België staat opnieuw op het punt om geschiedenis te schrijven. Niet met een WK-titel, niet met een Nobelprijs, zelfs niet met nog slechtere wegen, maar met regeltjes, regeltjes en nog eens regeltjes. Deze keer wil regeringspartij Les Engagés alcohol volledig verbieden voor iedereen onder de achttien. Bier, wijn, cava op familiefeestjes: alles op slot tot je officieel volwassen bent. Want België is, zo klinkt het verontwaardigd, “een van de laatste landen waar minderjarigen nog alcohol mogen kopen”.
En dat is blijkbaar een probleem.
Wie vandaag de veertig gepasseerd is, herinnert zich nochtans nog vaag dat hij op zijn zestiende al eens een pintje dronk. Op een fuif, in het jeugdhuis, op café met een nonkel die vond dat “je dat eens moest leren”. Wonder boven wonder zijn we daar niet collectief aan gestorven. Integendeel: we leven nog, werken nog, betalen belastingen en slagen er zelfs in om zonder begeleiding naar het toilet te gaan.
Maar tijden veranderen. En vooral: regels vermenigvuldigen zich sneller dan konijnen in ‘t stadspark van de Koekenstad. En geloof ons: die konijnen kunnen er wat van.
Van verwarrend naar verstikkend
De huidige wetgeving is inderdaad een rommeltje. Bier en wijn vanaf 16, sterke drank vanaf 18. Is een Desperados bier of tequila? Is porto wijn of iets waar je grootmoeder poepeloerezat van wordt? Niemand weet het nog. In plaats van dat grijze gebied gewoon met gezond verstand te benaderen, kiest men opnieuw voor de botte bijl: alles verbieden, iedereen gelijk, geen discussie meer.
Duidelijk? Zeker. Betuttelend? Absoluut.
Volgens onderzoekers en preventie-instituten belanden jaarlijks duizenden jongeren in het ziekenhuis met alcoholintoxicatie. Dat is ernstig, daar is geen discussie over. Maar de redenering blijft opvallend simpel: jongeren drinken te vroeg, dus we verbieden het nog langer. Alsof het probleem zich netjes aanpast aan een verjaardag.
Want iedereen weet hoe dat gaat: jongeren die iets niet mogen, stoppen er uiteraard onmiddellijk mee. Net zoals bij sigaretten, drugs, seks en alles wat ooit verboden werd en daarna compleet verdween. Toch?
De overheid als opvoedkundige
De onderliggende vraag is niet of alcohol schadelijk kan zijn: dat is het. De vraag is of de overheid werkelijk denkt dat ze opvoeding kan vervangen door wetgeving. Ouders, scholen, context en gezond verstand worden steeds vaker ingeruild voor regels, verboden en sancties.
Het discours klinkt intussen vertrouwd: jongeren zijn impulsief, hun hersenen zijn niet volgroeid, ze nemen risico’s. Dat klopt allemaal. Maar als we dat doortrekken, zouden we misschien beter ook autorijden, stemmen, TikTok en groepschats pas vanaf 25 toelaten. Hersenen zijn dan pas écht klaar, niet?
Volgens cijfers van Sciensano staat een meerderheid van de bevolking wel open voor strengere regels. Dat is op zich logisch: niemand wil jongeren laveloos zien rondzwalken. Maar tussen beschermen en controleren zit een verschil. En België heeft de neiging om meer en meer een controlestaat te worden.
En morgen?
Vandaag is het alcohol.
Gisteren was het roken.
Eergisteren waren het auto’s, verwarming, vlees en vuurwerk.
De grap wordt stilaan dat je binnenkort hoopt dat je nog zelf mag beslissen wanneer je naar het toilet gaat, zonder formulier of voorafgaande risicoanalyse. Want als de overheid alles wil regelen “voor ons eigen bestwil”, blijft er weinig ruimte over voor verantwoordelijkheid, of volwassen worden.
Of het voorstel er effectief komt, is nog afwachten. Dat Georges-Louis Bouchez zich al roert, is alvast geen verrassing. Maar los van politieke spelletjes blijft één vaststelling overeind: België blijft wereldkampioen regels verzinnen voor problemen die vooral vragen om nuance, begeleiding en gezond verstand.
En misschien ook gewoon: een eerste pintje onder toezicht, in plaats van een verbod dat niemand serieus neemt.