De Europese Commissie presenteerde vorige week haar langverwachte reddingsplan voor de sputterende auto-industrie. “We gaan jullie helpen,” klonk het in Brussel. Maar de grote Europese autobouwers reageerden minder enthousiast dan verwacht. Vooral Antonio Filosa, CEO van Stellantis, heeft er geen goed woord voor over.
Volgens Filosa had Brussel een duidelijke route naar groei moeten uitstippelen. Een roadmap, om eens in autojargon te blijven. Wat hij kreeg, was eerder een mistige rotonde zonder pijlen. “Geen enkele van de voorgestelde dringende maatregelen helpt de sector écht vooruit,” liet hij verstaan in een gesprek met de zakenkrant Financial Times.
Het plan zelf zit vol compromissen en halfslachtige maatregelen. De 100 procent reductie van CO2-uitstoot tegen 2035 wordt plots 90 procent, op voorwaarde dat fabrikanten dan wel overstag gaan voor bio-brandstoffen, e-fuels en groen staal. Mooie termen, maar vooral peperdure technologieën die, volgens Filosa, heel wat constructeurs alleen nog dieper in de rode cijfers kunnen duwen.
Zelf hadden Stellantis en co beloofd extra te investeren in Europa zodra er eindelijk een geloofwaardig beleid op tafel lag. Maar volgens Filosa ontbreekt net dat: richting, zekerheid, visie. “Er is geen duidelijke kaart voor groei,” zegt hij, en zonder investeringen zie je ook geen toekomst voor de miljoenen jobs in de automotive supply chain.
Zelfs de bestelwagens ontsnappen niet aan de Brusselse stuurfout. Tot dinsdag gold de regel dat tegen 2030 minstens de helft van de nieuwe camionettes elektrisch moest zijn. Die lat wordt nu verlaagd naar 40 procent, omdat de elektrificatie van bedrijfsvoertuigen veel trager loopt dan gehoopt. De markt zegt eigenlijk al jaren dat het niet haalbaar is, maar nu pas luistert iemand in Brussel.
De kritiek is steeds dezelfde: Europa wisselt ambitie af met paniek, en compromissen met regelneverij. Dat zorgt voor onzekerheid, en investeerders hebben een bloedhekel aan onzekerheid.
Als Brussel zo doorgaat, lijkt de enige “duidelijke route voor groei” die van Tesla en BYD – recht de Europese markt binnen, via de voordeur. Daar kan zelfs een wagenvloot vol e-fuels niets meer aan veranderen.