Een undercoveroperatie in Antwerpen zo succesvol dat de bendeleider de agent vroeg om peter te worden van zijn zoon. Hilarisch, toch? Toch is het exact wat er gebeurde tijdens een maandenlang onderzoek naar een wapen- en drugsbende in de Antwerpse Seefhoek.
In het café Pimpelhof, op de hoek van de Gasstraat en de Lange Van Sterbeeckstraat, zwaaide Fatos M. (53) de plak. De Albanees hield er niet van dat er iets gebeurde zonder zijn medeweten. “Als er niet op de knop geduwd wordt, wordt er geen koffie gemalen,” zei hij ooit, code voor: niets gebeurt hier zonder mijn toestemming.
Wat Fatos M. níet wist: de man tegenover hem aan de toog, ‘Ed’, was een undercoveragent. En niet zomaar één: eentje die er zó goed in slaagde zich in te werken in het milieu, dat hij het vertrouwen won van de bende zelf. Tot het punt waarop M. hem vroeg om peter te worden van zijn kind.
Codetaal, cocaïne en omgebouwde pistolen
De gesprekken in het Pimpelhof gingen zelden over pintjes of voetbal. Er werd gesproken over ‘eieren’, ‘kastanjes’ en ‘salami’: codetaal voor wapens, drugs en dikke geldsommen.
Ed speelde zijn rol als vermeende wapenhandelaar feilloos. In het café werden hem shotguns, pistolen met geluiddempers en zelfs explosieven aangeboden. Uiteindelijk kocht hij vier wapens via de entourage van M.: beloofd als Glocks, maar in werkelijkheid omgebouwde alarmpistolen.
Toen Fatos M. begon te praten over de export van cocaïne naar Scandinavië, introduceerde Ed een tweede undercoveragent: ‘Armend’. Die infiltreerde het netwerk rond Christos S. (56), een man met een vals Grieks paspoort en een café op Linkeroever. Zijn echte naam? Volgens de Albanese politie zou hij eigenlijk Zirkret P. heten, maar zekerheid daarover is er niet.
De tweede infiltratie leidde tot de aankoop van twee keer twee kilo cocaïne. Niet gigantisch, maar wel genoeg om het dossier van bewijzen stevig te maken.
Vijftien beklaagden, twee kopstukken
Na maanden undercoverwerk viel de politie binnen. Vijftien verdachten werden opgepakt, waaronder de twee kopstukken. De procureur eist twaalf jaar cel en 200.000 euro boete voor Fatos M. en Christos S.
Hun advocaten doen er alles aan om het onderzoek onderuit te halen. Ze noemen het werk van de undercovers uitlokking, amateuristisch en geprovoceerd.
Advocaat John Maes, die S. verdedigt, sneerde zelfs: “Wat zijn de concrete misdrijven? Twee amateuristische transacties van twee kilo? De undercover werd zelfs ongeduldig omdat het zó traag ging.”
Voor Fatos M. pleitte Brecht Horsten dat de feiten door de politie zelf uitgelokt waren. Zijn cliënt zou enkel een grote mond hebben gehad, maar weinig meer.
De grens tussen infiltratie en provocatie
Wat de zaak vooral blootlegt, is hoe ver de politie mag gaan om een criminele organisatie te ontmaskeren. Want ja, undercoveragenten mogen liegen, bluffen en zelfs deals sluiten, maar hoever mag dat gaan?
In dit dossier werd de grens alleszins op de proef gesteld. Een bendeleider die zijn vertrouwen schenkt aan een undercover, zó ver dat hij hem vraagt om peter van zijn zoon te worden: dat is niet enkel een bewijs van succes, maar ook van hoe diep de politie in de onderwereld is binnengedrongen.
Of dat genoeg is om de vijftien verdachten achter de tralies te krijgen? Dat moet de rechtbank binnenkort uitmaken.