Lokale politie bestuurt op Belgische improvisatie.
België heeft 176 lokale politiezones. Een stevig netwerk dat de openbare orde moet bewaken, criminaliteit moet aanpakken en in theorie volledig politiek neutraal hoort te functioneren. In de praktijk blijkt dat systeem echter verrassend flexibel om te gaan met regels die net bedoeld waren om die neutraliteit te garanderen.
Volgens cijfers van de federale politie - zo schrijft ‘De Morgen’ - beschikt één op de vijf Vlaamse korpschefs niet over de wettelijk vereiste opleiding of brevetten.
Met andere woorden: een systeem dat gebouwd is op strikte selectiecriteria, draait in de realiteit deels op omwegen, uitzonderingen en tijdelijke oplossingen die opvallend permanent blijken.
Korpschef: topfunctie met veel regels, weinig garantie
De functie van korpschef — officieel “zonechef” — is geen vrijblijvende job. In principe is het een mandaat dat exclusief is voorbehouden aan politieofficieren met de graad van hoofdcommissaris. En die titel krijg je niet zomaar: daarvoor bestaat een lange, zware opleiding met duidelijke voorwaarden.
Maar theorie en praktijk lopen, zoals zo vaak in België, niet synchroon.
In de realiteit blijken een twintigtal commissarissen in Vlaanderen de sprong naar korpschef te hebben gemaakt zonder het volledige parcours van hoofdcommissaris te hebben afgelegd. Soms via uitzonderingsroutes, soms via versnelde benoemingen, en soms via een combinatie van ervaring en administratieve soepelheid.
De omweg via de beleidscel
Een opvallende piste: wie minstens drie jaar werkt als verbindingsofficier in de beleidscel van een minister, kan versneld doorgroeien naar hoofdcommissaris. Een carrièrepad dat op papier logisch klinkt, maar in de praktijk vooral vragen oproept over hoe uniform die “zware selectie” nog is.
Want waar de ene politieman jaren opleiding en praktijk nodig heeft, kan een ander via een beleidsfunctie sneller bovenaan de hiërarchie belanden.
Het resultaat is een korpsstructuur waarin het woord “uniform” steeds minder betrekking lijkt te hebben op loopbanen, en steeds meer op het uniform zelf.
Tijdelijk wordt permanent — zonder einddatum
Officieel is een waarnemend korpschef een noodoplossing: tijdelijk, in afwachting van een nieuwe benoeming. Bijvoorbeeld wanneer een korpschef vertrekt of er een vacature ontstaat.
Maar hier duikt een typisch Belgisch detail op: er is geen duidelijke wettelijke termijn op dat “tijdelijk”.
En dus gebeurt wat vaak gebeurt in administratieve systemen zonder harde deadlines: tijdelijk wordt langdurig, en langdurig wordt gewoon de nieuwe standaard.
Volgens kritische stemmen binnen de politiewereld laat dat de deur open voor politieke beïnvloeding. Lokale besturen zouden soms eenvoudigweg geen vacature openstellen, waardoor een waarnemend chef blijft zitten zonder definitieve benoeming.
Vakbond: “democratische waarborgen worden uitgehold”
Binnen de politievakbond klinkt stevige kritiek. Koen Van Parys, jurist bij VSOA, stelt dat zo de oorspronkelijke bedoeling van de wet wordt uitgehold.
De redenering achter de strikte selectiecriteria was net om een politiek onafhankelijke politie te garanderen. Maar als lokale besturen de procedure kunnen uitstellen of omzeilen, komt die onafhankelijkheid onder druk te staan.
Of eenvoudiger gezegd: wie de regels mag rekken, bepaalt uiteindelijk wie de politie leidt.
Een systeem dat strak oogt, maar soepel functioneert
Op papier is de Belgische politiehiërarchie strak gereguleerd, met duidelijke graden, opleidingen en benoemingsvoorwaarden.
In de praktijk blijkt het systeem echter verrassend plastisch: uitzonderingen worden routines, tijdelijke mandaten worden langdurige functies, en formele vereisten worden in sommige gevallen omgebogen tot interpretaties.
Het resultaat is een bestuurlijke paradox: een politie die streng moet toezien op regels, maar intern zelf opereert in een grijze zone van flexibiliteit.
Wat hebben we vandaag geleerd?
We stuiten op een ongemakkelijke realiteit: een aanzienlijk deel van de Vlaamse korpschefs voldoet niet volledig aan de formele vereisten die de wetgever ooit als essentieel beschouwde.
Niet omdat niemand die regels kent. Maar omdat ze in de praktijk selectief toepasbaar blijken.
En zo ontstaat een systeem dat officieel gebouwd is op meritocratie en strikte selectie, maar in realiteit steeds vaker lijkt te draaien op interpretatie, geduld en bestuurlijke rekbaarheid.
De vraag is dus niet alleen of de juiste mensen aan het hoofd van de politie staan.
Maar vooral hoe lang het nog uitmaakt wat “de juiste mensen” eigenlijk betekent.
(Foto: AI-p-magazine)