In acht jaar tijd verdubbelde het aantal fietsenwinkels in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 42 naar 86. Dat is geen toeval: de stad kent al jaren een spectaculaire fietsgroei, met jaarlijks zo'n twaalf procent meer fietsers.
De files helpen. De nieuwe fietspaden helpen. En de mentaliteitsverandering helpt ook. "Geen enkele stad in België kent zo'n toename van fietsers als Brussel", zegt Thomas Deweer van de Fietsersbond. "Sinds 2010 stijgt het aantal fietsers jaarlijks met ongeveer twaalf procent. Vorig jaar was dat zelfs vijftien procent. Dat is gigantisch."
Die cijfers zijn niet uit de lucht gegrepen. Uit gegevens van Hub.brussels, het Brussels agentschap voor ondernemerschap, blijkt dat het aantal fietsenwinkels in het gewest in acht jaar tijd meer dan verdubbelde: van 42 in 2018 naar 86 vandaag. De fietsboom van de coronajaren heeft daarin een duw gegeven, maar de trend was al langer bezig. Sinds 2010 groeide het aantal fietsers in Brussel zelfs met een factor tien.
Infrastructuur als aanjager
Deweer wijst op de wisselwerking tussen fietsers en beleid. "Het Gewest heeft veel ruimte voor de fietsers gecreëerd. Dan volgen de fietsers automatisch." Denk aan het fietspad rond de kleine Ring, of de coronafietspaden in de Wetstraat die er noodgedwongen snel kwamen en uiteindelijk bleven.
Karl Lechat, CEO van Lucien, een keten met zes fietsenwinkels in Brussel en een dochteronderneming van auto-importeur D'Ieteren, bekijkt de zaak zakelijker. Hij weegt drie factoren af voor elke nieuwe winkellocatie: fietsinfrastructuur in de buurt, voldoende files zodat de fiets de wagen klopt in efficiëntie, en de koopkracht van de omwonenden. Maar dat laatste is niet allesbepalend. "We verhuisden een filiaal van Waterloo naar Schaarbeek. In Waterloo is de koopkracht een pak hoger, maar de infrastructuur was er niet. In Schaarbeek was dat wel het geval. Je moet de drie parameters in evenwicht houden."
Niet overal even rooskleurig
De groei verdeelt zich niet gelijk over de negentien gemeenten. In Brussel-Stad verdrievoudigde het aantal fietsenwinkels, van 7 naar 21. Ook Sint-Gillis, Etterbeek en Sint-Pieters-Woluwe zagen opvallende stijgingen.
Maar Ganshoren, Koekelberg en Sint-Jans-Molenbeek tellen geen enkele fietsenwinkel. Benjamin Tollet van Molembike, een vereniging die kinderen en vrouwen in Molenbeek aan het fietsen wil krijgen, weet waarom. "De fietsrevolutie heeft pas onlangs de armere Kanaalzone bereikt. Mensen kopen er hun fietsen vaker in winkels zoals Decathlon of Action. En wie in een dichte, armere buurt woont, heeft vaak ook geen plek om een fiets te stallen. Als je hem op straat laat, riskeert hij gestolen te worden."
Na de piek: rust, maar geen stilstand
Niet iedereen vaart even goed op de golf. Steven De Staercke nam begin dit jaar Velodroom over en ging verder onder de naam Bike Moments. Hij voelt de concurrentie. "Tijdens corona boomde de verkoop enorm. 2022 was een recordjaar, sindsdien daalt de omzet. De toename van winkels speelt daar zeker in mee."
Toch is hij optimistisch over de toekomst van kleinere, gespecialiseerde winkels. "Onze kracht zit in specialisatie. Wij zetten in op compacte stadsfietsen. Om de hoek is een winkel die op koers- en mountainbikes inzet. Dat werkt."
En ook Deweer ziet nog groeimarge. "Vijftig procent van de Brusselse huishoudens heeft momenteel minstens één fiets. In Vlaanderen ligt dat rond de negentig procent. De kansen zijn dus nog enorm." Dat plafond bereiken vereist wel blijvende politieke wil: infrastructuur in achterblijvende wijken, en stimulansen die ook de kanaalgemeenten meepakken.