Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Canada geeft Trump een koekje van eigen deeg: voor 20 miljard tarieven op Amerikaanse producten

Redactie - 26-08-2026

Canada slaat terug, Europa betaalt braaf: wie van de twee is de dwaas?

De ruzie tussen twee buren aan de andere kan van de grote plas is compleet. Canada heeft een lijst met honderden Amerikaanse producten bekendgemaakt waarop vanaf 8 september invoerheffingen van 15, 25 of 50 procent gelden. Het gaat om ingevoerde Amerikaanse goederen ter waarde van twintig miljard dollar: staal, zuivel, landbouwmachines.

Het is een spiegel. Precies dezelfde productgroepen, precies hetzelfde bedrag, als antwoord op de heffingen die Washington sinds vorig weekend toepast nadat de onderhandelingen tussen beide landen zonder akkoord waren gestrand.

En daar blijft het niet bij. De Amerikaanse president kondigde maandag aan dat hij de heffingen op de Canadese autosector vanaf 1 januari 2027 naar vijftig procent wil brengen.

Die autoheffing is het echte nieuws

Vergeet even het staal en de zuivel. De autosector is waar dit conflict pijn gaat doen, en niet alleen in Canada.

De Noord-Amerikaanse auto-industrie is een van de meest verweven productieketens ter wereld. Onderdelen steken tijdens de bouw van één wagen meermaals de grens over: gegoten in het ene land, bewerkt in het andere, gemonteerd terug over de brug. Amerikaanse autobouwers zijn dus zwaar afhankelijk van invoer uit Canada.

Een heffing van vijftig procent op die stroom is geen muur tegen een concurrent. Het is een muur dwars door de eigen fabriek. De rekening belandt bij Amerikaanse fabrikanten en, met een vertraging van enkele maanden, bij Amerikaanse kopers in de showroom.

Dat komt boven op wat die kopers nu al voelen: dure benzine door de oorlog met Iran, en een inflatie die maar niet wil zakken. In november zijn er tussentijdse verkiezingen. Het is geen gewaagde voorspelling dat een president die duurdere pick-ups organiseert, daar in het stemhokje iets van hoort.

Waarom Canada niet plooit

Aan Canadese kant is de politieke rekensom omgekeerd, en dat verklaart de hardheid.

Drie op de vier Canadezen steunde de beslissing van premier Mark Carney om weg te lopen van de onderhandelingstafel. Er ligt een steunpakket van 5,5 miljard dollar klaar voor getroffen bedrijven en werknemers, en de regering roept haar burgers op om massaal Canadees te kopen.

Dat laatste is geen folklore. Wanneer een bevolking vrijwillig duurder koopt om een buitenlandse leverancier te straffen, heeft economische logica het verloren van iets sterkers.

Er is ook een detail dat verraadt waar dit werkelijk over gaat. Dezelfde Amerikaanse president dreigt ermee het Ontariomeer te herdopen tot Lake America. Dat is geen handelsmaatregel, dat is een plaagstoot. Wie een buurland niet alleen wil verslaan maar ook vernederen, moet niet verbaasd zijn dat dat buurland liever duur koopt dan te buigen. Vernedering is de brandstof waarop dit conflict draait, en brandstof wordt zelden goedkoper.

En dan wij: dezelfde president, het omgekeerde antwoord

Wij kregen van ‘The Donald’ dezelfde behandeling en kozen de andere weg. In juli vorig jaar werd op een golfterrein in het Schotse Turnberry een akkoord beklonken: de Verenigde Staten heffen vijftien procent op de meeste Europese goederen. Wij zetten daar geen tegenheffingen tegenover. Integendeel, de Europese Unie schrapte haar eigen invoerrechten op Amerikaanse industriële producten en gaf Amerikaanse land- en visbouwproducten gunstiger toegang tot onze markt.

Voor staal en aluminium bleef het Amerikaanse tarief van vijftig procent gewoon staan.

Voor de goede orde: vóór dit alles bedroeg het gemiddelde Amerikaanse invoertarief op Europese goederen ongeveer 4,8 procent. Wij hebben dus een verdrievoudiging aanvaard en dat stabiliteit genoemd. Het Europees Parlement heeft er na maanden tegenstribbelen twee dingen doorgeduwd: een opschortingsclausule waardoor de deal automatisch vervalt zodra Washington nieuwe heffingen invoert, en een einddatum op 31 maart 2028.

Vrij vertaald: wij hebben een akkoord dat zichzelf opblaast op het moment dat de tegenpartij zich niet gedraagt. Dat is geen verdrag. Dat is een wapenstilstand met een lont eraan.

 

 

Wie heeft er nu gelijk?

De Canadese houding is niet vanzelf de verstandige.

Ten eerste is een tegenheffing in wezen een belasting op je eigen bevolking. Wanneer Ottawa vijftig procent heft op Amerikaans staal, betaalt geen enkele Amerikaan dat: het zijn Canadese bedrijven en Canadese klanten die dieper in hun beurs tasten. Je slaat de ander door jezelf te snijden en te hopen dat hij het eerst niet meer aankan.

Ten tweede is de uitgangspositie totaal verschillend. Canada stuurt het overgrote deel van zijn uitvoer naar één enkele klant, die toevallig ook zijn buurman is. Wie zo afhankelijk is, kan de deur niet dichttrekken en elders gaan aankloppen; Canada vecht omdat het niet weg kan. Europa heeft wél andere markten en had bij een escalatie meer te verliezen, ook al omdat er dertig procent op tafel lag als er geen akkoord kwam.

En ten derde: de Europese keuze heeft onze bedrijven wel degelijk anderhalf jaar rust bezorgd, en rust is voor wie investeert een reëel goed.

Alleen zit er in die redenering één ongemakkelijke bodem. Wie betaalt om met rust gelaten te worden, heeft de prijs voor de volgende ronde al vastgelegd. Precies daarom wordt er nu opnieuw over de Europese autotarieven gepraat, en precies daarom vraagt Washington om de zoveel maanden iets nieuws.

Is dit het begin van meer ellende?

Waarschijnlijk wel, en je kunt het zelfs volgen aan de hand van drie data.

November, de tussentijdse verkiezingen. Verliezen de Republikeinen daar zwaar, dan wordt de handelsoorlog een last in plaats van een troef en kan de toon vrij plots omslaan. Winnen ze, dan is het bewijs geleverd dat deze methode werkt, en dan is er geen enkele reden om ermee te stoppen.

1 januari 2027, wanneer die vijftig procent op Canadese wagens ingaat. Dat is het moment waarop deze ruzie van persconferenties naar fabriekshallen verhuist.

31 maart 2028, wanneer het Europese akkoord vanzelf afloopt en opnieuw expliciet moet worden goedgekeurd. Dat valt midden in het volgende Amerikaanse politieke seizoen, en dus zit Europa dan opnieuw aan tafel bij wie er op dat moment ook zit.

Wat dat concreet voor jou betekent, is minder spectaculair dan een krantenkop maar vervelender. Onze staalsector zit nog altijd tegen vijftig procent aan te kijken. Onze machinebouw en onze havens leven van doorstroming, en doorstroming houdt niet van onzekerheid. En elke bedrijfsleider die vandaag moet beslissen waar hij de komende tien jaar een fabriek zet, rekent tegenwoordig met een risico dat vroeger niet bestond: dat de spelregels tussendoor veranderen omdat iemand een meer wil hernoemen.

De echte schade zit niet in de percentages

Tachtig jaar lang gold in de handel één basisafspraak: tarieven werden onderhandeld, vastgelegd en gerespecteerd, en wie zich niet aan de regels hield, werd voor een scheidsrechter gedaagd. Je hoefde dat systeem niet mooi te vinden om er nut van te hebben. Het maakte de wereld voorspelbaar genoeg om te durven investeren.

Wat er nu gebeurt tussen Washington en Ottawa is geen ruzie over staal. Het is een demonstratie dat handelsregels tegenwoordig een hefboom zijn in een persoonlijk conflict, en dat elke afspraak maar geldt tot de volgende bui.

Die onvoorspelbaarheid kost geld, ook wanneer er geen enkele heffing bij komt. Ze zit verstopt in uitgestelde investeringen, in langere voorraden, in contracten met ontsnappingsclausules en in verzekeringspremies. Niemand stuurt daar een factuur voor. Wij betalen ze wel.

(Foto: P-magazine)

Vs Canada Tarieven Nieuws internationaal

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken