Megasubsidie zet Demir onder druk.
Ze presenteert zich als de politica die zegt waar het op staat en doet wat nodig is. Duidelijk, kordaat en overtuigd van haar gelijk. Maar precies die stijl begint minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) parten te spelen. De voorbije maanden tikt ze steeds vaker tegen gevoelige tenen. Nauwelijks is het ene dossier geluwd, of het volgende dient zich aan. Dit keer met een hardnekkige bijsmaak van favoritisme — en voor sommigen zelfs meer dan dat.
Eén centrum, één expert, veel geld
De storm draait rond een subsidie van ruim 8 miljoen euro voor het Expertisecentrum voor Onderwijs en Leren van hogeschool Thomas More. Dat centrum, onder leiding van onderzoeker Tim Surma, moet basisscholen begeleiden bij de invoering van nieuwe minimumdoelen. Opmerkelijk: Surma werkte zelf mee aan het uittekenen van die doelen. De combinatie van inhoudelijke invloed en financiële steun roept vragen op over rolvermenging en concentratie van macht.
Geschrapte aanbesteding, snelle subsidie
De gevoeligheid wordt groter door de voorgeschiedenis. Eind vorig jaar werd een overheidsopdracht van ongeveer 9 miljoen euro voor schoolbegeleiding geschrapt. Thomas More diende geen kandidatuur in, naar eigen zeggen omdat de voorwaarden “onrealistisch” waren. Kort daarna volgde alsnog een rechtstreekse subsidie. De Inspectie van Financiën sprak daar expliciet over als “geen goed beleid”, een oordeel dat ook na een later positief advies overeind bleef.
Kritiek groeit, ook binnen de meerderheid
In het parlement neemt de kritiek toe. Oppositiepartijen spreken over een dossier dat rammelt en ruiken favoritisme, sommigen zelfs corruptie. Maar ook binnen de meerderheid klinkt ongemak. Parlementairen waarschuwen voor een te eenzijdige beleidsvisie en vragen zich af of het onderwijsbeleid niet te sterk leunt op één expert en één instelling.
Kabinet onder vergrootglas
Extra olie op het vuur is de rol van een kabinetsmedewerker van Demir die in een vorige functie samenwerkte met het centrum van Surma. Formeel is daar niets onwettigs aan, maar in een dossier dat al onder spanning staat, volstaat perceptie om het debat verder aan te scherpen.
Demir houdt vast aan haar lijn
De minister zelf ziet geen probleem. Ze benadrukt dat ze “niet getrouwd is met Thomas More”, maar wel kiest voor wie volgens haar de meeste expertise heeft. Als experts zich niet aangesproken voelen door een aanbesteding, zo luidt de redenering, dan moet de overheid andere instrumenten gebruiken. Het kabinet wijst erop dat subsidies en aanbestedingen inhoudelijk verschillen en dat scholen keuzevrijheid behouden.
Stil ongenoegen in het onderwijsveld
Andere hogescholen en universiteiten overwegen juridische stappen, maar blijven voorlopig op de achtergrond. Na jaren van besparingen is de afhankelijkheid van overheidsgeld groot. Dat één centrum zonder aanbesteding een megasubsidie ontvangt, ligt bijzonder gevoelig, maar openlijk protest blijft uit.
Politiek risico
Demir rekent op resultaten om haar gelijk te bewijzen. Maar hoe vaker ze zich beroept op daadkracht en expertise, hoe nadrukkelijker de vraag wordt waar overtuiging ophoudt en machtsconcentratie begint. In een onderwijslandschap dat diversiteit en pluralisme predikt, is dat geen randdiscussie. Het is een politiek risico dat steeds moeilijker te negeren valt.
(Fotomontage: Shutterstock/PD)