Automerken wedijverden jarenlang over wie het snelst naar 100 km/u kon sprinten. Dat tijdperk lijkt stilaan voorbij. De nieuwe competitie speelt zich tegenwoordig niet meer af aan de verkeerslichten, maar aan de laadpaal.
En daar heeft BYD zonet een serieuze bom gedropt. De Chinese gigant stelde een nieuwe generatie batterijtechnologie voor die kan laden aan maar liefst 1.500 kW. Voor wie niet meteen rekent in kilowatts: dat is bijna vier keer sneller dan wat de snelste 800-volt-elektrische auto’s vandaag aankunnen. Vergeleken met een doorsnee snellader is het verschil zelfs nog groter. Zo'n tien keer zelfs.
Met andere woorden: waar elektrische rijders vandaag nog rustig een koffie bestellen terwijl hun wagen bijlaadt, dreigt dat binnenkort een race tegen de klok te worden.
Van 10 naar 70 procent… in vijf minuten
De technologie komt van een nieuw 1.000-voltplatform in combinatie met de nieuwste versie van BYD’s bekende Blade Battery. De eerste modellen die ermee uitgerust worden zijn de Denza Z9 GT en de Yangwang U7.
Volgens BYD kan zo’n wagen in ideale omstandigheden in vijf minuten opladen van 10 naar 70 procent.
Dat is ongeveer de tijd die je nodig hebt om aan een tankstation: naar het toilet te gaan, een koffie te nemen en weer buiten te lopen
Zelfs bij extreem lage temperaturen blijft de technologie indrukwekkend. Tijdens tests liet BYD een batterij een volledige dag in een vrieskamer liggen bij –30 graden Celsius. Daarna werd ze alsnog in twaalf minuten van 20 naar 97 procent opgeladen.
Elektrische auto’s en winterkou waren lange tijd geen goede vrienden. Maar als deze cijfers kloppen, lijkt ook dat probleem stilaan opgelost.
Flash Chargers: een laadpaal met spierballen
Zo’n extreme laadsnelheden vereisen uiteraard ook de juiste infrastructuur. Daarom ontwikkelt BYD een nieuw type laadstation dat ze Flash Chargers noemen.
Die laders combineren een klassieke laadpaal met een grote energieopslagmodule van 200 tot 300 kWh. Die buffer dient om de piekbelasting op het elektriciteitsnet te beperken. De laadpaal kan energie tijdelijk opslaan en daarna in één keer met enorme kracht in de batterij van de auto pompen.
Het bedrijf heeft grootse plannen: in China wil BYD 20.000 van die ultraladers installeren. Volgens de constructeur zouden ze tegen het einde van het jaar ook naar Europa komen.
Maar kan ons elektriciteitsnet dat wel aan? En daar begint het interessante deel van het verhaal.
Een laadvermogen van 1.500 kW is geen kattenpis. Ter vergelijking: een gemiddeld Belgisch huishouden heeft een aansluiting van ongeveer 9 tot 14 kW. Eén enkele auto die op volle kracht laadt, verbruikt dus in theorie evenveel vermogen als honderd woningen tegelijk.
Dat is ook precies waarom BYD die energieopslagbuffers aan zijn laadstations koppelt. Zonder die tussenbatterijen zou zo’n laadpaal het lokale elektriciteitsnet mogelijk compleet overbelasten.
De vraag is dus niet alleen hoe snel auto’s kunnen laden, maar ook hoe snel de infrastructuur kan volgen.
Want hoe indrukwekkend die nieuwe laadtechnologie ook klinkt, uiteindelijk moet ergens een elektriciteitskabel liggen die al die energie kan leveren.
De nieuwe race: laden in plaats van accelereren
Wat wel duidelijk is: de strijd tussen elektrische auto’s verschuift.
Jarenlang ging het over, 0-100 tijden, vermogen en topsnelheid.
Vandaag lijkt de nieuwe autoklap aan de toog eerder te zijn: hoe snel je batterij weer vol zit. En als de cijfers van BYD kloppen, kan die wedstrijd binnenkort heel snel gaan. Misschien zelfs sneller dan het elektriciteitsnet kan volgen.