Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

De Congreskolom als draak en diva: Duchka Walraet over Brussel in steigers

Ann Maes - 21-06-2026

De Congreskolom staat in de steigers. En dat staat haar goed, vindt Brusselse schrijver Duchka Walraet. In haar column voor BRUZZ beschrijft ze hoe zeilen en staal het monument tegelijk verhullen én onthullen — en waarom dat meer zegt over België dan de kolom zelf ooit kon.

Ze wordt gerestaureerd, de Congreskolom. Achter steigers en zeilen verdwijnt ze uit het Brusselse straatbeeld. Of toch niet helemaal. Want voor Duchka Walraet, Brusselse auteur en projectverantwoordelijke in de bouwsector, werkt dat verbergen als een erotisch mechanisme. "Je blik wordt een luilak wanneer hij alles zomaar krijgt voorgeschoteld."

Rechtop blijven, koste wat het kost

De Congreskolom werd in 1859 opgericht als symbool voor het jonge Koninkrijk België. 47 meter hoog, met bovenaan Leopold I — "herleid tot een parmantig topje", schrijft Walraet. Aan de voet brandt de eeuwige vlam voor de onbekende soldaat, toegevoegd in 1922. Vier allegorische figuren rond de sokkel verbeelden de grondrechten van de nieuwe staat: vrijheid van eredienst, vereniging, onderwijs en pers.

Nu staat ze achter zeilen en exoskelet. Walraet ziet er iets theatraals in — het soort theatergordijn dat meer onthult dan het verbergt. Ze trekt de vergelijking met Christo's verpakking van de Arc de Triomphe in 2021: "Ontdaan van zijn details werd de triomfboog een pure vorm. Een ademend volume."

Drie cycli van incarnatie

In de gesteigerste kolom leest Walraet drie verhalen tegelijk: oprichting, verval en wedergeboorte. "De eeuwige terugkeer is niet langer een ondoorlaatbaar mysterie. Het voltrekt zich voor je blote oog." Simultaan, driestemmig — het soort poëzie dat ook het Justitiepaleis fluistert.

Maar dat romantische lezen wil niet zeggen dat ze het monument zelf verheerlijkt. Walraet haalt Herman Teirlinck aan, die in *Brussel 1900* oordeelde dat de kolom haar persoonlijkheid "minder aan zichzelf te danken heeft dan aan haar omgeving". Dat vernietigende oordeel — "een voldoende synthesis van wat de wansmaak der kunstenaars van de jaren 1830 vermocht" — klinkt nog steeds hard.

De Laagstad als levend lichaam

Wat Teirlinck wél betovert, is de Laagstad die panoramisch onder de kolom ligt. Hij beschrijft haar als een lichaam dat "ronkt, dampt, zwelt van leven, ademt, hijgt en klaagt in zoevend rumoer". Onder zijn pen wordt de Laagstad een voldaan postcoïtaal vrouwenlichaam.

Walraet pikt die beeldtaal op. De nationale monumenten van de Hoogstad pretenderen eeuwig te zijn, schrijft ze, maar tonen tegelijk hoe belachelijk die inspanning is. "Dat geldt in het bijzonder voor de Congreskolom. Bij extensie voor een kleine bufferstaat als België."

Meer dan steigers

De restauratie van de Congreskolom is op zichzelf geen groot nieuws. Maar Walraet maakt er iets van: een reflectie over vorm en functie, over zichtbaarheid en verberging, over wat een land zich verbeeldt te zijn versus wat het is. De kolom moet rechtop blijven staan. Vooral niet verslappen. Dat geldt, suggereert ze met een glimlach, voor meer dan alleen het monument.

Brussel Restauratie Herman teirlinck * congreskolom Duchka walraet

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken