België ontdekt opnieuw dat regels vooral tijdelijk zijn.
Vanaf volgend jaar is hij dus weg: de gevarendriehoek. Dat driehoekje dat al decennia in elke kofferbak ligt te verstoffen tussen oude parkeerschijven, lege ruitenwisservloeistof en een fluohesje dat nog naar de vorige auto ruikt. Officieel heet het “modernisering van de wegcode”. In mensentaal: we hebben jarenlang iets verplicht gemaakt dat we nu plots “levensgevaarlijk” vinden.
Leve de reglementitis.
Wie met panne langs de weg staat, moet binnenkort niet meer in de weer met uitklapconstructies op 100 meter van zijn stilgevallen voertuig. Geen gestrompel meer over de pechstrook met een plastic driehoek in de hand terwijl vrachtwagens voorbijblazen.
Vanaf 1 juni 2027 volstaat het om gewoon op de grote rode knop te duwen: de vier richtingaanwijzers tegelijk. En klaar is Kees. Nood aan drama? Zet de knipperlichten aan. Nood aan veiligheid? Blijf in de auto en hoop dat het goedkomt.
De driehoek: ooit heilig, nu plots verdacht
De gevarendriehoek is vandaag nog verplichte uitrusting, samen met brandblusser en verbanddoos die niemand ooit vindt wanneer het écht nodig is. Wie hem niet plaatst, riskeert een boete van 58 euro. Al geeft niemand toe dat ze die ooit effectief uitschrijven. Dat hoort bij het decor.
Maar nu komt dus de ommekeer: te gevaarlijk.
Volgens minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) en verkeersveiligheidsinstituut VIAS is het plaatsen van die driehoek op de autosnelweg gewoon een slecht idee geworden. Vooral omdat mensen eerst hun koffer moeten opentrekken op een plek waar je eigenlijk zo snel mogelijk weg moet zijn.
Een ervaren agent van de federale wegpolitie vat het nog iets rauwer samen: mensen staan op de pechstrook te zoeken naar een driehoek terwijl ze in feite al bijna in een volgende statistiek veranderen.
“Het is eigenlijk levensgevaarlijk,” klinkt het. Wat in beleidsjargon meestal vertaald wordt als: “Waarom doen we dit eigenlijk nog?”
De nieuwe realiteit: pinkers als paniekknop
De nieuwe standaard is simpel: pech? Knipperlichten aan. Uitstappen? Alleen als het echt moet. En liefst zo snel mogelijk achter de vangrail verdwijnen.
De wegpolitie zegt het zonder omwegen: niemand schrijft boetes voor het niet plaatsen van een driehoek. Wat eigenlijk een stille bekentenis is dat de regel al jaren leeft in een parallel universum waar theorie en praktijk elkaar niet meer spreken.
Ondertussen tonen cijfers van het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer dat de pechstrook geen romantische rustplek is: elk jaar vallen daar doden en zwaargewonden. De exacte aantallen variëren, maar de conclusie niet.
De pechstrook is geen veilige plek. Het is een plek waar je zo kort mogelijk wil blijven. Liefst zo kort dat je er alleen doorheen flitst in een sleepwagen.
Spanje doet al vreemd — dus wij kijken mee
In Spanje hebben ze de driehoek al ingeruild voor iets dat klinkt als een gadget uit een Lidl-folder: een oranje zwaailicht dat op het dak moet bij pech.
Volgens VIAS heeft dat systeem iets logisch. Het valt beter op, is sneller te plaatsen en vermijdt mensen die op een drukke snelweg plots verkeersregisseur spelen met een plastieken driehoek.
Maar België blijft voorlopig Belgisch voorzichtig. Minister Crucke wil eerst kijken hoe het in Spanje uitdraait. Dat is politiek voor: “We willen iets nieuws, maar als het mislukt zeggen we dat we nooit echt overtuigd waren.”
De Belgische specialiteit: regels maken, regels afschaffen, regels opnieuw uitvinden
Weet je wat het is, België heeft geen probleem met regels, we hebben een probleem met het blijvend vertrouwen in onze eigen regels.
Leve de reglementitis. En leve de volgende herziening.
(Foto: Shutterstock)