Een deel van de cultuursector ontsnapt aan de geplande btw-verhoging van 6 naar 12 procent. Dit besluit kwam na intensief lobbywerk en geldt voor onder meer opera, circus en klassieke muziek.
De federale regering had eerder al besloten om de btw voor een aantal sectoren te verhogen van 6 naar 12 procent. Deze maatregel was onderdeel van de meerjarenbegroting en zou onder andere afhaalmaaltijden, sport en cultuur treffen. Echter, na intensief lobbywerk zijn er uitzonderingen gemaakt voor specifieke culturele evenementen.
Uitzonderingen in cultuursector
De geplande btw-verhoging zal niet gelden voor voorstellingen van opera, circus, (straat)theater, choreografie en klassieke muziek. Deze uitzondering komt voornamelijk door de inspanningen van regeringspartij Les Engagés, die een sterke lobbycampagne voerde om deze onderdelen van de cultuursector te ontzien.
Juridische vraagtekens
Ondanks de gemaakte uitzondering is er geen duidelijke rationele verklaring voor het selectief ontzien van bepaalde culturele activiteiten. Dit roept juridische vragen op, en er is twijfel of deze hervorming standhoudt bij een eventuele toets door het Grondwettelijk Hof. Het koninklijk besluit is nu voor advies naar de Raad van State gestuurd.
Implicaties voor andere sectoren
Naast de cultuursector zijn er ook aanpassingen voor afhaalmaaltijden. Eerder was bepaald dat maaltijden met een houdbaarheidsdatum tot zeven dagen onder de verhoogde btw zouden vallen. Deze grens is nu verlaagd naar twee dagen, wat voor meer duidelijkheid moet zorgen maar ook weerstand kan opleveren.