Wie betaalt, betaalt opnieuw, aantal boetes bij de Lijn ging in vijf jaar maal veertien.
Controleren, sanctioneren, innen, dat is de dada van onze regering. De burger wordt niet langer benaderd als klant of gebruiker, maar als potentiële overtreder. Iedereen kan sjoemelen, dus iedereen moet gecontroleerd worden. En als er een boete uit volgt, is dat mooi meegenomen.
Het probleem is alleen dat er grenzen zijn. En precies daar begint het debat opnieuw.
Explosie van boetes voor wie al betaald heeft
Bij De Lijn is het aantal boetes voor abonneehouders de afgelopen jaren spectaculair gestegen. Wie zijn abonnement niet kan tonen of vergeet te scannen, riskeert een boete. Eerst volgt een waarschuwing, daarna een financiële sanctie. Op zich lijkt dat logisch. Tot blijkt dat het aantal sancties exponentieel toeneemt. Over een periode van vijf jaar is het aantal boetes voor abonnees met een factor veertien gestegen. Dat zijn geen uitzonderingen meer, maar structurele praktijk.
Controle zonder nuance
De strengere aanpak kadert in een bredere strategie om zwartrijden aan te pakken. Meer controles moeten leiden tot meer inkomsten en minder misbruik. In de praktijk treft die aanpak echter niet alleen overtreders, maar ook betalende reizigers. Abonnees die hun kaart niet bij zich hebben, niet kunnen scannen door defecte toestellen of simpelweg niet tot bij een scanner geraken in overvolle voertuigen, vallen mee in het systeem. Het onderscheid tussen fraude en vergetelheid vervaagt.
Van handhaving naar inkomstenbron
De intensifiëring van controles heeft een duidelijke doelstelling: extra inkomsten genereren. De verwachting is dat strengere handhaving tientallen miljoenen euro’s kan opleveren. Dat roept een fundamentele vraag op: dient controle nog om regels te handhaven, of is het een manier geworden om inkomsten te maximaliseren? Wanneer betalende klanten opnieuw worden aangesproken, verschuift het systeem – lijkt ons – van handhaving naar financiële druk.
Hoeveel kost zo’n boete eigenlijk?
Zwartrijden of ongepast gedrag wordt stevig bestraft. Voor meerderjarigen bedraagt de boete bij een eerste overtreding 127 euro. Wie binnen de 12 maanden opnieuw betrapt wordt, betaalt 349 euro. Vanaf een derde overtreding binnen datzelfde jaar loopt de boete op tot 474 euro.
Bij fraude met vervoerbewijzen of gevaarlijk gedrag ligt de lat nog hoger: daar bedraagt de boete 296 euro bij een eerste inbreuk.
Politieke spanning binnen de meerderheid
Opvallend is dat de kritiek niet alleen van buitenaf komt. Ook binnen de regering groeit het ongemak over de aanpak. Regeringspartij Vooruit eist dat De Lijn abonnees die hun abonnement vergaten of niet scanden, niet langer een boete geeft. “Dat zijn mensen die wel degelijk betaald hebben” Er wordt gepleit voor een systeem waarbij abonnees hun geldigheid achteraf kunnen bewijzen, zonder boete. Een model dat al bestaat in andere vervoerssystemen.
De grens van het systeem
Controle is noodzakelijk. Zonder regels en handhaving functioneert geen enkel systeem. Maar wanneer ook wie betaalt systematisch wordt bestraft, verliest het beleid zijn legitimiteit. De vraag is niet of er gecontroleerd moet worden, maar hoe ver men daarin wil gaan.
En vooral: wanneer wordt een fout een overtreding — en wanneer een verdienmodel?
(Fotot: PD/Grok)