Met een dramatische tweet liet Vincent Van Quickenborne zich deze week opmerken. Volgens hem betaalt de horeca opnieuw de rekening van het begrotingsakkoord. Hotels, frituren, festivals, concerten: alles van zes naar twaalf procent btw. “Wie betaalt? De hardwerkende consument”, klonk het, alsof hij zichzelf voor het eerst ontdekte als verdediger van de combizeikende, euh, pintjesdrinkende middenklasse.
Op dat punt heeft hij gelijk. De btw-verhoging treft opnieuw vooral mensen die het al moeilijk genoeg hebben, terwijl de moddervette overheid nergens een gram afslankt. Ministers, kabinetten, commissies, structuren en vriendjespostjes blijven onaangeroerd, alsof de rijkdom daar immuun is voor begrotingen. De middenklasse die wél betaalt, voelt dat opnieuw in elke frituur, op elk festival en in elk hotel.
De horeca betaalt de rekening.
Hotels: van 6 naar 12% btw.
Frietkoten en meeneemmaaltijden: van 6 naar 12%.
Idem voor onze festivals en concerten. De btw verdubbelt.
Wie betaalt?
De hardwerkende consument.— Vincent Van Quickenborne (@VincentVQ) November 24, 2025
Maar het is een beetje vreemd en vooral bijzonder hypocriet dat net Vincent Van Quickenborne zich plots profileert als redder van de horeca. Wie terugblikt naar zijn houding tijdens corona, herinnert zich een heel andere man. Destijds pleitte hij juist voor strengere lockdowns, langere maatregelen en een uitbreiding van het CST-systeem. Hij was één van de politici die geen moeite had met het dichtgooien van cafés, restaurants, feestzalen en danscafés. Integendeel: hij verdedigde het allemaal alsof het een noodzakelijk kwaad was, zelfs wanneer duidelijk werd dat het nutteloze maatregelen waren én hoeveel zaken daardoor definitief sneuvelden.
Je zou kunnen zeggen dat de btw-verhoging vandaag een mesje is, vergeleken met de guillotine die de horeca destijds trof, en waar Van Quickenborne met volle overtuiging achter stond.
En dan is er nog dat andere stuk geschiedenis dat men niet graag bovenhaalt. De periode waarin hij pleitte voor strengere straffen voor mensen die op ‘lockdownfeestjes’ betrapt werden. Hij ging zelfs zover dat hij drones wilde inzetten om te controleren of burgers zich niet stiekem aan het amuseren waren. Pleziertje? Feestje? Gevaarlijk! Alles moest gecontroleerd worden, liefst vanop afstand en met stevige boetes.
Alleen botst dat nogal pijnlijk met wat daarna opdook: beelden uit de zomer van 2021, toen de regels nog steeds streng waren en men opnieuw sprak van een opflakkerende golf. Op dat moment dook Van Quickenborne zelf op een lockdownfeestje in Kortrijk op. En wat op zulke feestjes gebeurt, blijft zelden bij een glaasje frisdrank. Dat hij er innig zoenend gespot werd met een jonge blondine, maakte het plaatje compleet. Terwijl hij publiek pleitte voor strengere maatregelen en hardere straffen voor burgers, hield hij zich privé blijkbaar aan een heel ander reglement.
En dan durft diezelfde man vandaag beweren dat hij geschokt is dat de overheid de horeca opnieuw treft? Dat hij opkomt voor de hardwerkende consument? Dat hij vindt dat dit allemaal “te ver gaat”?
Het is dezelfde ironie die we al jaren zien in de politiek. Wanneer de rekening bij de bevolking wordt gelegd, vinden ze elkaar in verontwaardiging. Wanneer de rekening bij henzelf zou moeten liggen, vinden ze vooral goede redenen waarom dat onmogelijk is.
Dat de btw-verhoging belachelijk is, staat buiten kijf. Dat de middenklasse alweer de dupe is, klopt helemaal. Maar dat net Vincent Van Quickenborne nu de held van de horeca wil spelen… dat is theater dat zelfs de beste toneelacademie niet meer zou aannemen.
Voor wie zichelf afvraagt wie die ranke blondine waarmee-ie stond te muilen was: Janah Vanderper uit onder andere onderstaand filmpje. Of HIER vind je ze terug met minder textiel om het lijf.