Bill White, de Trump-verkoper aan tafel bij Ruben: geopolitiek met een tandpastaglimlach.
Een Amerikaanse ambassadeur die in een Vlaams praatprogramma mag komen uitleggen waarom Donald Trump eigenlijk een vredesduif is: het levert heerlijke, maar tegelijk behoorlijk ongemakkelijke televisie op. Bill White schoof aan bij ‘De Tafel van Ruben’ en mocht er zijn grote vriend Trump bewieroken. Alleen botste zijn blinkende tandpastaglimlach op de erudiete ernst van voormalig kolonel Roger Housen. Het gekibbel dat volgde, had bij momenten de dramaturgie van een politieke B-film: grote verklaringen, weinig ruimte voor tegenspraak en een gladde hoofdrolspeler die de besmeurde werkelijkheid een grondige poetsbeurt probeerde te geven.
Met een zelfvertrouwen waar menig tweedehandsautoverkoper jaloers op zou zijn, presenteerde White de Amerikaanse president als de man die oorlogen beëindigt, terrorisme bestrijdt en de wereldorde eigenhandig weer op de rails zet. Dat niet iedereen aan tafel even enthousiast was over die voorstelling van zaken, leek de ambassadeur vooral een vervelende bijkomstigheid.
Epic Fury, epic failure
Het gesprek belandde al snel bij Iran. White sprak over een militaire operatie, Housen noemde het gewoon een oorlog. De kolonel had ook weinig geduld met de ronkende naam die Washington aan die operatie gaf. ‘Epic Fury’ kon je volgens hem beter omschrijven als ‘Epic Failure’, aangezien de Amerikanen volgens zijn analyse op vrijwel alle aangekondigde doelstellingen gefaald hadden.
Trump had beloofd de militaire slagkracht van Iran te breken, het nucleaire programma uit te schakelen, de Straat van Hormuz opnieuw veilig toegankelijk te maken en het regime in Teheran opzij te schuiven. Volgens Housen is van die ambities bijzonder weinig terechtgekomen. Sterker nog, de strategische situatie zou er volgens hem zelfs slechter op geworden zijn dan vóór de Amerikaanse en Israëlische aanval van 28 februari.
White had uiteraard een heel andere versie van de werkelijkheid meegebracht. Hij verklaarde dat het Iraanse regime ‘out of business’ was, dat het land geen leger of wapens meer had en dat de nucleaire capaciteit was uitgeschakeld. Iran financiert terrorisme, voegde hij eraan toe, en Trump had tenminste de moed gehad om daartegen op te treden. De vorige presidenten, van Obama tot Bush, hadden volgens hem niets ondernomen.
Het klonk allemaal minder als een diplomatieke analyse dan als een ingestudeerde campagneboodschap. Housen wees erop dat de Iraanse Revolutionaire Garde nog altijd aan de machtstouwtjes trekt en dat de Straat van Hormuz onder Iraanse controle blijft. White onderbrak hem met een zelfverzekerd ‘Incorrect’, waarna een welles-nietesspelletje volgde waarbij de kolonel steeds moeilijker zijn zinnen kon afmaken. De ambassadeur had zijn antwoord kennelijk al klaar voordat zijn gesprekspartner de vraag goed en wel had uitgesproken.
De ambassadeur als reclameman
Een van de meest potsierlijke momenten kwam toen White zijn gesprekspartner uitdaagde om te zeggen hoeveel scheepvaartverkeer er nog door de Straat van Hormuz ging. Housen probeerde te antwoorden, maar kreeg daar nauwelijks de ruimte voor. White nam het antwoord uiteindelijk zelf over: 96 procent van het verkeer, beweerde hij. Voor de ambassadeur was dat kennelijk een klinkende overwinning, terwijl Housen erop wees dat er volgens die cijfers nog altijd minder verkeer was dan vóór de operatie.
Het verschil tussen 96 en 100 procent leek voor White vooral een kwestie van perspectief. In zijn verhaal was de Amerikaanse operatie een succes, zelfs wanneer de werkelijkheid zich niet helemaal aan de verkooppresentatie hield. Een beetje zoals een aannemer die je huis in brand steekt en vervolgens trots komt vertellen dat 96 procent van de muren nog rechtstaat.
Daarna volgde het obligate loflied op Trump als man van de vrede. De president zou conflicten tussen Congo en Rwanda en tussen Pakistan en India hebben opgelost. Ook de oorlog in Oekraïne zou alleen door hem beëindigd kunnen worden. ‘Er is maar één man op aarde die die oorlog kan beëindigen. Dat is Donald Trump’, verklaarde White, met de overtuiging van iemand die zojuist de winnaar van een wereldwijde talentenjacht had aangekondigd.
Je zou bijna vergeten dat Trump ondertussen de Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne ter discussie heeft gesteld. Housen bracht de Patriot-raketten, de gedeeltelijke stopzetting van Starshield en de opschorting van de wet-Graham ter sprake. Hij noemde het verraad aan Oekraïne.
Ook daar liet White zich niet van zijn stuk brengen. Hij wilde cijfers zien: hoeveel Patriot-raketten had Trump eigenlijk voor Oekraïne voorzien? Housen antwoordde dat het om 500 stuks ging, met leveringen die volgens hem pas tegen 2030 volledig zouden volgen. White draaide de vraag vervolgens om en vroeg of België dan zelf Patriots kon leveren.
De kolonel wees erop dat de Amerikaanse voorraden onder druk staan door de militaire inzet in het Midden-Oosten. White wuifde die uitleg weg met de mededeling dat de feiten van Housen niet correct waren. ‘Dat is niet waar, uw feiten zijn niet correct’, klonk het. Veel verder kwam de discussie niet, want telkens wanneer de kolonel een militaire analyse probeerde op te bouwen, stond de ambassadeur klaar om er met een nieuw tegenargument doorheen te fietsen.
Trump heeft een ambassadeur nodig. Of misschien is het wel omgekeerd.
Slecht theater
Het is op zichzelf natuurlijk niet vreemd dat een Amerikaanse ambassadeur het beleid van zijn land verdedigt. Dat behoort nu eenmaal tot zijn functie. Een ambassadeur is geen neutrale commentator en hoeft zijn regering ook niet publiekelijk af te vallen. Alleen wordt het een stuk problematischer wanneer diplomatie plaatsmaakt voor politieke propaganda en een televisieoptreden vooral lijkt te dienen om de president van dienst een flinke schouderklop te bezorgen.
White kwam duidelijk niet naar de studio om de complexiteit van de oorlog in Iran of de Amerikaanse steun aan Oekraïne te ontrafelen. Hij kwam Trump verdedigen, om niet te zeggen: promoten. Zijn boodschap was eenvoudig: de president heeft gelijk, zijn tegenstanders begrijpen het niet en de rest van de wereld moet vooral wat geduld oefenen. ‘Geef hem tijd’, besloot hij.
Dat is een merkwaardige vraag wanneer het gaat over een president die zichzelf graag als de grote vredestichter presenteert, maar wiens militaire avonturen ondertussen ook hun eigen rekening produceren. Housen kon daar zijn militaire analyse tegenover plaatsen, al kreeg hij lang niet altijd de kans om die rustig af te maken. Het leverde een discussie op waarin de ene probeerde uit te leggen wat er op het terrein gebeurt, terwijl de andere vooral wilde benadrukken hoe fantastisch zijn baas wel niet is.
Wat uiteindelijk blijft hangen, is het beeld van een frisgewassen Amerikaanse held met een blinkende glimlach, een kolonel die als lastige spelbreker de feestvreugde probeert te temperen en een president die vanuit de coulissen als redder van de wereld wordt aangekondigd. Alleen ontbreekt voorlopig het bewijs dat het scenario ook een happy end krijgt.
In Washington mogen ze dan wel ‘Epic Fury’ op de affiche zetten, na dit televisieoptreden bleef vooral het beeld hangen van een ambassadeur die zijn diplomatieke pet had ingeruild voor de verkoopsschort van een marktkramer. Alleen verkocht hij geen stofzuigers of wondermiddeltjes, maar het verhaal dat Donald Trump de wereld aan het redden is. En wie niet overtuigd was, had volgens White blijkbaar gewoon de gebruiksaanwijzing niet goed gelezen.
(Foto: Play)