Wie 'op den buiten' woont, mag snel internet vergeten.
De uitrol van supersnel internet dreigt een digitale grens door Vlaanderen te trekken. Terwijl steden en dichtbevolkte gemeenten straks moeiteloos streamen, gamen en telewerken via glasvezel, blijven miljoenen meters verder hele regio’s in de kou staan. Volgens Vooruit gaat het om één miljoen Vlamingen die geen toegang zullen krijgen tot fiber. “Compleet onaanvaardbaar,” stelt Kamerlid Jeroen Soete, die de bevoegde minister van Digitalisering al meermaals zonder antwoord bevroeg.
De vergeten zones van Vlaanderen
In de coulissen van de digitale vooruitgang ligt een pijnlijke realiteit. Vlaanderen wordt in zones verdeeld — A, B en C.
In de A-zones, de stedelijke gebieden, rolt zowel Proximus als Telenet afzonderlijk glasvezel uit. In de minder dichtbevolkte B-zones werken de twee bedrijven samen om de kosten te delen. Maar het is in de C-zones, de dunbevolkte regio’s, dat de kaarten stilaan fataal vallen.
Daar — in de uithoeken van de Westhoek, Limburg, de Kempen — komt vermoedelijk helemaal géén fiber. De aanleg van een glasvezelnetwerk, goed voor miljarden euro’s, is volgens de operatoren economisch onhaalbaar. Vooruit vreest dat de digitale snelweg straks ophoudt net voorbij de stad, terwijl gezinnen op het platteland moeten blijven rijden op een verouderde kabel.
De Westhoek als symbool
Soete, zelf afkomstig uit West-Vlaanderen, bracht zelf de cijfers in kaart.
Alleen al in zijn provincie zouden 240.000 inwoners buiten de boot vallen. In de Westhoek — Poperinge, Diksmuide, Veurne — gaat het zelfs over vier op de tien gezinnen. “Voor heel Vlaanderen spreken we over één miljoen mensen die digitaal worden achtergelaten,” zegt Soete in ‘Het Nieuwsblad’.
Volgens Vooruit is dat maatschappelijk en economisch onverantwoord. “Fiber is de technologie van de toekomst, het fundament van onze digitale economie. Als de overheid in deze operatoren participeert, dan moet ze er ook over waken dat niemand wordt uitgesloten.”
Stilte van de telecomspelers
Minister van Digitalisering Vanessa Matz (Les Engagés) houdt voorlopig de lippen stijf.
Bij Telenet-dochter Wyre, verantwoordelijk voor de fiberuitrol, komt evenmin een reactie.
Proximus zegt dat het in dunbevolkte gebieden economisch moeilijk is om fiber aan te leggen. In plaats daarvan verwijst het bedrijf naar Hybrid Fiber Coax (HFC)-technologie, een combinatie van glasvezel en coaxkabel die volgens hen “gigabitsnelheden” kan bieden in heel Vlaanderen.
Maar Vooruit wijst erop dat zulke snelheden tijdelijk zijn. Wat vandaag “meer dan voldoende” is, is binnen vijf jaar alweer achterhaald. “De digitale evolutie stopt niet aan de stadsrand,” zegt Soete. “Wie vandaag op kabel blijft, zit morgen vast in een achteruitkijkspiegel.”
Transparantie ontbreekt
Vooruit hekelt vooral het gebrek aan openheid. De partij kreeg enkel een kaart van Vlaanderen waarop enkel de B-zones zichtbaar zijn. Geen woord over de C-zones, geen lijst van gemeenten die buiten de planning vallen. “Het is alsof men een bouwvergunning aanvraagt zonder te tonen welk huis men wil zetten,” aldus Soete.
De partij roept daarom de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) op om de lopende procedure te pauzeren. Tot 21 november kunnen belanghebbenden opmerkingen indienen over de manier waarop de fiber wordt uitgerold, maar volgens Vooruit kan niemand dat zinnig doen zolang de spelregels vaag blijven.
Digitale ongelijkheid wordt tastbaar
Wat overblijft, is een tweedeling tussen Vlaanderen met en zonder glasvezel. Terwijl bedrijven in stedelijke gebieden hun digitale capaciteit opvoeren, blijven ondernemingen in de periferie hangen in verouderde infrastructuur. Het verschil tussen “meedoen” en “achterblijven” wordt zo meetbaar in megabits per seconde.
Volgens Vooruit is dat precies wat de overheid had moeten voorkomen. “Het kan niet dat we met publieke middelen investeren in operatoren die dan beslissen om hele regio’s te negeren. Als we spreken over gelijke kansen, dan hoort toegang tot supersnel internet daar in 2025 gewoon bij.”
(Foto: Shutterstock)