In Vleteren dreigt een opvallend schoolprobleem: tegen 2030-2031 zouden maar liefst 64 plaatsen in het basisonderwijs leeg blijven staan — ruim het dubbele van het Vlaamse gemiddelde. Een nieuw onderzoek brengt een bredere schoolcrisis in kaart die ook andere Vlaamse gemeenten treft.
Uit de recentste capaciteitsmonitor — een driejaarlijks onderzoek van de VUB en de KU Leuven — blijkt dat er in 2030-2031 maar liefst 41.665 lege stoeltjes zullen zijn in de Vlaamse basisscholen. In 218 van de 304 Vlaamse en Brusselse gemeenten verwachten de onderzoekers een surplus.
Vleteren harder getroffen dan gemiddeld
In Vleteren loopt het overschot op tot 64 lege plaatsen, goed voor maar liefst 13 procent van de totale capaciteit. Ter vergelijking: het Vlaams gemiddelde bedraagt slechts 6 procent. Dat maakt Vleteren tot een van de gemeenten die de demografische terugval het sterkst zullen voelen.
De oorzaak is een combinatie van factoren: het dalend geboortecijfer doet het aantal leerlingen krimpen, terwijl heel wat scholen de voorbije jaren net fors uitbreidden om de toenmalige stijgende leerlingenaantallen bij te houden. Die investeringen komen nu te vroeg.
Een concurrentiestrijd waarbij niet iedereen overleeft
Experts waarschuwen voor een heuse strijd tussen scholen om leerlingen. "Scholen die hoog aangeschreven zijn, zullen blijven vollopen. Het zijn de minder geliefde scholen die de effecten het hardst zullen voelen", zegt demograaf Johan Surkyn (VUB), die meewerkte aan het onderzoek.
Schoolsluitingen lijken daarbij onafwendbaar, al zal de impact per school sterk verschillen. Kwaliteit en reputatie worden doorslaggevend.
Ook grote steden en kleine gemeenten zijn niet gespaard
Het probleem beperkt zich niet tot Vleteren. Gent (2.784 lege stoeltjes), Hasselt (1.253) en Bilzen-Hoeselt (1.250) scoren het hoogst in absolute aantallen. Maar in relatieve termen zijn het de kleinere gemeenten die het zwaarst getroffen worden: in Heuvelland, Lo-Reninge, Middelkerke en Damme zou naar verwachting zo'n 40 procent van de capaciteit onbenut blijven tegen 2030-2031.