Geen vervoer, geen proces: zo gaan verdachten vrijuit.
Er gaat geen week voorbij of het gevangeniswezen haalt de voorpagina’s. Dat is geen toeval meer, dat is een patroon. En patronen wijzen op structurele fouten. Als verdachten vrijuit gaan omdat de staat er niet in slaagt hen simpelweg naar een rechtbank te brengen, dan is de conclusie hard maar onvermijdelijk: er is iets fundamenteel mis. Niet alleen op het terrein, maar ook aan de top.
Het volstaat niet langer om te zeggen dat men “zich bewust is van het probleem”. Beleidsverantwoordelijkheid begint waar bewustzijn stopt en daadkracht begint.
Tien keer per dag: justitie faalt
De cijfers zijn onthutsend. In 2025 konden gevangenen 3.721 keer niet worden overgebracht naar een rechtbank of verhoor. Dat komt neer op gemiddeld tien keer per dag. In 7,2 procent van de gevallen ging een transport gewoon niet door.
De gevolgen zijn niet theoretisch, maar zeer concreet. In Brugge, Gent en Mechelen gingen verdachten effectief vrijuit omdat ze herhaaldelijk niet op hun zitting verschenen — niet door eigen toedoen, maar door falende organisatie.
Een mensensmokkelaar die tot acht jaar cel riskeerde, wandelde buiten zonder dat zijn zaak inhoudelijk werd behandeld. De reden: drie keer geen transport.
Structureel falen, geen incident
Wat hier speelt, is geen samenloop van omstandigheden. Het is een systeem dat hapert op meerdere niveaus tegelijk.
De Directie Beveiliging (DAB) van de federale politie — verantwoordelijk voor gevangenistransport — kampt al jaren met zware tekorten. Het voorziene personeelskader werd nooit gehaald, er is een structureel gebrek aan middelen en het materieel is verouderd.
Daarbovenop komt een slecht georganiseerde werklast, piekmomenten die niet worden opgevangen en een logistiek apparaat dat duidelijk niet is afgestemd op de realiteit van vandaag.
Interne bronnen spreken zelfs van een dienst waar “de vraag eerder is wat er géén probleem is”.
Cascade van problemen
Het falen stopt niet bij transport. Door de overbevolking in de gevangenissen is een cruciale buffer verdwenen: gevangenen worden niet langer vooraf overgebracht naar een gevangenis in de buurt van de rechtbank.
Gevolg: op de dag zelf moeten lange, complexe verplaatsingen worden georganiseerd — vaak door een onderbemand korps met onvoldoende middelen.
Wanneer transporten dan wegvallen, moeten andere politiediensten inspringen. Dat zorgt voor een domino-effect: ook daar stijgt de werkdruk, nemen ziekte-uitval en frustratie toe, en komt de algemene veiligheid onder druk te staan.
Politieke verantwoordelijkheid
Minister van Justitie Annelies Verlinden erkent de problemen. Maar erkenning volstaat niet meer.
Want dit is geen kwestie van nuance of interpretatie.
Dit is een systeem waarin:
- criminelen vrijkomen door organisatorisch falen
- rechtbanken hun werk niet kunnen doen
- politiecapaciteit structureel tekortschiet
Dat zijn geen randproblemen. Dat is de kern van justitie.
Oplossingen op papier, niet in de praktijk
Er wordt gewezen op oplossingen: extra aanwervingen, videoconferenties, zittingen in gevangenissen. Maar veel van die maatregelen bestaan al jaren op papier en worden nauwelijks toegepast.
De infrastructuur is er — in gevangenissen zoals Haren en Beveren — maar blijft grotendeels ongebruikt.
Intussen blijft het systeem verder kraken.
Wat hebben we vandaag geleerd?
Als een staat er niet in slaagt om een verdachte van zijn cel naar een rechtbank te brengen, dan is dat geen logistiek probleem meer. Dan is dat een institutioneel falen.
En wie dat blijft wegzetten als een tijdelijk mankement, mist de essentie:
dit is geen incident, dit is een alarmsignaal.
De vraag is niet langer óf er iets moet veranderen.
De vraag is wie er verantwoordelijkheid neemt voordat het volledig ontspoort.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)