Theo Francken spreekt van “historische stap”: voor het eerste sinds de koude oorlog hebben we opnieuw 'reservisten'.
Theo Francken heeft alweer een historische stap gezet. De zoveelste al. Deze keer: vijf bataljons reservisten om het vaderland te bewaken. Tegen wie precies, dat verneemt je later. De factuur ook.
Custodes patriae, jawel
Woensdag, kazerne van Amay, niet ver van Luik. Plechtige sfeer, uniformen, een devies in het Latijn — custodes patriae, bewakers van het vaderland — en in het midden van dat alles: Theo Francken, minister van Defensie, die voor de camera's komt vertellen dat dit "een historische stap" is.
Het is de zoveelste historische stap van Francken. De man zet er gemiddeld twee per maand. Een brief aan 149.000 zeventienjarigen: historisch. Een dienstjaar voor 500 jongeren: historisch. Een bataljon van honderdvijftig man in een kazerne bij Luik: historisch. Bij Defensie is tegenwoordig alles historisch, behalve het budget — dat is gewoon weg.
Want dat is de context die woensdag in Amay nergens te bespeuren viel: dit land zoekt 6,7 miljard euro. De begroting is een slagveld. De pensioenen worden afgeknepen, de werkloosheid in de tijd beperkt, de zieken opgejaagd, de gezondheidszorg uitgekleed. En te midden van die brandende puinhoop staat de minister van Defensie te stralen naast vijf nieuwe bataljons fuseliers.
Wij kunnen onze facturen niet meer betalen, maar we zijn veilig.
Veilig tegen wie?
De dreiging, dat handige woord
Luister naar luitenant-kolonel Michel Paquay, de kersverse bevelhebber van het 1ste Fuseliersbataljon, en je hoort het scenario: stel dat er een crisis uitbreekt in de Baltische staten en onze gevechtseenheden naar Oost-Europa vertrekken, dan moet iemand hier de nucleaire sites bewaken, de havens, de spoorwegen, de snelwegen. Want — en nu komt het — "stel dat de dreiging omhooggaat, dan zal ook het risico op sabotage, spionage of terrorisme stijgen".
Stel. Stel dat. Het hele bouwwerk rust op "stel dat".
Begrijp ons niet verkeerd: de wereld is geen veilige plek, en wie vandaag nog gelooft dat een leger overbodige folklore is, heeft de voorbije jaren onder een steen geleefd. Nederland heeft een territoriale reserve. Frankrijk ook. De NAVO vraagt het. Daar valt een redelijk verhaal over te vertellen.
Maar dat redelijke verhaal wordt niet verteld. In de plaats krijgen we Francken, die van elke kazerne een verkiezingsaffiche maakt en van elk bataljon een persoonlijke triomf. Die het woord "historisch" hanteert zoals een marktkramer het woord "vers". En die intussen zorgvuldig vermijdt om de enige vraag te beantwoorden die er financieel toe doet: wat kost dit, en wie betaalt het?
3.500 man tegen 2030, prijs onbekend
De cijfers die wél gegeven worden, klinken bescheiden. Vijf bataljons. Honderdvijftig man per compagnie. In vredestijd een staf van "een tiental mensen". Tegen 2030 moet het korps 3.500 manschappen tellen — "dat kan nog verder groeien, afhankelijk van de noden". De Rus kan al beginnen beven, niet waar?
Afhankelijk van de noden. Onthoud die formule. Het is de begrotingstechnische versie van een blanco cheque. Geen plafond, geen prijskaartje, geen raming in het persbericht. Alleen Latijn, vlaggen en een minister die glimt.
En de bemanning? Daarvoor kijkt Francken naar de zeventienjarigen. Alle 149.000 kregen ze een brief van de minister, een soort directe marketing voor het vrijwillig dienstjaar. Dit najaar starten er 500. Wie daarna geen zin heeft in een legercarrière, kan bij de Territoriale Reserve en blijft tien jaar oproepbaar — twintig dagen per jaar, om de vaardigheden op peil te houden. "Al blijft dat wel vrijwillig, verplichten kunnen we niet", voegt Paquay er eerlijk aan toe.
Vrijwillig oproepbaar. Een reserve die mag komen als ze zin heeft!?
Flahaut, de gemakkelijke schuldige
In elk artikel over de Territoriale Reserve duikt hetzelfde historische verhaal op: tijdens de Koude Oorlog hadden we de Binnenlandse Strijdkrachten, na de val van de Muur werd dat afgebouwd, en in 2002 heeft André Flahaut (PS) het korps definitief opgedoekt.
Dat klopt. En het is voor Francken een godsgeschenk: een PS-minister als schuldige, kwart eeuw later nog altijd bruikbaar. Wat er niet bij wordt verteld: in 2002 stond geen enkele partij te springen om reservisten te betalen, ook de Vlaamse niet. Het hele land heeft decennialang het vredesdividend opgesoupeerd, regering na regering, en iedereen vond dat prima zolang de facturen elders vielen. Nu de wind gedraaid is, doet iedereen alsof hij het altijd al geweten heeft. En wie het hardst roept dat hij het altijd al geweten heeft, heet Theo Francken.
Patrouilles in de Joodse buurt
Eén passage verdient bijzondere aandacht. Vanaf februari worden de jongeren van het dienstjaar bij de Territoriale Reserve ondergebracht, en die eenheden "kunnen dan ook worden ingezet voor bewakingsopdrachten of bijvoorbeeld de patrouilles in Brussel of de Joodse buurt in Antwerpen, zodat de gevechtseenheden worden ontlast".
Lees dat nog eens. Achttienjarigen met tien weken opleiding, ingezet voor straatpatrouilles in het hart van onze steden. Taken die eigenlijk bij politie horen — een politie die kreunt onder personeelstekort omdat ook daar jarenlang is bespaard — worden doorgeschoven naar jongeren in legeruniform die net hun middelbare school uit zijn? Dat klinkt als gaten vullen met goedkoop personeel en er een vlag op planten.
De veiligheid van de schijn
Er is een patroon in dit alles, en het overstijgt Francken — al is hij er de gretigste uitvoerder van. Een land dat zijn sociale zekerheid afbreekt, zijn pensioenen vermalen ziet worden en zijn begroting niet rond krijgt, heeft een verhaal nodig. Veiligheid is dat verhaal. Veiligheid is gratis applaus. Niemand durft tegen veiligheid te zijn, zoals niemand tegen gezonde lucht durft te zijn.
Dus krijgen we bataljons met Latijnse deviezen terwijl de wachtlijsten in de zorg aangroeien. Dus krijgen we brieven aan 149.000 tieners terwijl de scholen smeken om leerkrachten. Dus krijgen we een minister die "historisch" zegt tegen een korps dat in geval van nood mag komen opdagen als het hem past.
Misschien wordt de Territoriale Reserve ooit nuttig. Bij een overstroming, een ramp, een crisis — er zijn ergere dingen dan 3.500 opgeleide vrijwilligers. Maar laat niemand u wijsmaken dat dit het bewijs is van een land dat zijn zaken op orde heeft.
Een land dat zijn zaken op orde heeft, kan zijn rekeningen betalen én zichzelf verdedigen.
Wij kunnen voorlopig geen van beide. Maar we hebben wel een devies in het Latijn.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)