Vrije meningsuiting volgens Conner Rousseau: luid roepen wanneer het uitkomt, blokkeren wanneer het stoort.
Wanneer socialisten plots de kampioenen van de vrije meningsuiting spelen, loont het de moeite om even naar de details te kijken. Zeker wanneer de hoofdrol wordt opgeëist door Conner Rousseau, voorzitter van Vooruit.
De afgelopen weken schreeuwden de Vlaamse socialisten moord en brand nadat partijfiguren in aanvaring kwamen met Bill White en hun kritiek op Donald Trump niet zomaar op sociale media konden ventileren. De boodschap van Vooruit was duidelijk: hun stem werd gesmoord, hun mening gecensureerd.
Dat is een opmerkelijke positie voor een partij die zichzelf graag als hoeder van burgerrechten presenteert. Nog opmerkelijker wordt het wanneer diezelfde partijvoorzitter Trump ondertussen zonder verpinken met Adolf Hitler vergelijkt.
Operatie blazoen oppoetsen
De context waarin die plotselinge liefde voor vrije meningsuiting opduikt, is allesbehalve toevallig. Binnen de federale regering slikken de socialisten immers maatregel na maatregel die hun traditionele achterban pijn doet.
De ironie is moeilijk te missen. Een partij die historisch werd gebouwd op de verdediging van de sociale zekerheid – verworvenheden waarvoor vorige generaties socialisten letterlijk de straat op trokken – zit vandaag mee aan tafel bij hervormingen die diezelfde sociale bescherming afbouwen.
Dat is een moeilijk verhaal om te verkopen aan militanten en kiezers. Dus volgt een klassieke politieke reflex: het imago oppoetsen met stevige woorden, liefst over internationale thema’s waar de achterban zich moreel superieur kan voelen.
De oorlog tussen Iran, de Verenigde Staten en Israel – aangewakkerd door Donald Trump en Benjamin Netanyahu – kwam voor Rousseau dan ook als een godsgeschenk.
De partij kon zich opnieuw profileren als moreel kompas.
De muilkorf van het verleden
Alleen botst dat discours met een aantal ongemakkelijke herinneringen. Nog niet zo lang geleden greep Rousseau zelf naar de rechtbank om de pers het zwijgen op te leggen via een kortgeding. Artikels over zijn persoon moesten verdwijnen of mochten niet verschijnen.
Achteraf bleek dat een deel van die berichten wel degelijk op feiten gebaseerd was – iets wat Rousseau later zelf erkende.
Dat maakt het moeilijk om vandaag geloofwaardig de kampioen van de vrije meningsuiting te spelen.
Blokkeren op Instagram
De hypocrisie wordt pas echt pijnlijk wanneer men kijkt naar het gedrag op sociale media. Kritiek tolereren blijkt immers makkelijker wanneer ze tegen politieke tegenstanders gericht is dan wanneer ze op jezelf terugkaatst.
De onderstaande tweet van Sam van Rooy deed de voorbije dagen de ronde:
Als dat klopt, wordt het plaatje compleet: “vrijheidslievende Iraniërs die kritiek formuleren op Rousseau, worden simpelweg geblokkeerd.”
Vrije meningsuiting à la carte
Het patroon is herkenbaar. Vrije meningsuiting is heilig zolang ze het eigen narratief versterkt. Maar zodra kritiek persoonlijk wordt, duikt plots de blokkeerknop op.
Voor een partij die zichzelf graag in de traditie van democratische vrijheden plaatst, is dat een ongemakkelijke tegenstelling.
Misschien is het daarom tijd voor een simpele vraag: geldt vrije meningsuiting voor iedereen — of alleen voor socialisten wanneer het politiek goed uitkomt?
Soms is stilte inderdaad gepast. Maar in dit geval vooral om de hypocrisie even te laten bezinken.
(Foto: X)