Trump en Starmer sluiten deal die vooral lijkt op een politieke quick fix — basistarief blijft, autobelastingen weg, en een staalzone als toemaatje.
Donald Trump en Keir Starmer hebben elkaar de hand geschud in het Oval Office voor wat wordt voorgesteld als een “historisch handelsakkoord” tussen de VS en het Verenigd Koninkrijk. Maar is dit écht een gamechanger, of gewoon een veredeld gentlemen’s agreement tussen twee leiders die elk om hun eigen redenen snakten naar een quick win?
De deal is vooral symbolisch van aard. Het is namelijk het eerste akkoord dat de Verenigde Staten onder president Trump afsluit sinds hij op 'Liberation Day' de economische bijl zette in zowat alle internationale handelsrelaties. De Britten zijn nu het eerste land dat onder die hertekende geopolitieke kaarten een nieuw speelveld krijgt — en dat met een mix van importtarieven, vliegtuigdeals, en een metropass voor Amerikaanse landbouwproducten.
Een akkoord met de charme van een sjoemelcontract
Het paradepaardje van het akkoord? De basistarieven. Want neen, die verdwijnen niet. De standaardimportheffing van 10 procent op Britse producten blijft gewoon overeind. Sterker nog: het Amerikaanse ministerie van Financiën rekent er op die manier jaarlijks zo’n 6 miljard dollar aan inkomsten binnen te harken. Vrolijke vrijhandel klinkt anders.
Maar goed, daar tegenover staat wel een pakket van versoepelingen waar vooral lobbyisten en sectorverantwoordelijken van beginnen kwijlen. Zo wordt de 25 procent belasting op Britse auto’s en staal geschrapt.
En er is zelfs een soort “handelszone” voor staal en aluminium afgesproken. Klinkt revolutionair, maar in de praktijk betekent het gewoon dat deze materialen niet langer extra worden belast als ze van de overkant van de Atlantische Oceaan komen. Een goede dag voor de Britse industrie, zonder twijfel, maar hét grote gebaar dat beide leiders er van maken? Dat is misschien een tikkeltje overroepen.
Een Boeing voor een rund
Dan is er nog het luik “vliegtuigonderdelen”. Britse bedrijven mogen die voortaan belastingvrij uitvoeren naar de VS. In ruil daarvoor bestelt een Britse luchtvaartmaatschappij - alle vingers wijzen naar British Airways - voor 10 miljard dollar aan vliegtuigen bij Boeing. Eerlijk ruilen, zeg maar. Een luchtdeal met stevige economische motor, maar zonder veel ideologische brandstof.
In het landbouwhoofdstuk komt de echte geur van belangenvermenging bovendrijven. De Amerikanen mogen hun rundvlees, ethanol en landbouwmachines quasi vrij het VK binnenloodsen, terwijl de Britten een beperkt quotum rundvlees belastingvrij naar de VS mogen sturen. Het is een deal die ruikt naar political horse-trading, waar de Amerikaanse landbouwlobby opnieuw glorieus uit de wei galoppeert, terwijl de Britse boeren een symbolisch been toegeworpen krijgen – zonder veel vlees aan.
Premier Starmer haastte zich tijdens een defensiepersconferentie om te benadrukken dat de "hoge normen" van het VK op vlak van landbouw niet in gevaar komen. Vertaling: we verkopen onze ziel niet helemaal, enkel het vlees dat niemand hier nog lust.
Starmer als brave leerling, Trump als showman
De visuele setting van het akkoord zegt ook veel. Starmer als de koele, beleefde EU-weeskind dat na de Brexit eindelijk ergens nog eens op audiëntie mag – en Trump als de zelfverklaarde dealmaker die in de Oval Office een “fantastische dag” aankondigt. Eén die hij uiteraard vooral aan zichzelf te danken vindt. Het is een geopolitiek toneelstuk met klassieke rollen: de Britten op zoek naar relevantie, de Amerikanen op zoek naar invloed.
“Dit akkoord is goed voor ons beiden”, sprak Trump. Een zin die meestal voorafgaat aan het feit dat vooral de VS garen spint bij het akkoord, terwijl het andere land tevreden is dat het überhaupt nog mag meespelen.
Farmasector en wetenschap: vaag maar aanwezig
Tot slot werd ook gemeld dat er “akkoorden zijn over de farmasector en de wetenschappelijke samenwerking”. Details zijn er niet, en dat is ook logisch: als je op een persconferentie een pakket moet verkopen als groots, moet je het eindigen met vage beloftes over innovatie en wetenschap. Het klinkt goed, zonder dat iemand het snapt — een beproefde tactiek in internationale deals waar de powerpoints al klaar zijn voor de wetsteksten bestaan.
Een akkoord met een brede glimlach en scherpe tanden
Is dit handelsakkoord historisch? Misschien. Maar dan vooral als bewijs van hoe diplomatie tegenwoordig functioneert: als een rituele dans waarbij elke leider zijn binnenlandse achterban geruststelt, terwijl de werkelijke impact pas maanden later zal blijken – in de statistieken, en bij de kleine ondernemers die straks mogen voelen wat de “verhoogde markttoegang” écht betekent.
Voor Trump is dit een trofee. Voor Starmer een moment van internationale erkenning in een post-Brexit realiteit. Voor de rest van de wereld? Een herinnering dat handel in 2025 nog steeds draait om macht, imago en slimme camerahoekjes — niet om principes.
(Foto: screenshots YouTube)