Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Waarom verandert zelfs de kalmste vent achter het stuur in een complete klootzak?

Stefan Lambrechts - 27-07-2026

Maandagmorgen. Je laat netjes een bestuurder invoegen. Hij kijkt niet op, steekt geen hand op en snijdt twintig meter verder zonder verpinken iemand anders de pas af. Of die kerel die op vijf centimeter van je bumper hangt omdat jij het lef hebt om... de maximumsnelheid te rijden.

En dan heb je nog de verkeerslichten. Nog voor het groen goed en wel brandt, hangt er achter je al iemand op de claxon alsof jij persoonlijk verantwoordelijk bent voor de ochtendfile tussen Antwerpen en Brussel.

Vraag is: waarom worden normale mensen achter het stuur plots zo'n ongelooflijke eikels? Volgens verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen zit dat vooral tussen onze oren.

Zodra de autodeur dichtvalt, verandert er iets

Je bent niet langer Stefan, Els of Kevin. Nee, je bent plots een ongenaakbare tank machine van glas en staal. En dat heeft gevolgen. "We gedragen ons in de auto anders omdat we ons anoniemer voelen", zegt Tertoolen aan NOS. Wie denkt dat niemand hem echt ziet, durft meer. Dat verklaart meteen waarom iemand die in de Colruyt vriendelijk "na u" zegt, vijf minuten later op de E313 zit te bumperkleven alsof hij auditie doet voor Fast & Furious.

Iedereen denkt dat hij de beste chauffeur van België is

Vraag honderd bestuurders hoe goed ze rijden. Minstens negentig zullen antwoorden: "Ik? Ik rij uitstekend. De anderen zijn het probleem." En dáár begint de miserie. Want wie overtuigd is dat hij fantastisch rijdt, vindt automatisch dat iedereen die trager rijdt een idioot is. Of een bejaarde. Of misschien zelfs wel een bejaarde idioot.

Mijn rijstrook. Mijn asfalt. Mijn koninkrijk.

Op de weg gedragen we ons soms als honden die hun territorium afbakenen. Voeg in voor sommige bestuurders en het is alsof je onaangekondigd hun woonkamer bent binnengelopen om in de zetel te gaan liggen. Die paar meter asfalt voelen plots persoonlijk aan.

Je beledigt niet mijn auto... maar mij

Opvallend genoeg identificeren veel mensen zich volledig met hun wagen. Dat merk je zelfs aan de taal. We zeggen niet: "Mijn auto staat daar." We zeggen: "Ik sta daar." Word je afgesneden of raakt iemand bijna je spiegel, dan voelt dat voor sommige bestuurders bijna als een persoonlijke belediging. En dan vliegt de middelvinger sneller omhoog dan de toerenteller.

De auto als rijdende boksbal

Slechte dag op kantoor? Ruzie gehad met je partner? Kinderen die al een uur "Zijn we er bijna?" roepen? Voor sommige mensen is de auto de ideale plek om al die frustraties op een wildvreemde af te reageren. Een claxon hier. Een scheldwoord daar. Even extra gas geven om iemand "een lesje te leren".

En helaas wordt het alleen maar erger

Volgens Tertoolen worden onze wegen drukker, ons geduld korter en ons ego groter. Tel daar nog moderne auto's bij op die ons het gevoel geven dat we alles onder controle hebben, en je krijgt een cocktail waarbij steeds meer bestuurders zich gedragen alsof de openbare weg speciaal voor hen werd aangelegd.

Misschien is er dus maar één eenvoudige oplossing. De volgende keer dat iemand je afsnijdt, bedenk dan dat hij waarschijnlijk niet tegen jou rijdt. Hij is gewoon alweer vergeten dat er buiten zijn eigen voorruit ook nog andere mensen bestaan.

Reacties

Resterende karakters 500
Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken