Standard & Poor's heeft de kredietrating van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vrijdag bevestigd op A — met negatief vooruitzicht. Minister van Financiën Dirk De Smedt noemt het een "voorzichtig positief signaal", maar benadrukt dat de weg naar financieel herstel nog lang is.
Bevestiging, geen verlaging
Brussel had spanning gewacht op de uitspraak van het internationale ratingagentschap. Een verlaging zou de financieringskosten voor het Gewest opdrijven en het vertrouwen van investeerders verder ondermijnen. Die verlaging is er niet gekomen: S&P handhaaft de A-rating.
Toch is er geen reden voor euforie. Het negatieve vooruitzicht bleef staan — een duidelijke boodschap dat het agentschap de situatie nauwlettend in de gaten houdt. "Dat Standard & Poor's onze rating bevestigt, is belangrijk", zegt minister De Smedt. "Het toont dat er vertrouwen blijft in de koers die we hebben ingezet. Tegelijk is de negatieve outlook een duidelijk signaal: we moeten blijven werken aan het herstel van onze financiën."
Inspanningen erkend
Uit de beslissing van S&P blijkt dat het Brussels Gewest het voorbije jaar belangrijke budgettaire inspanningen heeft geleverd. Die vormen een eerste stap richting een begroting in evenwicht — al verwacht het ratingagentschap dat die inspanningen in 2026 worden voortgezet.
De bevestiging valt samen met de goedkeuring van de begroting 2026 door het Brussels Parlement. Dat vormt voor De Smedt het startpunt van een traject richting financiële stabiliteit. Het tekort moet onder controle worden gehouden, met als ambitie om tegen het einde van de legislatuur opnieuw een evenwicht te bereiken.
Nieuwe kredietlijn als extra signaal
Ook de nieuwe kredietlijn van 250 miljoen euro bij Deutsche Bank wordt door de minister als positief nieuws bestempeld. Ze versterkt de liquiditeitspositie van het Gewest en bevestigt de hernieuwde interesse van financiële markten.
"Een rating is geen doel op zich, maar een gevolg van beleid. Wat telt, is dat we stap voor stap het vertrouwen herstellen: bij investeerders, bij partners en vooral bij de Brusselaars zelf", besluit minister De Smedt.