niet iedereen overtuigd. Op sociale media werd de wagen vergeleken met alles van een Nissan Leaf tot een Kia, terwijl sommigen zich afvroegen of dit echt de toekomst van Ferrari moest voorstellen.
De kritiek bleef niet beperkt tot toetsenbordridders. Na de voorstelling verloor het aandeel Ferrari tijdelijk meerdere procenten op de beurs en ook verschillende analisten reageerden opvallend koel. Vooral het ontwerp, een vierdeurs vijfzitter die meer weg heeft van een luxueuze grand tourer dan van een klassieke Ferrari-supercar, verdeelt de meningen. Ferrari zelf noemt de Luce een volledig nieuw hoofdstuk in zijn geschiedenis.
Critici noemen het eerder een dure identiteitscrisis op wielen. Eén ding staat vast, nog voor de eerste exemplaren in 2026 en 2027 bij klanten belanden, heeft Ferrari er al in geslaagd iets uitzonderlijks te doen. Een auto van 640.000 dollar bouwen waar het internet harder om lacht dan om een Fiat Multipla.