Een verenigd Europa? Vergeet het.
De Europese Raad is er tijdens haar jongste topontmoeting in Brussel niet in geslaagd om eensgezindheid te bereiken over bijkomende steun aan Oekraïne. De blokkade komt opnieuw van Hongarije, dat zich blijft verzetten tegen extra Europese betrokkenheid. De bestaande sancties tegen Rusland werden wél met zes maanden verlengd, maar een nieuw sanctiepakket raakte niet goedgekeurd. Intussen groeit binnen de Unie het strategisch besef dat de Europese defensiecapaciteit versneld moet worden uitgebouwd. Ook over het klimaatbeleid van de toekomst werd intens gedebatteerd, zonder concrete beslissingen.
Hongarije blijft Oekraïne-dossier gijzelen
Het hoofdthema van de top — bijkomende steun aan Oekraïne — strandde zoals eerder op het veto van Hongarije. Hoewel 26 lidstaten bereid waren een nieuw steunpakket goed te keuren, hield premier Viktor Orbán voet bij stuk. Volgens Orbán wil hij anderen “niet tegenhouden”, maar zijn actieve blokkade belemmert de eenstemmigheid die vereist is voor zulke beslissingen binnen de Europese Raad.
Het is ondertussen een structureel probleem geworden: terwijl Oekraïne vanuit het Westen onder constante druk staat om militaire standvastigheid en economische stabiliteit te tonen, lukt het de Europese Unie nauwelijks om collectief en overtuigend op te treden. En dan vroeg president Zelensky nog in een videotoespraak expliciet om een duidelijk politiek signaal richting toetreding tot de Unie.
Rusland blijft economische sancties ontwijken via Europese verdeeldheid
Ook het achttiende sanctiepakket tegen Rusland is voorlopig in de koelkast beland. Slovakije blokkeerde het voorstel uit bezorgdheid over de eigen energiebevoorrading. De impasse toont aan dat de interne economische belangen van lidstaten het Europese sanctiebeleid blijven ondermijnen. Wel werden de bestaande sancties - die onder meer financiële instellingen - exportverboden en transportbeperkingen omvatten, met zes maanden verlengd.
Deze gedeeltelijke voortzetting biedt op korte termijn continuïteit, maar legt de fundamentele zwakte van het Europese sanctiemechanisme bloot: de structurele afhankelijkheid van unanimiteit, en de geopolitieke kwetsbaarheid die daaruit voortvloeit.
Europa wil oorlogseconomie
Een van de weinige dossiers waarop er wél duidelijk vooruitgang werd geboekt, is dat van de Europese defensie. De lidstaten bevestigden de afspraken van de recente NAVO-top in Den Haag, en engageerden zich expliciet tot verhoogde uitgaven voor militaire capaciteit en samenwerking binnen de EU.
Duitsland kondigde aan dat het zijn defensie-uitgaven zal optrekken tot 3,5 procent van het bbp. Premier Bart De Wever liet na afloop verstaan dat Europa de les van Oekraïne moet trekken: “We hebben niet alle capaciteiten in huis om onafhankelijk te opereren. En wie niet autonoom is, moet op cruciale momenten op anderen terugvallen.”
De Wever pleitte voor een geïntegreerd industrieel beleid, waarbij de investeringen in defensie niet enkel de grote spelers ten goede komen, maar ook kansen bieden voor kmo’s in heel Europa. Volgens hem moet de EU haar huidige afhankelijkheden omzetten in structurele strategische autonomie: “We zitten nu in deze schuit. Dan kunnen we er maar beter een opportuniteit van maken in plaats van een noodlot te ondergaan.”
Klimaat: grote doelstellingen, weinig uitvoering
Over de klimaatdoelstellingen voor 2040 werd lang gedebatteerd, maar zonder tastbare conclusies. Hoewel de Europese Commissie naar verwachting zal voorstellen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 procent te reduceren, blijft het onduidelijk hoe die doelstelling concreet ingevuld zal worden — en onder welke voorwaarden voor de lidstaten.
Premier De Wever bevestigde dat er brede steun bestaat voor de klimaatambities, maar dat de meningen sterk uiteenlopen over het “hoe”. De discussie draaide onder meer rond de flexibiliteit die lidstaten zouden moeten krijgen in de uitvoering van nationale transitieplannen.
Evaluatie: meer bewustzijn, weinig eenheid
De top in Brussel maakte vooral duidelijk dat de Europese Unie in een tussenfase zit: het geopolitieke bewustzijn is toegenomen, de ambities liggen hoog, maar de uitvoering stokt door een gebrek aan interne cohesie. Het verschil tussen politieke retoriek en institutionele slagkracht wordt nergens duidelijker dan in het Oekraïne- en Ruslanddossier.
Op vlak van defensie is er beweging, maar de vraag blijft of die versnelling ook zal resulteren in een meer gecoördineerde, Europese defensie-industrie. Wat het klimaat betreft blijft Europa voorlopig vasthouden aan verre tijdshorizons, zonder voldoende invulling op de korte termijn.
De Europese Unie wil strategisch volwassen worden. Maar zolang unanimiteit structureel noodzakelijke beslissingen blokkeert, blijft dat streven afhankelijk van de grillen van individuele lidstaten. Een assertieve geopolitieke rol vergt niet alleen budgetten, maar ook bestuurlijke daadkracht — en aan dat laatste bleek op deze top nog steeds een schrijnend tekort.
(Foto: screenshot YouTube)